In Veendam werd in juli nog een protestmars gehouden tegen zoutwinning door Nedmag. Foto: Huisman Media
Jarenlange aardbevingen en uitzichtloze schades door de gaswinning hebben de Groningers argwanend gemaakt over mijnbouwactiviteiten. Is bijvoorbeeld de zoutwinning in Oost-Groningen nu eigenlijk wel zo veilig? De regiopolitiek zoekt helderheid.
Ze hebben al een dik pak rapporten op tafel liggen en een vragenronde van vier uur achter de rug met mijnbouwspecialisten. Woensdag verdiepen Provinciale Staten zich nog maar een keer in het Oost-Groninger zoutwinningsdossier. Nu de gaskraan definitief dicht is, roepen bewoners rond Veendam, Winschoten en Oude Pekela op om ook de zoutputten in hun regio te sluiten. Is de schade aan hun huizen te wijten aan de zoutwinning? Daar probeert de provinciepolitiek een antwoord op te krijgen om te kunnen beoordelen of en hoelang er nog plek voor is in Groningen. Een duik in het zoutdossier.
Wie winnen er zout in Groningen?
In Nederland halen drie maatschappijen zout uit de grond. Grondlegger van deze industrie is Akzo dat al sinds 1918 zout wint in Twente, de bakermat van de Nederlandse zoutindustrie. Oost-Groningen kwam er in de jaren vijftig van de vorige eeuw bij. Akzo en opvolgers Nouryon en tegenwoordig Nobian halen het ‘witte goud’ uit de Oost-Groninger bodem door water in de diepe bodem te pompen. Zoutlagen in de ondergrond lossen daarin op. Dat wordt in de vorm van pekelwater opgepompt en per pijpleiding naar de Nobian-fabriek in Delfzijl gesluisd. Het tweede zoutbedrijf is Nedmag in Veendam. Dat wint sinds 1981 magnesiumhoudend zout uit de bodem onder Borger- en Tripscompagnie, op een diepte van 1500 tot 1600 meter. In Friesland tot slot wordt sinds eind jaren negentig zout gewonnen door het bedrijf Frisia, aanvankelijk onder Harlingen, inmiddels onder het wad.
Nedmag in Veendam. Foto: Archief DVHN
Waarom juist op die plekken?
Diep onder de grond bevindt zich een reusachtig ondergronds zoutmassief dat drie kilometer dik is en waarvan de top tweehonderd meter onder het maaiveld ligt. Tussen Heiligerlee en Zuidwending, onder de buurtschap Napels Oost, is de zoutlaag opgestuwd tot een zoutberg zo groot als de Mont Blanc. De zoutbronnen liggen relatief dicht onder de oppervlakte. Bij Nobian gaat het om natriumchloride. Ofwel keukenzout, al wordt het allang niet meer alleen voor dat doel verkocht maar vooral gebruikt als grondstof voor de (kunststof)industrie. Dat geldt evenzeer voor het magnesiumzout dat Nedmag uit de grond haalt bij Tripscompagnie. Nergens anders in Nederland wordt dat gewonnen en nergens anders ter wereld is het van zo’n zuivere kwaliteit.
Hoe is dat zoutmassief ontstaan?
De zoutlaag is een bezinksel van de oeroude Zechsteinzee die 250 miljoen jaar geleden lag waar nu Noordwest- Europa is. Het was een ondiepe zee in een barre periode. Er heerste een woestijnklimaat. De zee liep geregeld leeg, water verdampte, zout bleef achter. Zo ging het ontelbare keren zodat uiteindelijk een enorme zoutlaag werd gevormd die in de loop van de historie als een ongerepte schat diep onder de grond kwam te liggen. Dat zoutmassief is zo dik dat er met gemak een paar opgestapelde Martinitorens zouden passen in de holtes of ‘cavernes’ die ontstaan doordat het wordt opgelost in pekelwater.
Wat speelt zich onder de grond nog meer af?
Als zo’n caverne na tientallen jaren maximaal leeg is gepompt blijft er een ‘zoutkoepel’ over die ondoordringbaar wordt ingesloten door letterlijk steenharde wanden en ‘dak’. Ideaal voor de opslag van gas, bedacht de Gasunie al in 1986. Na tientallen jaren onderzoek werkt het gasconcern sinds 2006 samen met energiebedrijf Nuon en voorheen AkzoNobel aan een ondergrondse gasbuffer bij Zuidwending. Inmiddels hebben ook andere bedrijven de koepels ontdekt voor de opslag van andere gasachtige stoffen. Er wordt gewerkt aan plannen voor de opslag van onder meer groene waterstof dat wordt geproduceerd met zonne- en windenergie. Ook doen bedrijven onderzoek naar de opslag van perslucht waarmee juist groene energie kan worden opgewekt met behulp van turbines.
Een impressie van de ondergrond bij Zuidwending.
Archief DVHN
Waarom en wanneer rees er verzet tegen de zoutwinning?
Al in 1987 trokken milieu- en natuurbeschermingsorganisaties aan de bel. Ze vreesden grote nadelige gevolgen voor de natuur en het milieu. De laatste decennia melden ook steeds meer bewoners van het gebied schade aan hun woning. Het aantal klachten over verzakkingen en scheuren in muren neemt hard toe. Zeker nu de driehoek Veendam-Winschoten-Pekela zich ontwikkelt tot een ‘mijnbouwtechnische mierenhoop’. Er is niet alleen zout- en magnesiumwinning door Nedmag en Nobian, maar inmiddels dus ook de opslag van gas en mogelijk dus ook waterstof, er wordt water gewonnen uit de diepe ondergrond én het gebied ligt aan de rand van het Groninger gasveld en dus van de aardbevingsregio.
Bewoners zijn bang voor de wisselwerking van al deze ‘gestapelde mijnbouw’. Vaststaat dat de bodem nu al daalt, meer nog dan in het gaswinningsgebied. Daar is de bodem in de kern, rond Loppersum, 40 centimeter weggezakt, in het zoutgebied ten zuiden van Veendam zit dat nu al op 54 centimeter en dat kan volgens prognoses nog oplopen tot 65 centimeter. Bij Winschoten blijft de daling op het diepste punt nog beperkt tot 18 tot 20 centimeter, maar ook daar melden inwoners schade en verzakkingen aan hun huis. Dat komt nog bovenop de geluidsoverlast en de dalende woningwaarde én leefbaarheid die zij signaleren.
Bewoners hebben zich daarom verenigd in meerdere belangengroepen en voeren een taaie en juridisch complexe strijd. Al veertien jaar geleden was de commissie Bodemdaling Borgercompagnie, Tripscompagnie en de Langeleegte de eerste. ,,Het dalingsgebied wordt steeds groter”, stelt de commissie in 2012 over de toekomstplannen van Nedmag. „Heel Veendam komt er in te liggen.” In 2016 komt ook de Stichting Stop Zoutwinning in actie vanwege de plannen van Nedmag om een nieuwe zoutwinningslocatie te openen tussen Kiel-Windeweer en Zuidlaarderveen en Oud Annerveen.
Aan de oost- en zuidkant van Winschoten komt vanaf 2018 ook de stichting Bewonersbelangen Lanengebied/Zuiderveen in verzet tegen plannen van Nobian. Het concern wil door met de bestaande zoutputten en bovendien nieuwe slaan in de richting van Pekela. De stichting, ook wel ‘Mijn en Dijn belang’, vertegenwoordigt een paar honderd inwoners van Westerlee, Heiligerlee en Winschoten tot aan de grens met Pekela.
Leden van de stichting Bewonersbelangen Lanengebied/Zuiderveen zijn onderweg naar een hoorzitting met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) in Martiniplaza in Groningen. Foto: Archief DVHN Corné Sparidaens
Er zal toch wel onderzoek zijn gedaan naar het verband tussen de schade en de zoutwinning?
Meerdere zelfs. In het Nedmag-gebied komt er na lang aandringen van de inwoners in 2012 een grootschalig onderzoek naar de bodemdaling rond Veendam en buurgemeente Hoogezand-Sappemeer. Ingenieursbureau Arcadis inspecteert honderden huizen en kijkt ook naar veranderingen in de grondwaterstand en waterhuishouding. Conclusie: de schade kan niet zijn veroorzaakt door zout- of gaswinning.. Die zorgen weliswaar voor bodemdaling maar niet van dien aard dat er krachten vrijkomen die schade veroorzaken..
Ook deze maand nog verzekerden deskundigen tijdens een ‘expertmeeting’ met de Groninger Staten en gemeenteraden van Veendam en Oldambt dat de schade die bewoners melden níet van de zoutwinning komt. Het monitoringsnetwerk dat is geïnstalleerd, meet weliswaar lichte schokken maar onvoldoende om muren te doen scheuren. In het tweede kwartaal werden er drie geregistreerd rond Zuidwending en tien bij Heiligerlee, maar zelfs de zwaarste kwamen niet in de buurt van een voelbaar niveau, vanaf een magnitude van 1,4, aldus onderzoekers van TNO, het Haagse ministerie van economische zaken en toezichthouder SODM. Ondanks aanzwellende claims is er nog geen cent schade uitgekeerd aan bewoners met gescheurde of verzakte huizen, erkende een woordvoerder van de Commissie Mijnbouwschade.
Groningen stevent hier toch niet af op een nieuw drama van ‘gasdossier’-proporties?
Sowieso is het zoutgebied en de gemelde schades van onvergelijkbare omvang als die in de gasregio. Toch klinken de signalen uit Veendam en het Oldambt als een echo van het aardbevingsdossier, merkte D66-Statenlid Paula Benjamins-van Oudheusden op tijdens die ‘expertmeeting’. Ook daarin is tientallen jaren ontkend dat er een verband kon bestaan tussen schades en gaswinning. En ook toen zijn economische belangen stelselmatig boven de veiligheid van Groningers gesteld. Zélfs toen het verband al lang vaststond, zoals de parlementaire enquêtecommissie Aardgaswinning Groningen blootlegde.
Dat wil de regionale politiek zich niet nog eens laten gebeuren. Daarom ligt er nu een stapel dikke rapporten bij de Staten op tafel waarin risico’s én economische belangen van de zoutwinning op een rij worden gezet. Het is, net als die expertmeeting, bedoeld als opstapje naar de nieuwe ruimtelijke regels die de Staten eind dit jaar vastleggen in een provinciale Omgevingsverordening. Dat is in de toekomst de toetssteen voor aanvragen voor nieuwe mijnbouwactiviteiten, niet alleen zoutwinning maar bijvoorbeeld ook de opslag in uitgeproduceerde cavernes.
Het witte goud van Veendam. Foto: Archief DVHN
Zijn risico’s en economische belangen nog in balans?
Dat is uiteindelijk een politieke keuze. En het is lastig er harde uitspraken over te doen op basis van wat er nu op tafel ligt. Want experts stellen weliswaar dat er geen rechtstreeks verband tussen de schade die bewoners rapporteren en de zoutwinning kan zijn, maar waar die schade dan wel vandaan komt, kunnen zij ook niet precies aanwijzen.
En in de karrevracht informatie waar de politiek nu de tanden in mag zetten, ligt de focus toch vooral op het economisch belang van de zoutindustrie, zoals wederom Benjamins bij de expertmeeting aanstipte in nog een verwijzing naar het gasdossier. En dat dat belang groot is, staat buiten kijf, niet alleen regionaal maar ook landelijk. Nedmag en Nobian tellen respectievelijk 270 en 290 werknemers, maar opgeteld bij alle investeringen die ze doen en de toeleveranciers en afnemers (van wie sommige niet zouden bestaan als het Oost-Groninger zout wegvalt) is de zoutindustrie goed voor in totaal 950 tot liefst 1250 arbeidsplaatsen.
En wat mogen bewoners van het gebied dan precies verwachten?
Dat vroegen velen van hen zich ook af op de volgepakte publieke tribune bij de expertmeeting in het provinciehuis. „Waar blijven de omwonenden, daar hoor ik hier helemaal niks over”, protesteerde bijvoorbeeld Lex Diederiks van het Comité Waterstof Ommelanderwijk-Zuidwending. Dat verenigt veertig huishoudens die de mogelijke komst van een mogelijke waterstofopslag met angst en beven tegemoet zien. „Wij wonen bovenop de caverne die daarvoor in beeld is”, zegt Diederiks. „Zelf woon ik er nu tweeënhalf jaar: de scheuren trekken door het huis en je ziet gewoon dat alles verzakt. Wij willen echt niet dwarsliggen, maar we willen wel gehoord worden en een goeie regeling hebben voor onze schade.”
Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw wint Nobian, onderdeel van Nouryon, zout bij Heiligerlee. Zaterdag 21 september is er van 10.00 tot 15.00 uur een open huis op de productielocatie aan de Tranendallaan in Westerlee. Vanuit de productielocatie in Heiligerlee gaat die dag twee keer (om 10.00 en 13.00 uur) een bus naar het Chemie Park Delfzijl waar het zout verder wordt verwerkt.