Scène uit de voorstelling 'De oare kant'. Foto: Neeke Smit
Dik dertig jaar getrouwd, drie volwassen kinderen. Toen kwam hij alsnog uit de kast: hij vindt mannen leuker. Waarmee hij het leven van haar ook flink opschudde, om van de kinderen maar niet te spreken. Hun verhaal was een van de bronnen voor Tryater-voorstelling De oare kant (De andere kant) van theatermaker Romke Gabe Draaijer.
De doorloop hebben ze al gezien. Een schok van herkenning. Zij: „Romke Gabe Draaijer heeft mear mensen geïnterviewd, maar we kwamen er ter plekke achter dat er wel heel veel van ons verhaal in zat. We dachten het hele stuk door: oe, oe, oe. Dat zijn wij.”
Hun namen willen ze niet in de krant (die zijn bij de redactie bekend). Niet om de naaste omgeving, die weet in grote lijnen wel hoe het zit. Maar de kinderen, ja, die hebben al genoeg over zich heen gekregen en die hebben er ook niet om gevraagd.
Toch willen ze hun verhaal wel vertellen, hij en zij. Voor de anderen, in zo’n situatie. Dus zitten deze beide vijftigers naast elkaar in een ruim, fraai ingericht huis. Geen trouwring, geen van beiden. Zij: „Dat hoort bij een traditioneel huwelijk. En dat is dit niet.” Tegen hem: „Jij ligt daar met een vent in bed en ik lig hier alleen. Dat klopt niet meer.” Maar die ring, die houdt ze wel. „Die heeft een heel belangrijke betekenis voor mij. Het was een goede fase.”
Hij draagt twee knopjes in het linker oor - vroeger, als puber, ook al, maar ze zijn er jaren uit geweest. Sinds een paar jaar: een dubbele armband om zijn rechter pols, een soort tribal-tattoo op zijn linker onderarm. „Heb ik altijd al willen hebben. Maar ik het het heel lang onderdrukt.” Zij: „En ineens had hij een baard. Allemaal van dat soort dingen.”
'Ik was een hork'
Ze zijn gescheiden van tafel en bed, hij is hier vaak maar woont een paar dorpen verderop. Maar verder zijn ze nog steeds getrouwd, zij draagt zijn achternaam nog, ze gaan samen op vakantie. Hij: „Ik ben nog altijd gek op haar.” Maar: „Dat laatste stukje kan ik haar niet geven.”
Dit is hun verhaal. Hoe hun leven finaal op de kop werd gezet. Van haar, hem, de kinderen. Hoe hij zichzelf vond, als homo, kersvers uit de kast. En hoe zij zichzelf dreigde te verliezen, haar eigen grenzen niet meer zag. Dat hij homo bleek, dat is één ding. Maar: „Ik was ook een hork. En dat kan ik niet terugdraaien.”
Scène uit de voorstelling 'De oare kant'. Foto: Neeke Smit
Hij had het al jaren moeilijk, en dat had heus niet alleen te maken met die weggedrukte homoseksualiteit. Zwaar depressief en (zij: „Mag ik dat zeggen?” Hij: „Jawel hoor”) suïcidaal. Gedoe op het werk, hernia, ziekte van Lyme, andere fysieke malheur, „alles draait je door.” En dan dus dàt.
Hij had al jaren gesprekken met psychologen, psychiaters. Maar dàt, dat kwam niet ter sprake. Zij heeft het hem wel op de man af gevraagd, „laat jij wel het achterste van je tong zien?” Zij kreeg zo langzamerhand vermoedens., „maar stel dat het niet klopt? Ik wilde dat hij er mee kwam.”
Maar het kwam niet. Hij: „Ik was bang dat ik alles kapot zou maken. En dat was dus ook zo.” Zij: „ Ik dacht dat ik doordraaide, mijn intuïtie zei: er klopt iets niet. Er staat een olifant, hier midden in de kamer.”
Roze olifant
Die olfant, die was roze. Zij: „Knalroze. En nog liep je eromheen.” Uiteindelijk kwam de kurk uit de fles, en toen werd alles anders. Zij: „We hebben de hele zaterdag hier op de bank zitten huilen.” Het besef, dat als hij zei: mijn leven klopt niet omdat ik met een vrouw ben, dat dat dan ook over haar gaat.
Ergens wist hij het zijn hele leven al. „Tenminste, dat ik mannen mooi vond. Maar niet dat ik er wat mee wou.” Wel experimenten in de puberteit, zoals dat dan gaat. Maar dan toch wegstoppen. Verkering krijgen, ze kenden elkaar van school. „Hij heeft mij verkering gevraagd, ten huwelijk.” Kinderen verwekt. Hij: „Maar het kwam steeds hoger.” Tot het niet meer ging.
Daarom viel het haar ook zo rauw op het dak, zeker toen hij zei dat hij het altijd al geweten heeft. Zij: „Waarom trouw je dan? Waarom krijg je dan kinderen? Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik vrouw ben.” Hij: „Ik had het achter me gelaten. En destijds was er geen digitale zooi, je was er niet mee bezig.”
Maar dat kwam dus wel. „Dan zit je ziek thuis, dan ga je er mee aan de slag.” De apps, de sites. „Ja, dan komen de gevoelens weer boven.” Toch maar weer wegstoppen dan. Tot dat niet meer wil.
En dan wordt alles anders. Ook al is de liefde en zorg voor elkaar en de kinderen (inclusief de kersverse pakesizzer) er nog steeds, het verhaal van dat huwelijk is ineens danig herschreven. Terwijl de aanloop ook al niet makkelijk was.
Parallel universum
Rechtstreeks vanuit die heftige depressie naar die volgende fase. Binnen de kortste keren ging hij zijn nieuwe leven achterna, met zijn nieuwe vlam. Terwijl de boel thuis ook door moest draaien, en zij niet wist wat haar overkwam.
„Het was of zat ik in een parallel universum. Het was mijn leven, maar het leek er totaal niet meer op.” Doordraaien bijna, niet meer in staat om grenzen te stellen. Die werden verlegd, steeds maar weer. Als hij zijn vriend mee naar huis nam, bijvoorbeeld. „Dan ging ik maar in de stad eten, dat soort dingen. Ik rolde van het ene in het andere.” Een achtbaan met loopings, zo omschrijft ze dat. „En dan kwam er nog een dubbele schroef achteraan.”
Alle partijen moesten hun draai weer vinden. Ook de kinderen, die het verhaal pas na drie maanden te horen kregen.
Hulpverlening
De balans weer terugvinden, de balans die zo lang weg was en zeker op het laatst doldwaas heen en weer slingerde. Voor haar was het heel lastig, „maar het is er nu wel redelijk weer.” Tegen hem: „Jij bent ook rustiger, stabieler in de dingen. De kinderen waren er eerder aan gewend dan ik.” De komst van de kleinzoon speelde ook een enigszins stabiliserende rol. Want opa en oma zijn, dat doen ze toch samen.
Maar nu? Nu moet zij zich als losstaand individu weer opnieuw zien uit te vinden, grotendeels alleen in dat mooie huis. Ja, je bouwt samen iets op, in die ruim dertig jaar. Juist dat verhaal komt na zoiets wel in een ander licht te staan.
De hulpverlening, zegmaar, zou best eens gerichtere vragen omtrent zulke dingen kunnen stellen, vindt ze, maar dat is weer een ander verhaal. Dat van de hulpverlening, die ook amper weet wat hiermee aan te moeten, en over een vrijwilligersorganisaties, als Orpheus Nederland, die enige ondersteuning biedt. Zij: „We konden eerst niets vinden”, qua hulp bedoelt ze. Vandaar ook dat ze hun verhaal hier en in de voorstelling wel kwijt willen.
Opheus Nederland
Opheus Nederland biedt ondersteuning aan iedereen die te maken krijgt met lesbische-, homo- of biseksuele gevoelens bij zichzelf of bij de partner binnen of na een heterorelatie. Zie: www.orpheusnederland.nl
Logica
Goed, je kunt in zo’n geval ook gewoon je mond houden, keurig getrouwd blijven. Hij komt ze vaak genoeg tegen, op de sites en de plekken die hij als openlijk gay persoon gewoon kan bezoeken. „De wereld is er vol van. Ja, denk ik, wat doe je hier dan?”
Hij is al tien jaar bezig met zichzelf te vinden, en ontdekken wat hij precies wil. En zij wist van niks. Dan komen de vragen, die dag en nacht door haar hoofd kolkten. „Op zoek naar het moment dat ik had moeten weten dat het deze kant op zou gaan. Ik zocht de logica.”
Het verhaal van de andere kant. Foto: Neeke Smit
Daten? Zij is er niet aan toe. En hij houdt zich op dat terrein redelijk rustig. Op de vraag of hij zijn dates en seksuele avonturen met zijn vrouw deelt: „De meeste wel.” En zij? Jaloers? „Nee. Ik vind het nog altijd buitenaards ik weet niet of ik dit normaal moet vinden. Het is 32 jaar zo geweest, en sinds drie jaar is het anders. En het wordt steeds weer anders.”
Maar dit weet zij zeker, en hij ook. Ze zijn nog altijd een gezin. „Een van de redenen dat we nog getrouwd zijn. Op een andere manier.” Hij: „Als ik er niets aan doe en zij ook niet, dat blijft dat gewoon zo.” Zij: „De breuklijntjes zijn er hier en daar nog, maar we blijven op een bepaalde manier verbonden.”
En nog even over die voorstelling. Dat ze actrice Nynke Heeg de dingen hoorde zeggen die zij zelf ook heeft gezegd. Maar ook, of nog meer: de kracht van de verbeelding, waarmee je zaken kunt overbrengen als woorden tekort schieten. Als het gevoel telt.
Zij: „Dit verhaal kun je niet gemakkelijk vertellen, je kunt de emotie niet echt overbrengen aan wie het niet heeft meegemaakt.” Met woorden, bedoelt ze. Maar daar heb je dan de kunst voor. Voor het gevoel. „Ze hebben het zo mooi neergezet! Dat je uit die dans, de combinatie met tekst en licht en alles, dat je voelt wat die partij gevoeld heeft.”