Rinze de Jong op de baan in Assen. 'Met altijd doorzetten en nooit opgeven is geen droom te groot'. Foto: DVHN
Terwijl parasport verder uit het verdomhoekje komt, lijkt kwalificatie voor de Paralympische Spelen juist een stuk lastiger te worden. Tijdens het Open Nederlands Kampioenschap Para Atletiek in Assen wordt er toch gedroomd. 'Tijd dat we de boel beter bij elkaar brengen'
„Assen is een trage baan voor ons omdat het rubber op rubber is, helemaal als er een paar druppels regen vallen’’, stelt handbiker en wheeler Rinze de Jong (19) na zijn eerste race van de dag, goed voor zilver op de 100 meter. Toch verlaat hij aan het eind van de dag als een halve edelsmid de Drentse hoofdstad met ook nog eens goud op de 800 meter voor wheelers en zilver op de 400 meter.
Het is verder speuren naar successen van atleten uit Noord-Nederland op de Oranjewoudbaan in Assen. De Jong is daar zeker één van, maar hem claimen als een beetje Groninger gaat hem wat ver, met een grijns wijst hij subtiel op zijn sportsokken volPompeblêden. Toch ligt een van de sleutels voor zijn succes deels ook over de grens van zijn woonplaats Buitenpost.
Tienduizend uren
Hij is één van de paradepaardjes van Stichting Bea in Haren, een talentencentrum voor sporters met een lichamelijke beperking. Daar kan hij zich met veel kennis en kunde ontwikkelen tot topsporter zonder de hele week op en neer naar epicentrum Papendal te hoeven reizen. In de bossen bij Arnhem traint hij nog wel iedere vrijdag, maar de rest van de week doet hij dat met professionele begeleiding in Haren en met zijn eigen trainster bij zijn club Lionitas in Leeuwarden.
Op zijn tiende begon De Jong met sporten en dat veranderde het leven van de Fries geboren met spina bifida, in de volksmond ook wel een open ruggetje. Door de aangetaste rugspieren heeft hij nooit kunnen lopen.
Sprinter Kian de Bruijn (rechts) snelt knap naar het brons in Assen op de 100 meter in een veld vol Duitse tegenstanders. Foto: Hilbrand Dijkhuizen
Rappe wielen, veel trainingsarbeid en steeds sterkere spieren, brachten hem via een landelijke talentendag al snel bij de nationale top. Dat is wat hem betreft zeker niet het eindstation. „Meteen zei ik dat ik naar de Olympische Spelen wilde. Los Angeles in 2028 zal een wonder zijn, Brisbane vier jaar later is helemaal geen gek idee. Met altijd doorzetten en nooit opgeven is geen droom te groot."
Diepe crisis
Nu al mag hij zichzelf tot de top 50 van de wereld rekenen, en voor de volgende stap is meer internationale ervaring nodig. Daar wringt het op dit moment wel voor hem en andere atleten met ambitie.
Joyce de Wit van Rotterdam Atletiek grijpt het zilver bij het speerwerpen met haar worp over de tien meter. Foto: Hilbrand Dijkhuizen
De internationale parasport zit in een diepe crisis waar Nederlandse atleten de dupe zijn van hogere machten. Sinds kort verplicht het Internationaal Paralympisch Comité (IPC) weer Russen en Wit-Russen onder eigen vlag toe te laten tot wedstrijden. Die werden tot dit jaar verbannen vanwege grootschalige dopingfraude en de invasie van Oekraïne. Op een IPC-bijeenkomst werd weer voor toelating gestemd, tot groot ongenoegen van onder andere de Nederlandse delegatie.
Het gevolg is dat veel landen de stekker uit belangrijke evenementen trekken. Zo zette Nederland recent een streep door het Europees kampioenschap zwemmen en ging een belangrijk atletiektoernooi in Parijs niet door.
Onmogelijke bochten
Dat dwarsboomt de dromen van Nederlandse parasporters die steeds meer belangrijke momenten in aanloop naar de Paralympics in rook zien opgaan. De topsporters met olympische ambities moeten zich soms in onmogelijke bochten wringen om in wedstrijden vaak ver weg of onder mindere omstandigheden te presteren. Ook Rinze de Jong merkt daar nu al de gevolgen van.
„Ik moet me verbeteren op Grand Prix toernooien zoals in Nottwil in Zwitersland. Omdat het toernooi in Parijs niet doorging, schreven veel toppers zich daar ook voor in. Daardoor was er nog maar één startbewijs over voor Nederland en die kreeg ik net niet. Dat is toch wel erg jammer voor mijn ontwikkeling.’’
Simon Theis uit Duitsland is de verste springer van de dag in Assen. Foto: Hilbrand Dijkhuizen
Op het Open Nederlands Kampioenschap Para Atletiek , georganiseerd door AAC ’61 inAssen, waren zondag geen discutabele inschrijvingen uit het uiterste Oostblok, hooguit een aantal sporters uit Duitsland. Drie Nederlandse wheelers, naast De Jong zijn sportvrienden Lito King Anker en Mensje Hoogervorst, verdeelden daarom de medailles.
Amateuristisch geklooi
Die werden uitgereikt door een grote dame uit de Nederlandse sportwereld, kersvers erelid van sportkoepel NOC-NSF Rita van Driel (65). Globetrotter in de topsport, een echte Rotterdamse, maar sinds vorig jaar inwoonster van Uithuizermeeden. Natuurlijk heeft ze als voormalig bestuurder van het Nationaal Paralympisch Comité wel een mening over die actualiteit.
Sportbestuurder Rita van Driel verhuisde voor meer rust en ruimte van Rotterdam naar Uithuizermeeden maar is nog lang niet klaar met parasport. 'Ze weten me ook hier wel te vinden.' Foto: Hilbrand Dijkhuizen
„Het is weliswaar democratisch besloten, maar het is ook wel een beetje amateuristisch geklooi waar sporters de dupe van zijn. Dat doet me pijn en dat moeten we zien op te lossen met elkaar.’’
Van Driel raakte begin jaren negentig verslingerd aan de parasport toen ze bij de skibond werd geconfronteerd met een in haar woorden briljante actie van twee blinde langlaufers. „Die kwamen onaangekondigd langs met de boodschap dat ze naar de Spelen in Tignes wilden en ik moest ze maar helpen. Sportbesturen wisten in die tijd helemaal niet hoe om te gaan met sporters die niet in het ideale plaatje pasten. Dus ging ik mee naar de Spelen en daar keek ik mijn ogen uit: topsporters zonder armen of benen, op sleetjes of blind van de berg skiën. Ik vond het werkelijk fascinerend.’’
Handje helpen
De liefde voor de aangepaste sport bekoelde nooit, en nu wil Van Driel na een leven lang sport vanuit het uiterste puntje van het land de emancipatie nog wel een handje helpen. „Het gaat altijd om mensen bij elkaar brengen. Medici en coaches, verenigingen en sporters en de grootste talenten iets bieden in de buurt. Juist bij deze tak van sport moet je niet de alwetende wijsneus uithangen, maar vragen wat de sporter nodig heeft. Daar is juist in Drenthe en Groningen een wereld te winnen.’’