Het Noorden beleefde afgelopen weekend opnieuw drie fraaie muziekevenementen: het Hello Festival, Snow Patrol en Kraantje Pappie. Dat de bezoekerscijfers wat tegenvielen, mag de pret niet drukken.
Het Hello Festival in Emmen trok ruim zestienduizend bezoekers, enkele duizenden minder dan in eerdere jaren. Bij Kraantje Pappie in het Groningse Stadspark waren het er eveneens zestienduizend en bij Snow Patrol een dag eerder twintigduizend. Daarmee blijven de aantallen achter bij andere concerten, waar soms het dubbele wordt gehaald. Rammstein trok twee jaar geleden nog twee keer vijfenvijftigduizend bezoekers naar het Stadspark.
Voor de organisatie van het Hello Festival is dat een tegenvaller. Financieel wordt het er de komende jaren niet eenvoudiger op.
Volgens de organisatie speelt het samenvallen van evenementen in hetzelfde weekend een rol. De concerten in Groningen en Emmen vielen tegelijk; eerder gebeurde dat ook met het Blues Festival in Grolloo. De organisaties hebben afgesproken beter te spreiden.
Toch is de vraag of dat de belangrijkste verklaring is. De afvlakking lijkt breder. Bij veel festivals is de groei eruit; mogelijk is een verzadigingspunt bereikt.
Waar festivals als Lowlands, Pinkpop en Rock Werchter voorheen in recordtempo uitverkochten, gebeurt dat niet meer vanzelfsprekend. Ook voor Best Kept Secret — uitgerekend in hetzelfde weekend als Hello — waren tot het laatst kaarten beschikbaar.
De oorzaken worden verschillend geduid. Prijzen spelen een rol, net als het aanbod. Veel festivals programmeren dezelfde artiesten, terwijl grote Amerikaanse namen minder vaak naar Europa komen.
Dat kan ook in Emmen en Groningen hebben meegespeeld. Hello programmeerde eerder grotere namen dan Foreigner, Roxette en George Baker. Ook Snow Patrol en Kraantje Pappie behoren niet tot de absolute top. Tegelijkertijd deden de artiesten wat van hen verwacht mocht worden: het werd gewoon feest.
Daar kwam het slechte weer nog bij, altijd een onzekere factor bij buitenevenementen.
We kunnen er ook anders naar kijken. Jarenlang konden festivals rekenen op bijna automatische groei. Die tijd lijkt voorbij. Dat vraagt om realisme: de tering naar de nering zetten, scherpere keuzes maken en accepteren dat niet ieder veld meer vanzelf volloopt.
Voor het publiek is dat geen slecht nieuws. Integendeel: de overvloed aan aanbod biedt meer keuze dan ooit. De bezoeker is kritischer geworden en kiest selectiever.
Hoe dan ook blijft het een luxe dat muziekliefhebbers in het Noorden dezer weken zo veel te kiezen hebben. Festivals zullen eraan moeten wennen dat ze die bezoeker sterker moeten verleiden. Dat is geen bedreiging, maar een gezonde correctie.