Fans van Curacao in het clubhuis van Caribe in Groningen juichen als hun elftal de 1-1 maakt in de eerste wedstrijd tegen Duitsland. Foto: Dennis Venema
Curaçao staat met rust met 3-1 achter tegen voetbalreus Duitsland. Maar in honk- en softbalclub Caribe in Groningen geven de fans van het het kleine eiland nog niet op. „Het wordt nog 3-3, we vechten ervoor”, zegt Otmar Ilaria.
De sfeer in Caribe is bijna nog tropischer dan die het NRG-stadion in Houston, waar Curaçao het eerste duel ooit op een wereldkampioenschap voetbal speelt. Tientallen fans in de blauwgele outfit van blue Curaçao zijn in opperbeste stemming.
Het is een half uur voor de wedstrijd tegen Duitsland begint. DJ Edsel draait iedereen lekker warm. „Zenuwachtig? Nee, ik hoop alleen dat iedereen het goed kan zien op het scherm.”
Groningse ingrediënten Blue Curaçao
Blue Curaçao bevat groene ingrediënten uit Groningen. Drie spelers uit de selectie van trainer Dick Advocaat zijn in de stad geboren. Leandro en Juninho Bacuna speelden zelfs lange tijd bij FC Groningen. Jearl Margaritha kwam alleen uit in de jeugd van FC Groningen.
De beide Bacuna’s spelen vanaf de afrap. Otmar Ilaria kent de broers al van ‘toen ze hier verderop trainden op de oefenvelden van de FC’. „En hun vader en moeder ken ik ook. Ja, die zitten nu in het stadion om hun zoons van dichtbij te zien”, zegt Ilaria, directeur van Oceans drive handcarwash & autopoetsbedrijf in de stad.
Melvin Provence zit helemaal vooraan in haar rolstoel. Ze zingt net als iedereen uit volle borst het volkslied Himno di Kòrsou’ mee in het Papiaments. De eerste twee coupletten klinken in het Nederlands: Laten wij onze stem verheffen om te zingen, over de grootsheid van Curaçao; Curaçao, klein eiland, rots in de zee! Curaçao, wij houden van je, boven alle andere naties. Wij bezingen jouw glorie met heel ons hart.
Procence dept met een zakdoekje de tranen van ontroering weg van haar wangen.
Melvin Provence (met tasje op haar schoot) moedigt Curacao aan tijdens de eerste wedstrijd tegen Duitsland in het clubhuis van Caribe in Groningen. Dennis Venema
Tot de 1-0 voor Duitsland valt, is het weliswaar reuze gezellig, maar eigenlijk ook tamelijk stil in Caribe. De vlotte voorsprong van de Duitsers in de zesde minuut zorgt eigenlijk voor de eerste opwinding. Een kwartier na het openingsdoelpunt van de Duitsers breekt een orkaan van emoties los als Curaçao gelijkmaakt.
„Ik zei toch al”, zegt Ilaria. „We komen nog wel weer bij die Duitsers.” En ook meteen nadat Duitsland 2-1 maakt, klinkt in Caribe ‘we maken die 2-2 ook nog wel’.
Het geloof in een goed resultaat voor Curaçao groeit vlak voor rust zelfs nog als de blauwen een paar keer gevaarlijk in de buurt van het Duitse doel komen. Otmar Ilaria roemt de vechtlust van hun elftal. „Voor ons kleine eilandje doen we het super goed.”
Boosheid over merkwaardige penalty
Van alle 48 teams die meedoen aan het WK is Curaçao het kleinste landje. Er wonen zo’n 155.000 inwoners. Dat is 44 keer zo weinig als het aantal mensen – 6,6 miljoen – dat lid is van een voetbalclub in Duitsland. Daar wonen bijna 84 miljoen mensen.
Ook na de boosheid vanwege een merkwaardig penalty die Curaçao vlak voor rust tegen krijgt, waardoor Duitsland op 3-1 voorsprong komt, is de hoop in Caribe nog niet vervlogen. „Hoe we nu spelen, dan kan het zomaar nog 3-3 worden”, meent Otmar Ilaria. Hij krijgt meteen bijval van een andere Curaçao-fan naast hem. „Zoals ze nu vechten! Ja, 3-3. Dat kan echt nog wel.”
Na rust voel je in Caribe de hoop gewoon wegwaaien door de open deuren. In haar rolstol pinkt Melvis Provence nog een traantje weg, ditmaal van verdriet na de zoveelste goal van Duitsland. Het wordt 7-1. „Er zijn ook veel meer Duitsers dan mensen uit Curaçao”, vindt Ilaria.