Om écht werk te maken van de natuur- en stikstofdoelen heeft Groningen 3,3 miljard euro nodig, maar de provincie wil niet langer met maatregelen wachten op Den Haag. Foto: Archief ANP/Marcel Antonisse
Terwijl politieke duidelijkheid uit Den Haag nog altijd op zich laat wachten, wil de provincie Groningen samen met de landbouw- en natuurorganisaties aan de slag met de natuur- en stikstofdoelen.
Daarvoor presenteerde landbouwgedeputeerde Henk Emmens (BBB) dinsdag een gebiedsplan Toekomst Landelijk Gebied. Dat plan is een optelsom van de projecten en initiatieven die natuur- en landbouworganisaties samen met de regionale overheden hebben ontwikkeld voor zeven deelgebieden in de provincie.
Alle plannen samen vergen een totale investering van 3,3 miljard euro, maar Groningen verwacht niet dat Den Haag die rekening dekt. Die kans is zo goed als verkeken nu de nieuwe coalitie van BBB, PVV, VVD en NSC een streep heeft gezet door het 24 miljard euro tellende ‘transitiefonds’ dat de vorige regering hiervoor opzij had gezet.
Bescheiden eerste start met ‘Pronkjewails’
Groningen kiest daarom nu voor een gefaseerde aanpak. Binnen de uiteenlopende investeringspotjes die het kabinet nog wel overeind houdt, wil de provincie alvast een start maken in afwachting van duidelijkheid over de koers die BBB-landbouwminister Femke Wiersma wil varen.
Daarbij zet Groningen vooral in op een reeks kleinere projecten waarmee al op korte termijn bescheiden natuur- en stikstofwinst valt te behalen. Deze ‘Pronkjewails’ richten zich bijvoorbeeld op een duurzame kringloop op boerenbedrijven. Daarbij zetten veehouders hun mest zoveel mogelijk in eigen regio af bij de akkerbouw.
Nog zo’n Pronkjewail richt zich op het optrekken van de grondwaterstand in het Zuidelijk Westerkwartier. Hier en elders in de provincie wordt dat nu nog door de waterschappen laag gehouden zodat boeren met hun zware machines het land op kunnen en geen gewasschade lijden.
Groningen doet het met wat er wél ligt
De keerzijde is dat kwetsbare veengrond uitdroogt en inklinkt en de bodem daalt. Tien boeren in de Tolberter Petten doen daarom mee aan een onderzoek dat moet uitwijzen of de grondwaterstand kan worden opgetrokken tot 20 of 40 centimeter onder het maaiveld, zónder dat zij daardoor grote schade lijden.
Deels kunnen zulke projecten worden gefinancierd uit de 60 miljoen die Den Haag al had toegekend aan Groningen, met name voor het terugdringen van de stikstofuitstoot door de landbouw en voor nieuwe mestverwerkingstechnieken. Ook voor andere technologische vernieuwing en natuurbeheer door boeren heeft het kabinet nog wel geld beschikbaar.
Opgeteld bij de populaire steunregeling voor boeren die investeren in schonere stalsystemen of veevoer met toevoegingen die de ammoniak in mest terugdringen, kan Groningen met het nieuwe maatregelenpakket een eerste begin maken, stelt Emmens. „En áls er uiteindelijk duidelijkheid uit Den Haag komt, hebben we een basis om verder op te bouwen.”
Gebiedsplan is basis om op te bouwen zodra kabinet eruit is
De gedeputeerde wil daarom de komende tijd door met de overlegtafels waar overheden, natuur- en landbouworganisaties inmiddels al twee jaar praten over maatregelen. Zo verwacht hij al op korte termijn een akkoord over een aankoop- en ruilsysteem waarmee grond van stoppende boeren over kan naar jonge collega’s die verder willen.
Natuur- en landbouworganisatie hebben zelf meegepraat en zijn dan ook opvallend eensluidend en positief over het gebiedsplan dat nu op tafel ligt. „Voor ons is het glas niet halfleeg maar halfvol”, zegt directeur Marco Glastra van het Groninger Landschap, na Staatsbosbeheer de grootste natuurbeheerder van de provincie.
Het is weliswaar „doodzonde” dat van de oorspronkelijke 24 transitie-miljarden ruim 14 miljard is wegbezuinigd door het kabinet, maar Glastra ziet ook binnen dat teruggesnoeide budget genoeg kansen om samen met de landbouw forse eerste stappen te zetten.
Na woede en frustratie nu bereidheid tot samenwerking
„Als het gaat om perspectief voor de natuur kan het allemaal wat enthousiaster en wervender, maar er ligt een basis om er in onderling vertrouwen wat van te maken”, zegt Glastra. „We kunnen moord en brand blijven schreeuwen, maar we gaan liever schouder aan schouder aan de slag.”
Dat is wel eens anders geweest. Vooral in het Westerkwartier verzette de landbouw zich de afgelopen jaren fel tegen de plannen van het Groninger Landschap en de provincie voor nieuwe natuur. Recenter liepen ook in Westerwolde boeren weg van de overlegtafel uit onvrede over de invloed van ‘de natuur’.
Inmiddels zijn zowel Glastra als LTO Noord-regiobestuurder Henk Hulshoff echter positief over samenwerking. „Laten we met elkaar zoeken naar oplossingen op maat”, zegt Hulshoff. Hij is bijvoorbeeld positief over de mogelijkheid voor natuurbeheerders en landbouw om gezamenlijk een ‘gebiedsofferte’ bij de provincie in te dienen waarin ze zich samen vastleggen op natuur- en stikstofdoelen.
Hoop voor échte problemen blijft gericht op Den Haag
Toch erkent ook de LTO-leider dat de hoop nog altijd vooral gericht blijft op het kabinet. Niet alleen voor financiële duidelijkheid, maar ook voor een oplossing voor de zogeheten PAS-melders, boeren die hun bedrijf hebben uitgebreid onder de belofte dat het met hun vergunning goed zou komen maar in onzekerheid zitten sinds de Raad van State die afspraken naar de prullenbak verweest.
Nóg veel dringender is volgens Hulshoff de aanstaande afbouw van de ‘derogatie’, de ontheffing voor Nederlandse veehouders om meer mest op hun land uit te rijden dan feitelijk is toegestaan volgens de EU-regels. Dat stelt ook een groot deel van de Groninger boeren voor kostenstijgingen die ze niet overleven als er geen handreiking komt.