Ook in eigen tuin kun je best edelweiss laten groeien. Foto: Shutterstock
Een aanvankelijk tamelijk obscuur rotsplantje heeft een bekendheid verworven die maar door weinig andere planten wordt benaderd. En laat dat Alpenplantje het met wat extra aandacht nu ook op zeeniveau doen.
Al vijftien jaar begeleiden mijn vrouw Meerim en ik botanische reizen naar de voormalige Sovjetrepubliek Kirgizië, een van de landen waar je edelweiss, want over dat plantje gaat het hier, in de vrije natuur kunt tegenkomen. Stiekem hebben wij een weddenschap waarin deze illustere plant een hoofdrol speelt. De weddenschap is niet óf iemand in de groep bij het zien van de eerste plant het beroemde Sound of Music-lied aanheft, maar wie. In al die jaren is dat nog nooit niet gebeurd.
Zoals wit in verschillende varianten voorkomt – gebroken wit, roomwit, melkwit – kent ook het edele wit van edelweiss verschillende uitvoeringen. De meest bekende soort Leontopodium alpinum, komt voor in de Alpen, Karpaten, Apennijnen en in de Pyreneeën. Een groot gebied, maar hij is toch nergens echt algemeen. Die zeldzaamheid wordt nog eens versterkt door het plukken door souvenirjagers.
Op een zonnige plek met rotsachtige bodem doet de edelweiss het ook in Nederland prima. Foto: Pixabay
Een gedroogde bloem op je hoed of revers is het bewijs dat je hoog in de bergen bent geweest. Want alleen daar is edelweiss van nature te vinden. Toch is deze, door kapitein Von Trapp bezongen plant geenszins de enige soort. Verspreid over de bergen van Eurazië komen zestig soorten voor, de meeste daarvan zullen we hier nooit onder ogen krijgen. Zij leiden een verborgen bestaan op de meest afgelegen en minst bereikbare plaatsen. Maar andere soorten zijn algemeen en hebben een groot verspreidingsgebied, zoals een sprekend op de Europese edelweiss lijkende soort die we onder andere in Kirgizië kunnen tegenkomen.
Speciale status
In veel van de landen waar edelweiss in de natuur te vinden is, geniet de plant een speciale status. Bijna overal in Europa zijn ze wettelijk beschermd en worden door de lokale bevolking gekoesterd. Als je er in de Alpen op let, zie je overal edelweissmotieven. Ik zag ze ingeweven in bretels, op Oostenrijkse 2-cent muntstukken en zag zelfs brandhout in edelweisspatroon gestapeld. Dat menig Alpenbewoner nog nooit zelf een hoge berg beklommen heeft om het plantje in het natuurlijke habitat te zien, doet niets af aan de enorme populariteit aldaar.
Volgens de verhalen gaat die voorliefde terug tot 1856, toen de Oostenrijkse keizer Franz Joseph I op de Grossglockner een edelweissbloem plukte voor zijn Sisi, keizerin Elisabeth. Het werd zelfs haar persoonlijke symbool. Op een staatsieportret uit 1865 staat ze afgebeeld met negen juwelen in edelweissvorm ingevlochten in haar weelderige haar. Als popster van haar tijd was dat genoeg een ieder op het eerder veronachtzaamde rotsplantje te wijzen. Er werden speciale reizen georganiseerd om zelf op een afgelegen alp ook een bloem te plukken, te drogen en aan een geliefde te geven.
Souvenirindustrie
Dat wilde en lukrake gepluk heeft de edelweissstand drastisch doen verminderen, op veel plaatsen is de plant zelfs lokaal verdwenen. Wie heden ten dage naar een Alpenland op vakantie gaat ziet souvenirwinkels vol met gedroogde bloemen, maar al te vaak in de meest wansmakige composities. Toch hoeft men niet te vrezen dat het hier uit het wild geroofde exemplaren betreft. Gelukkig zijn er edelweisskwekerijen, louter voor de souvenirindustrie.
De viltige beharing van de bladeren werkt als zonbescherming. Foto: Pixabay
Hoewel edelweiss zeker niet de gemakkelijkste tuinplant is, een zonnige rotstuin is beslist een vereiste, is het ook niet onmogelijk ze in ons land tot bloei te brengen. In tuincentra koop je ze vaak al in bloei, maar deze tere kasplanten blijken tamelijk nukkig.
Gekweekt in turfhoudende grond en met een overmaat aan water opgejaagd, blinken dergelijke planten beslist niet uit in langlevendheid. Veel beter is het ze zelf te zaaien. Zaad is via het internet te koop en het zaaien is best eenvoudig. Iedereen die over enigszins groene vingers beschikt kan het proberen.
Door de planten zonder teveel mest op te kweken in een stenige potgrond, krijg je afgeharde exemplaren die de verplanting naar een zonnige, droge en gedraineerde standplaats in de (rots)tuin beter doorstaan. Een alternatief zijn stenen potten, nog steeds gevuld met een stenig en doorlatend grondmengsel, waarin ze prima presteren.
De viltig behaarde bladeren zijn een teken dat het planten zijn die veel zon verdragen en verwachten. Als een soort natuurlijke zonnebrandcrème beschermt de witte viltlaag de bladeren tegen verbranding. Boven op een alp kan de koperen ploert ongenadig branden. In onze contreien is de lichtintensiteit lager, net als de hoeveelheid uv-straling, waardoor edelweiss bij ons beslist in de zon moet staan om te kunnen gedijen.
Brian Kabbes
Brian Kabbes is – samen met zijn vrouw Meerin – kweker van botanische rariteiten en tuinpublicist.