De kersenbloesem staat op punt van 'uitbarsten'. Foto: Pixabay
Het voorjaar is naast een periode van ontluikend leven, ook een tijd van goede voornemens. Nieuwe tuinplannen worden geboren en tal van planten aangeplant.
Zelf heb ik elk voorjaar de onstuitbare drang fruitbomen en -struiken te planten. Misschien zijn het de voor een habbekrats aangeboden fruitboompjes in supermarkten, misschien mijn wens het nuttige met het aangename te verenigen.
Veel fruitbomen hebben een spectaculaire bloei, denk maar aan appels, peren en kersen, geven structuur aan een tuin en zorgen ook nog eens voor schaduw. Je zou de oogst van de vruchten dan bijna als bonus kunnen gaan zien.
Door de jaren heen heb ik een flink aantal fruitbomen geplant. Opgekweekt uit uitgespuugde appel- en perenpitten. Als impulsaankoop aangeschaft in supermarkten, of meegebracht als vakantiesouvenir uit buitenlandse tuincentra. Ik tuinier al zo lang dat een aantal van die bomen ondertussen kleine woudreuzen is geworden.
Daardoor is het plukken van de appels in mijn Fuji-zaailingen een spannende en hachelijke onderneming geworden. Maar geen nood, uit de appels van deze gezaaide bomen heb ik weer zaden gepulkt en opnieuw gezaaid, waardoor deze moederbomen nu grootmoeders zijn geworden.
Bloeiende abrikozenboom. Foto: Pixabay
Lekker fruit
In al mijn aanplantingen, impulsief of weldoordacht, heb ik altijd één streng selectiecriterium nagestreefd. De vruchten die aan de geplante bomen en struiken gaan groeien moeten wel lekker zijn. Ik heb diepe bewondering voor mensen die het gelukt is om rode en zwarte bessen lekker te vinden, mij is dat geluk nooit ten deel gevallen. Dergelijk fruit plant ik niet.
Ook hou ik niet van bramen en frambozen, dus ook deze fruitsoorten zijn van aanplant uitgesloten. Maar voor een smakelijke appel, peer, pruim, perzik, kers of abrikoos ben ik altijd in. Mijn collectie is met deze soorten danig groeiende.
Elk voorjaar opnieuw plant ik jonge boompjes aan, en elke herfst zaag ik rigoureus om wat ondermaats presteert. Zieke bomen of exemplaren met smakeloze, of nog erger, vieze vruchten, worden brandhout. Daardoor kan ik op een relatief klein oppervlak toch veel fruitbomen kwijt.
Vetreserve
In het voorjaar is de fruitgaard een bloeiend lustoord, in de herfst een cornucopia. Er groeit zoveel fruit dat zelfs de spreeuwen en merels het niet allemaal op kunnen eten. Dierenliefhebber die ik ben, deel ik mijn oogst graag met vogels, muizen en vossen. Al deze dieren hebben er ook niet om gevraagd als vogel, muis of vos geboren te worden, en doen allemaal hun uiterste best de koude winterperiode te overleven. Een door overdadig fruiteten gekweekte vetreserve is daarbij een geweldige hulp.
Ook om die reden heb ik fruitbomen. Natuurlijk is het slikken als ik na ruim vijftien jaar elke herfst verheugen op witte perziken, ook dit jaar moet constateren dat de spreeuwen me weer voor zijn geweest. Er blijft dan weinig anders over dan je stompzinnig, en tegen beter weten in, te verheugen op de oogst van volgend jaar.
De perzik in volle bloei. Foto: Pixabay
In het plantsoen
Fruitbomen hebben als plezierige bijkomstigheid dat er altijd wel een exemplaar in een tuin past. Kleine soorten desnoods in een ruime pot of emmer op het balkon. Zelfs toen ik in mijn studietijd op kamers woonde en geen tuin had, had ik al een fruitgaard. Op het gevaar af dat ik mij nu op juridisch glad ijs begeef, kan ik bekennen, fruitbomen in gemeentelijke plantsoenen te hebben geplant.
Grote exemplaren, inclusief boompaal die prompt door de betreffende gemeente werden aangezien voor hun eigen aanplanting en daardoor geadopteerd. Jarenlang heb ik appels en peren gegeten van mijn boom in andermans plantsoen. Ik durf het te bekennen om dat ik aanneem dat mijn wandaad ondertussen vergeven is. De betreffende bomen zijn jaren geleden aan stadsuitbreiding ten prooi gevallen en gekapt.
Sinds ik zelf een tuin heb hoef ik geen toevlucht meer te nemen tot dergelijke praktijken. Met gulle hand plant ik erop los. Een bedje aardbeiplanten hier, een pitloze druif daar. Een vijftal Siberische kiwi’s zijn aan mijn aandacht ontsnapt en hebben ondertussen een hele houtwal in beslag genomen. De vruchten zijn heerlijk, vol van smaak, helaas kan ik alleen een paar plukken die bereikbaar zijn. Het gros moet ik aan foeragerende spreeuwen laten. In een halve dag vreten ze de oogst van een heel jaar op. Ik kan dan een glimlach niet onderdrukken. Spreeuwen kiezen overduidelijk, net als ik, ook voor lekker!