Tom Sandijck bij het nog afgedekte gedenkteken voor Luit Kremer en Esmée van Eeghen. Foto: Corné Sparidaens
Het is een weinig opvallende plek aan het Van Starkenborgkanaal bij Groningen. Hier beleefden twee mensen van 24 en 26 jaar hun laatste momenten. Dat gebeurde 82 jaar geleden.
Het zonnetje schijnt aan de noordoever van het Van Starkenborghkanaal, waar enkele mannen bezig zijn met het plaatsen van een gedenkteken. Het heeft de omvang van een bescheiden grafzerk en wordt met een kleine kraan voorzichtig op zijn plek gehesen. De steen vormt een blijvende herinnering aan twee jonge verzetsmensen die hier op brute wijze werden vermoord.
Tom Sandijck (71) en Hessel de Walle (67) kijken toe. De Walle schreef een biografie over Esmée van Eeghen, een intrigerende vrouw die in Friesland bij de ondergrondse zat. Hier, aan de oever van het kanaal, werd ze op een avond in september 1944 door zeven kogels geveld. Direct daarna volgde Luit Kremer.
Tom Sandijck (l) en Hessel de Walle bij het momument. Foto: Corné Sparidaens
Beschuldigd van verraad
Over Van Eeghen is al veel gezegd en geschreven. Ze was een flamboyante vrouw die voor het verzet in Friesland werkte, en een relatie kreeg met een Duitse officier. Ze werd ten onrechte beschuldigd van verraad. Haar naam is enkele jaren geleden van alle blaam gezuiverd.
„Natuurlijk, het gedenkteken is ook bedoeld voor Van Eeghen”, zegt De Walle. „Maar we willen nu met name Luit Kremer de aandacht schenken die hij verdient, want zijn rol in het verzet is onderbelicht gebleven.”
En dat terwijl de gevolgen van de moord op Luit doorwerken tot op de dag van vandaag, zo blijkt.
Luit Kremer. Eigen foto
We willen met name Luit de aandacht schenken die hij verdient
Luit komt in 1920 ter wereld in Uithuizen. Hij verhuist op jonge leeftijd naar Een, waar zijn vader een aanstelling als onderwijzer krijgt. Luit groeit op in een christelijk nest; zijn geloof is een van zijn belangrijkste drijfveren om zich aan te sluiten bij de verzetsbeweging. Luit wordt lid van de Knokploeg Noord-Drenthe.
Overvallen op distributiekantoren
Deze knokploeg helpt op allerlei manieren bij het onderbrengen en onderhouden van onderduikers. Luit is betrokken bij overvallen op distributiekantoren, waarbij voedselbonnen worden buitgemaakt. Op 10 juli 1944 gaat het verschrikkelijk mis.
De overval op een distributiekantoor in Grootegast loopt spaak. Een politieman die wil ingrijpen wordt door de overvallers in paniek doodgeschoten. In de chaos daarna verliest Luit zijn persoonsbewijs. Niet veel later vindt de Sicherheitsdienst het document.
Nu de Duitsers weten wie hij is en waar hij woont slaat Luit op de vlucht. Zijn moeder, zus en broer worden opgepakt en gevangen gezet. Ze zouden negen weken lang worden vastgehouden. Vader weet te vluchten en onder te duiken in Oudeschip. Jongste zus Diny wordt bij het uitgaan van de school opgevangen door een bevriend echtpaar.
Luit wordt herkend door een landwachter
Luit Kremer loopt uiteindelijk in Emmen tegen de lamp. Een landwachter die net als hij opgroeide in Een herkent hem, en de SD pakt hem op. Luit komt vast te zitten in Assen waar hij een cel deelt met twee anderen. Op een avond moet de jonge verzetsman met een opperluitenant mee voor verhoor. „Nou jongens, ik hoop tot straks”, zegt hij tegen zijn celgenoten. Maar hij keert niet terug.
Luit wordt overgebracht naar het beruchte Scholtenhuis aan de Grote Markt in Groningen, het hoofdbureau van de Sicherheitsdienst (SD) en de Sicherheitspolizei voor het hele noorden. Daar zit ook Esmée van Eeghen vast. Op de avond van zeven september 1944 worden beiden uit hun cel gehaald en in een auto gezet. Bestuurder is Untersturmfürher Knorr. Andere inzittenden zijn de beruchte broers Pieter Johan en Carel Klaas Faber, beiden lid van de SD.
Esmée van Eeghen Foto: familie Schimmelpenninck van der Oye
Na een rit door de Ebbingestraat richting Bedum houdt de auto stil bij het Van Starkenborghkanaal en worden Esmée en Luit gedwongen uit te stappen. Onmiddelijk daarna schiet Knorr de verzetsvrouw dood, en niet veel later vuurt Pieter Johan Faber meerdere schoten af op Luit. De twee lijken gooien ze in het water.
Door het gedenkteken kan het verhaal weer gaan stromen
In de dagen daarna worden de lichamen gevonden en begraven in een tijdelijk graf in Noorddijk. Van Eeghen wordt in augustus 1944 herbegraven in haar geboorteplaats Baarn. Pas in mei 1945 wordt duidelijk dat het andere lichaam in het tijdelijke graf van Luit is.
Moord werkt nog lang door in de levens van nabestaanden
De verloofde van Luit, Janny Apotheker, is de klap van het verlies van haar toekomstige echtgenoot nooit te boven gekomen. Na de oorlog leeft ze afgezonderd in een woning in Eelde, waar ze langzamerhand vervuild raakt. Ze overlijdt in 1995.
Luit Kremer en zijn verloofde Janny Apotheker Foto: onbekend/via Ada Wolfis
Alex Helmantel (63) is de zoon van Diny, de jongste zus van Luit. Ruim tachtig jaar na dato ondervindt hij nog steeds de gevolgen van de executie van zijn oom Luit. Het drama heeft zich ongemerkt onderhuids vastgezet.
Moeder Kremer heeft het verhaal van Luit haar hele leven met zich meegedragen. „Vooral rond jaarlijkse dodenherdenking heerste er een beladen sfeer en kon je haar niet bereiken”, herinnert Helmantel zich.
Volgens hem heeft zijn moeder na de oorlog nooit goed met haar gevoelens om kunnen gaan. Ze is daarvoor zelfs op hoogbejaarde leeftijd nog in therapie gegaan. „Ik heb haar altijd gespaard, over gevoelige zaken kon ik niet met haar praten. Daardoor raakte ik afgeleid van mezelf, daarin ben ik een patroon gaan ontwikkelen.”
Het graf van Luit Kremer in Een. Foto: DVHN
Dat leidde enkele jaren geleden tot een burn-out, stelt Helmantel. Inmiddels heeft hij zijn weg omhoog weer gevonden. Zijn baan bij de GGZ zegde hij op. „Ik wil me niet langer altijd maar verplaatsen in anderen en werk nu als buschauffeur. Ik heb dus letterlijk het stuur in eigen handen genomen.”
‘Het kan weer gaan stromen’
Helmantel denkt dat het gedenkteken bij het Van Starkenborghkanaal louterend kan werken. „Het verhaal van Luit is na de oorlog gestold geraakt in de tijd, nu kan het weer gaan stromen.”
Tom Sandijck dekt de zerk direct na de plaatsing af met vuilniszakken en duct tape. Die zakken worden zaterdag vervangen door de Nederlandse vlag, waarna het gedenkteken onthuld wordt. Daarbij zijn familieleden van beide verzetmensen aanwezig. Sandijck: „Ik denk dat er zeker tranen zullen gaan vloeien.”