Louis van Rotterdam stopt na 48 jaar als dierverzorger. Foto: Jari Leijssenaar
Na bijna een halve eeuw tussen zeeleeuwen, pinguïns en ijsberen neemt dierverzorger Louis van Rotterdam afscheid van Wildlands in Emmen. Een gesprek over doorzettingsvermogen, poepruimen, loslaten en de magische werking van mayonaise. „Vroeger knuffelden we meer met de dieren.”
Als kind had hij al iets met dieren. Thuis hield Louis van Rotterdam onder meer cavia’s, parkieten, vissen en een hond. „Dat mocht van mijn ouders.” Toch lag het niet voor de hand dat hij later dierverzorger zou worden. De Emmenaar houdt namelijk ook erg van techniek. Of specifieker: autotechniek. Automonteur leek daarom een logische keuze. Maar pa en ma zagen dat niet zitten.
De reden was op zich plausibel. „Het zicht in mijn ene oog is verminderd,” vertelt hij. „Dat had ik al op jonge leeftijd. Het maakte me kwetsbaar. Mijn ouders leek het om veiligheidsredenen beter dat ik een andere afslag nam. Eentje waarbij je bijvoorbeeld niet hoeft te lassen, zodat ik mijn goede oog niet onnodig aan risico’s blootstelde.” Toen was de keuze voor dierverzorging snel gemaakt.
Vroege vogel
We spreken hem tijdens zijn laatste arbeidzame week in Wildlands. Een werkdag begint voor Van Rotterdam nooit op de reguliere tijd. Hij is er al een uur eerder. „Om half zeven ben ik in het park. Dat eerste, vroege uur is voor mezelf,” vertelt de dierverzorger. „Dan is hier nog heerlijk stil en doe ik rustig mijn rondje.” De laatste tijd is dat bij de nijlpaarden, neushoorns en de leeuwen. Die roofdieren zijn volgens hem geen ‘onberekenbare killers’, maar beesten met duidelijke patronen. „Eén leeuw komt altijd als eerste kijken. Daarna volgt de rest. Je begroet elkaar altijd even,” zegt hij luchtig.
Waarin heeft u meer vertrouwen: mensen of dieren?
„Wil je een eerlijk antwoord? Dieren. Die zijn altijd eerlijk en oprecht. Ze hebben geen dubbele agenda’ en zullen je nooit bedonderen. Natuurlijk moet je wel altijd beseffen dat het geen huisdieren zijn. Maar ik vertrouw een neushoorn meer dan een mens.”
Wat zijn uw favoriete dieren?
„Zeeleeuwen en pinguins. Ze zijn intelligent, speels, nieuwsgierig. Vroeger, ten tijde van het oude park, gooide ik ’s ochtends wel eens groene zeep op de vloer. Gingen de zeeleeuwen met een rotgang glijden. Spelen is belangrijk, ook voor dieren. Sommige zeeleeuwen wisten ook precies hoe ze ongezien de keuken in moeten glippen. Op zoek naar de visvoorraad. Dan kwamen ze soms met de bek vol makrelen weer terug.”
Zijn er ook dieren waar u niets mee heeft?
„Bavianen. Sorry voor de liefhebbers. Misschien zie ik er wel te veel van mezelf in, haha.”
Toen u in het vroege voorjaar van 1978 solliciteerde voor de functie van dierverzorger in het Noorder Dierenpark, gebeurde er iets leuks.
„Ja, voorafgaand aan dat gesprek had ik al mijn eerste dierenactie. Een eend stak toen de Hoofdstraat over met zestien of zeventien kuikens achter zich aan, terwijl het verkeer heen en weer reed. Met een paar anderen hebben we toen de auto’s tegengehouden, zodat moeder met haar kroost veilig de overkant van de straat kon bereiken. Ik heb daar in het sollicitatiegesprek ook over verteld. Of het verschil heeft gemaakt, weet ik niet. Maar ik kreeg de baan wel.”
Louis van Rotterdam: „Ik kan best koppig zijn, al kan dat ook een goede eigenschap zijn. Want je moet ook niet alles zo maar aannemen." Foto: Jari Leijssenaar
Gewond
Van Rotterdam - volgende week wordt hij 67 - kan zijn dieren ‘lezen’. Als er binnen een kudde, roedel of kolonie iets staat te gebeuren, ziet de dierverzorger dat. „Je moet altijd wel goed opletten, maar in principe word ik niet overvallen door het gedrag van dieren.” Toch is dat geen waterdichte garantie, leerde het verleden. Van Rotterdam raakte een keer gewond toen hij klem kwam te zitten tussen een gewichtige zeeleeuwenman en de muur van een doorgang. „Er krakte toen iets.”
Hij liep een ernstige knie- en onderbeenblessure op en was daar al met al een jaar zoet mee. „Dat was heftig, maar geen moment dacht ik: dit werk wil ik niet meer.” Om toch wat te doen te hebben, ontwierp hij een kippenhok voor de kinderboerderij in het dierenpark dat zich toen nog in het centrum van Emmen bevond. De latere verhuizing naar het Raadhuisplein noemt hij een hoogtepunt. „Het Noorder Dierenpark was weliswaar knus, maar we groeiden er uit ons jasje. Verkassen was noodzakelijk. De dieren hebben nu prachtig de ruimte, met grote verblijven.”
Wat was een dieptepunt in uw lange loopbaan?
„Het gebeuren met de zeeleeuwen, in 2006 en 2007. Vreselijk vond ik dat...”
Van Rotterdam valt even stil en vecht tegen opwellende tranen. „Sorry hoor, dat beeld van het lege bassin grijpt me nog steeds aan”, zegt hij. De situatie, zo’ n twintig jaar geleden: bij een overleden zeeleeuw werd zoogdieren-tbc (tuberculose) gevonden. Het dierenpark in Emmen liet vervolgens alle 27 manenrobben inslapen. Behandeling van de beesten was bijna onmogelijk. Ook verzorgers van de zieke zeeleeuwen waren besmet geraakt met de bacterie. Van Rotterdam zat in quarantaine en slikte medicijnen.
„Ik heb de meeste van die dieren geboren zien worden,” vervolgt de dierverzorger. „Het doet wat met je als ze vervolgens stuk voor stuk worden opgehaald.” Hij wilde zelf de laatste drie zeeleeuwen wegbrengen en de boel schoonmaken, als een soort afsluiting van deze nachtmerrie. „Maar emotioneel lukte me dat niet... Onwillekeurig raak je zó gehecht aan deze dieren.”
Mayonaise
Met 48 jaar ervaring weet hij onderhand wel wat de beesten willen en leuk vinden. Dat zorgt soms voor verrassende inzichten. Neem de magische uitwerking van mayonaise op ijsberen. „Daar doen ze bijna alles voor,” lacht Van Rotterdam. In het verleden heeft hij ooit eens een test gedaan met beren om te zien waar ze op afkomen. „Tomaten laten ze links liggen, maar honing, vruchten, pindakaas en chocola bleken wel in trek.”
Wat is de belangrijkste karaktereigenschap die een dierverzorger moet hebben?
„Doorzettingsvermogen. Vooral als het gaat over diersoorten die jongen krijgen. Die redden het namelijk niet allemaal. Dat kan frustrerend zijn. Het is soms een strijd om te achterhalen waarom het misgaat. Ik kan me echter goed vastbijten in de waaromvraag. Verder documenteer is zo’n beetje alles wat er gebeurt. In dat licht ben ik van de oude stempel. Ik houd van dieren, maar ook van een goed stuk vlees op mijn bord, haha. Bij de jongere generatie verzorgers zie je meer vegetariërs. Ook prima.”
En hoe karakteriseert u zichzelf?
„Ik kan best koppig zijn. Je moet niet alles zo maar aannemen. Soms heb ik discussies met dierenartsen. Niet om gelijk te krijgen, want ik heb het ook wel eens mis. Maar belangrijk is dat je over dingen nadenkt en het er met elkaar over hebt. Mensen interpreteren dat nogal eens als eigenwijs of halsstarrig.”
Veel mensen hebben een heel romantisch beeld van uw werk.
„Klopt. Dat het alleen maar aaien en knuffelen is. Onzin. Dierverzorging is observeren, voeren, gezond houden. En schoonmaken. Poepruimen. Veel poepruimen. Elke dag opnieuw.”
Louis van Rotterdam heeft in de voorbije 48 jaar heel wat poep opgeruimd. "Het houd me fit." Foto: Jari Leijssenaar
Enig idee hoeveel kilo poep u in die 48 jaar heeft opgeruimd?
„Ha, leuke vraag. Maar ik heb geen idee. Dagelijks scheppen we zo’n 250 kilo in meerdere kliko’s en dat gedurende ongeveer 200 dagen per jaar. Dus reken maar uit. Ach, het houdt me fit. Een sportschool heb ik niet nodig.”
Is uw werk in de loop der tijd ook wezenlijk veranderd?
„Niet echt. Oké, vroeger knuffelden we meer met dieren. Mag eigenlijk niet. Zeker niet met neushoorns. Er moet altijd een barrière zijn tussen de verzorger en het dier. Dat is veiliger en zorgt voor minder stress. Als een neushoorn onderweg is van het nachtverblijf naar buiten, moet je dóór. Niet stilstaan. Maar onlangs, toen het de laatste keer was dat ik bij de neushoorns was, tja, toen heb ik het toch gedaan. Knuffelen is een groot woord, maar even aaien wel even.”
Hij haalt zijn schouders op. „Kijk, ik ben ook gewoon een mens met gevoel.” Steeds meer dringt het tot hem door dat het dagelijkse contact met de dieren voorbij is. Dat hij moet stoppen. Dat de beesten hem niet meer zien of op hem wachten. Een hard gelag, na 48 jaar. „Maar,” zegt Van Rotterdam, „het is goed zo.”
En nu?
„Met pensioen dus, al klinkt dat nog wat onwerkelijk. Ik krijg wel meer tijd voor reizen. Schotland, Argentinië. Pinguïns en zeeleeuwen in het wild zien. Genieten van het leven. Motorrijden. Daar kijk ik ook naar uit.”
Toch wordt de navelstreng met Wildlands nog niet volledig doorgeknipt. Van Rotterdam, zeer ervaren bij het transport van dieren, houdt nog wel een nulurencontract. „Ze mogen mij in voorkomende gevallen altijd bellen. Graag zelfs.”
Paspoort
Geboorteplaats: Delfzijl
Geboortedatum: 13 mei 1959
Woonplaats: Emmen
Burgerlijke staat: relatie met vriendin Els, vier kinderen
Opleiding: Dierverzorging in Barneveld, gekoppeld aan de Middelbare Landbouwschool.