Toen Robert in 2008 Sophia ontmoette bij de toiletten van Het Feest, wist hij dat ze voor elkaar waren bestemd. Maar hij moest eerst ‘eem pissen’. Robert leefde in het moment, altijd. Tot zijn veel te vroege dood op kerstavond.
Sommige mensen zeggen: ‘Als je maar gezond bent’. Dat klopt niet. Want ook toen Robert Landwehr ziek was – de laatste zes jaren van zijn leven – waren hij, Sophia, Benjamin, Romée en Marley gelukkig. Je kunt beter zeggen: ‘Als je maar liefde hebt.’
Robert was liefde. Robert was puur. In de vriendengroep uit Uithuizermeeden was het eerst weleens gek dat Robert je zomaar een zoen op de wang kon geven. Of dat-ie zei: ‘Ik hou van je’. Mannen onder elkaar zijn dat misschien niet zo gewend. Maar zo was Robert.
Misschien kwam die puurheid door zijn ziekte. Wie weet kwam het wel doordat Robert al op 8-jarige leeftijd de dood in de ogen had gekeken. Hij vertelde dat hij God had gezien en dat rotsvaste geloof hield hij. ‘Denk er om: ik ga God zien, Hij bestaat’, vertelde hij zijn ouders in zijn laatste dagen. Hoe het kwam wist niemand, maar Robert had altijd al iets extra’s gehad.
In de jeugd werd hij gescout door profclubs
Robert was overal goed in. Dat was natuurlijk niet zo, maar als hij ergens níet goed in was, deed hij dat gewoon niet meer. Of het nou Kolonisten van Catan met vrienden was, midgetgolf met Sophia, darts met Krijn, Fifa tot diep in de nacht met Otto, Robert won vaak. En liet dat daarna ook maar wat graag weten. Een dag later kon-ie je zo plagen: ‘Wat was ik gister goed, hè!’ Met die grijns op zijn gezicht.
Met voetbal had Robert het verder kunnen schoppen dan spits van De Heracliden 1. In de jeugd werd hij gescout door profclubs, zijn talent droop er vanaf. Maar Robert legde de lat zó hoog, dat hij vaak aan de druk ten onder ging. Het harde voetbal op het veld lag de technisch begaafde Robert niet. Nadat hij zijn kruisband afscheurde, koos hij voor zaalvoetbal. Daar beleefde hij – tot z’n 35ste – zijn mooiste jaren, helemaal in het seizoen waarin ze promoveerden naar de hoofdklasse.
In de jeugd bij De Heracliden werd Robert gescout door profclubs, zijn talent droop er vanaf. Foto: aangeleverde foto
Zijn jeugd speelde zich af in Uithuizermeeden, waar Robert Martinus op 16 augustus 1983 – na twee zoons – als cadeautje in het gezin van Hans en Trijntje werd geboren. Het geluk werd ruw verstoord toen Johan, zijn oudste broer, een bult ontdekte op de rug van de 8-jarige Robert. Het bleek een tumor in een van zijn ribben. De rib werd verwijderd en het kereltje herstelde wonderwel.
Met de bal aan de voet
Zo ging Robert, met de bal aan de voet, een onbezorgd leven tegemoet. Alleen het litteken op de rug herinnerde later nog aan de ziekte. Robert had al die ellende achter zich gelaten en het leven lachte hem toe. Hij ontpopte zich als tiener tot een gangmaker, een kernpunt in de vriendengroep in het dorp. Ze voetbalden en gingen uit in 538 in Uithuizen of in de Kombuis in Uithuizermeeden.
Robert werd ‘Macho’, een verbastering van de Italiaanse voetballer Roberto Baggio. Maar de bijnaam kon niet los worden gezien van wie Robert was: een bink, met oorbelletjes. Een stoere, knappe jonge kerel die vanaf zijn zeventiende, achttiende geen klagen had over vrouwelijke aandacht. Robert genoot volop van al het mooie dat het leven kon bieden. Thuis hadden Hans en Trijntje wel eens zorgen over Robert; hij zou zijn leven toch niet vergooien?
Achter die eigenzinnige, ijdele Robert ging ook een kwetsbare jongen schuil. Foto: aangeleverde foto
Maar zo was Robert niet. Als je met hem op stap was, was er nooit rottigheid. Hij was een kei in het contact maken met anderen, sprak iedereen aan. Dus als ze met de vrienden naar Sunsation in Middelstum gingen, raakten ze in mum van tijd aan de praat met de meiden. Dan was Robert op z’n best.
Achter die eigenzinnige, ijdele Robert ging ook een kwetsbare jongen schuil. Zo beschermend als hij was voor Hendrik Jan, zijn vier jaar oudere broer met een licht verstandelijke beperking, was tekenend. Als je aan Hendrik Jan kwam, kwam je aan Robert, die dan snel lichtgeraakt was.
Een kolfje naar de hand voor de onbevangen Robert
Na het voortgezet onderwijs in Winsum ging Robert werken in de supermarkt. Eerst in Uithuizermeeden, daarna in Groningen, waar hij een appartement had gekocht aan de Madame Curiestraat. En hoewel hij geen studiebol was, pakte hij een BBL-opleiding detailhandel (werken en leren) op. Via de Belastingdienst en JDE Koffie werd Robert accountmanager bij Abiant. Daar deed hij aan relatiebeheer.
Dat was een kolfje naar de hand voor de onbevangen Robert, die altijd al zo makkelijk contact maakte met mensen. Hij bezocht zijn klanten met oprechte interesse en hij zag bovendien dat zijn aanpak werkte. Zelfs tot het einde van zijn leven wilde hij de beste zijn in zijn werk.
Maar de belangrijkste wedstrijd won hij op een avond in Het Feest, waar hij Sophia tegenkwam. Kerst 2008 vierde het stel in Londen. In het hotel vroeg hij haar of ze verkering wilde. Ze zei ja. Hij kon niet geloven dat hij voortaan met zo’n prachtige vrouw aan zijn zij door Groningen mocht lopen.
In 2008 ontmoette Robert Sophia, zijn droomvrouw. Foto: Eline Onstenk
Met die droomvrouw ging Robert Landwehr op zijn 24ste een volgende levensfase in. Vriend en huisgenoot Krijn moest aan de Madame Curiestraat plaats maken voor Sophia en zoals Robert dat kon, zette hij de knop om: de vrouwenjager ging nu bouwen aan hun toekomst.
Die toekomst lag in Oostwold, waar ze een nieuw te bouwen huis met tuin kochten. Tijdelijk verhuisden ze naar een boerderij buiten Uithuizermeeden. Ze zagen de seizoenen van dichtbij, ze wandelden en genoten van de vogels en de natuur. Het geluk kon niet op: hij trouwde op 6 oktober 2017 met de vrouw van zijn dromen en zij schonk hem op 13 december de zoon die hij zo graag wilde: Benjamin.
Complicaties
In 2018 werd Robert getroffen door een aangezichtsverlamming. Dat zijn mondhoek wat scheef hing, was niet makkelijk voor de ijdele Robert, maar de toekomst leek het jonge gezin toe te lachen. Helemaal toen Sophia weer zwanger raakte. Maar op de ochtend dat zij trakteerde op haar werk, belde Robert met de uitslag van een scan: de vage rugklachten waarmee hij de laatste tijd kampte, waren het gevolg van een tumor in de ruggenwervel, met tien uitzaaiingen in de longen.
Een operatie volgde in de zomer van 2019, maar er ontstonden complicaties. Die waren er ook in de zwangerschap: het kindje had een afgesloten darm en er was een grote kans dat het het Syndroom van Down had. De gesprekken met diverse specialisten liepen door elkaar heen. Op 2 oktober werd Romée geboren. Robert belde familie en vrienden om het blijde nieuws te vertellen: ‘Romée is een meisje met het Downsyndroom, ze is perfect en we houden van haar’, vertelde hij. En: ‘Ze kan zich geen betere plek wensen dan ons gezin, wij kunnen haar alles geven wat ze nodig heeft’.
Groen licht
Een dag later werden vader en dochter tegelijkertijd urenlang geopereerd in het UMCG. Na vijf weken en een dag kwamen ze weer thuis in Oostwold.
Na de ruggenwervel werd Robert in Leiden geopereerd aan zijn longen. Bij een controle zagen artsen daarna de tumor in Roberts rug terug. De moed zakte henin de schoenen bij de zoveelste tegenslag. Maar toen ze langs het water bij De Poffert zaten, belde de chirurg. Hij zei: we gaan het weghalen. Na een operatie en 25 bestralingen werd Robert schoon verklaard. Het licht stond op groen voor een derde kind. Het stel proostte met champagne en pakte de racefiets voor een tocht langs de Friese elf steden.
Het licht stond op groen voor een derde kind. Het stel proostte met champagne en pakte de racefiets. Foto: aangeleverde foto
Wat was de tijd in Friesland zorgeloos geweest. ‘God, wat er ook gebeurt, ik ben zo dankbaar dat we dit samen doen’, zei Sophia. Ze waren bezig met nieuw leven. De zon scheen.
Alleen die hoofdpijn…
Maar niemand sloeg echt acht op de klachten die Robert had. De fysiotherapeut en de huisarts zeiden dat er niets aan de hand was. Zou er iets in mijn hoofd zitten, vroeg Robert. Maak je maar geen zorgen, antwoordde de oncoloog. Toen verminderde zijn zicht. De opticien kon niks vinden, de oogarts ook niet. Toen zag Robert niks meer met een oog. Een spoedscan op 25 februari van 2022 gaf uitsluitsel: de kanker zat overal in zijn hoofd. Toen Robert en zijn vader in Oostwold kwamen bij de zwangere Sophia, zei hij: ‘Ik ga Marley nooit zien’.
Vanaf toen ging het slechter en slechter. De tumoren tastten zijn zicht en zijn gehoor aan. Bij het uit bad stappen brak hij pardoes zijn linkerarm. Maar Robert had een goede dag op 14 mei, de dag dat Marley Hope werd geboren.
Robert knuffelt met zijn kinderen, Benjamin, Romée en Marley. Foto: aangeleverde foto
Hoe slecht het ook ging, Robert Landwehr lééfde. Hij bleef Robert, altijd honderd procent Robert. Met zijn standaardgrap dat Sophia een operatie wachtte: het gat in haar hand. Terwijl juist híj kosten noch moeite spaarde om een groot feest van het leven te maken: het uitbreiden van hun gezamenlijke verzameling Nike-schoenen, sinterklaascadeaus, de laatste verjaardag van Benjamin, het kon niet op.
Misschien schoof hij de dood voor zich uit, was het zijn manier om met zijn ziekte om te gaan. Maar altijd bleef Robert in het moment, maakte hij zich druk om futiliteiten, om Ajax. ‘Zijn’ Ajax. Twee weken voor zijn overlijden regelde vriend Marco dat een wensambulance hem naar Ajax-Lazio bracht. Marco, een rasechte Feyenoord-supporter, vergezelde hem. ‘Ben ik toch de enige die Nino in de Arena heeft gekregen’, pochte Robert. Altijd weer die wedstrijd.
Maar Roberts wedstrijd naderde het einde. Hij was op, moegestreden. Het was klaar.
Toen was geluk heel gewoon
Tot het eind leefde hij in het moment. Toen Otto enkele uren voor zijn dood aan zijn bed zat, begroette Robert hem zoals hij altijd had gedaan: ‘Harmsen’. De twee hadden elkaar altijd – niemand wist waarom – ‘Stokvis’ en ‘Harmsen’ genoemd, naar de personages uit de tv-serie Toen was geluk heel gewoon.
Toen Robert op kerstavond was overleden, ontspande zijn gezicht. Alsof al het lijden in één klap verdween. Hij straalde rust uit.
Terwijl alles besproken was, wilde Sophia haar Robert nog zoveel zeggen. Maar het kon niet meer. Voortaan moesten ze verder zonder hem.