De provincie Groningen vraagt de zogeheten PAS-melders geen leges voor de nieuwe vergunning die ze moeten aanvragen voor hun boerenbedrijf. Foto: Archief/ ANP
De 160 Groninger PAS-melders die een nieuwe vergunning voor hun boerenbedrijf moeten aanvragen, hoeven de provincie geen leges te betalen.
In navolging van Gelderland en Noord-Holland brengt Groningen geen kosten in rekening aan boeren die in de problemen zijn geraakt door de vernietiging van het landelijke Programma Aanpak Stikstof door de Raad van State. Op grond van die regeling konden landbouwers hun bedrijf uitbreiden zonder vergunning. Een simpele melding volstond.
Sinds de Raad van State daar in 2019 een streep doorheen haalde zitten duizenden PAS-melders in het land, en een kleine 160 in Groningen, in onzekerheid over het voortbestaan van hun bedrijf. Zij moeten formeel een nieuwe natuurvergunning aanvragen, maar daar is op grond van de huidige stikstofregels feitelijk geen ruimte voor.
Royaal gebaar richting boeren
Hoewel nog altijd niet duidelijk is of en hoe die ‘stikstofruimte’ er nog komt, zijn de PAS-melders wel verplicht dit jaar een nieuwe vergunning aan te vragen. Dat kost hen 1600 euro aan leges bij de provincie, nog afgezien van de juridische en consultantskosten die ze moeten maken voor de aanvraag.
Op initiatief van de BBB-fractie stemde een ruime Statenmeerderheid er deze week mee in de leges te schrappen voor alle aanvragen die sinds 1 januari zijn of nog worden ingediend. Dat scheelt de provincie maximaal 256.000 euro aan inkomsten, maar volgens BBB-woordvoerder Leo Wenneger is een royaal gebaar op zijn plaats richting deze groep boeren.
De PAS-melders zijn volgens Wenneger buiten hun schuld in nood geraakt, doordat ze hun bedrijf hebben uitgebreid in de volle overtuiging dat dat binnen alle wetten en regels viel. Zijn breed gesteunde motie is bovendien bedoeld „om een stevig signaal af te geven richting de landelijke politiek dat hier een oplossing voor moet komen na jaren van onzekerheid voor al deze families.”
‘Doekje voor het bloeden’
Daarin vindt de BBB’er vrijwel alle andere partijen in de Staten achter zich. Ook al is de kwijtschelding van de leges nog altijd ,,geenszins een oplossing” voor de penibele situatie van de PAS-melders, aldus PvdA-woordvoerder Sandra da Silva Pinto, of volgens GroenLinks-fractievoorzitter Nadja Siersema-Orsel zelfs „een doekje voor het bloeden.”
Om de PAS-melders echt uit de brand te helpen moet veel extra stikstofruimte worden gevonden. BBB-landbouwgedeputeerde Henk Emmens ziet echter goede kansen om dat te regelen zonder drastische maatregelen om de stikstofuitstoot door industrie en bedrijfsleven omlaag te krijgen.
Met de koepel van provincies, het IPO, is Emmens in vergevorderd gesprek met ‘stikstofminister’ Christianne van der Wal over een andere oplossing: versoepeling van de uitstootnorm voor stikstof, van de huidige 1 naar 5 mol per hectare. Volgens de gedeputeerde is wetenschappelijk aangetoond dat dit kan zonder schade aan de natuur en ligt nu een concreet plan bij de Raad van State voor advies.
‘Alle PAS-melders legaal’
Als het (demissionaire) kabinet inderdaad kiest voor zo’n lagere ‘rekenkundige ondergrens’, zijn volgens Emmens „in één keer alle PAS-melders gelegaliseerd”. Ook een nieuwe vergunningsaanvraag is volgens hem dan niet meer nodig, maar hij kan nog niet overzien wanneer daar precies helderheid over komt.
Het geld voor de leges-motie drukt niet op andere noodzakelijke uitgaven voor landbouw of natuurherstel, benadrukt de gedeputeerde. De provincie bekostigt het met subsidie die vorig jaar op de plank is blijven liggen voor innovatie en verduurzaming van de agrarische sector, maar daarvoor is voor dit jaar opnieuw 1,5 miljoen euro vrijgemaakt.
Toch vindt de Partij voor de Dieren dat het provinciegeld beter voor de landbouw kan worden besteed dan via een leges-korting. Op lange termijn is het verstandiger te investeren in natuurherstel en een omschakeling naar plantaardig voedsel en biolandbouw, vindt fractievoorzitter Stijn ten Hoeve. „De biologische boeren die hun nek uitsteken voor deze noodzakelijke landbouwtransitie verdienen veel meer financiële ondersteuning.”