In Winschoten en omstreken protesteren omwonenden al tijden tegen de zoutwinning. Foto: Huisman Media
Omwonenden van de zoutputten rond Winschoten zijn overvallen door het afhaken van de provincie Groningen in de juridische strijd tegen verlenging van de zoutwinning tot 2035. „Dit is méér dan teleurstellend.”
„Het is niet te geloven” reageert Karin Vogd, woordvoerster van de stichting Mijn en Dijn Belang. Dit belangenplatform van omwonenden is woedend over het nieuws dat de provincie Groningen alsnog afziet van de beroepsprocedures die het had lopen bij de Raad van State tegen nieuwe winningsvergunningen voor zoutfabrikant Nobian.
Dat concern heeft van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) toestemming om nog eens negen jaar door te gaan met de zoutputten rond Winschoten, en bij Zuidwending in buurgemeente Veendam. De provincie ging daartegen eind vorig jaar in beroep omdat ze garanties wil over een veilige afsluiting als deze ‘cavernes’ uiteindelijk dicht gaan.
Na harde kritiek uit Den Haag en van Nobian komt Groningen daar nu op terug. Een langdurige beroepszaak is volgens gedeputeerde Nadja Siersema-Orsel niet per se nodig om zekerheid te krijgen over de veiligheidsrisico’s op de lange termijn. Nobian heeft vijf jaar tijd om daarvoor plannen te ontwikkelen met toezichthouder SODM. Ondertussen kan de zoutwinning doorgaan zodat de (chemische) industrie niet verstoken raakt van deze belangrijke grondstof.
Veiligheidsrisico’s en schade aan huizen
Met het afhaken van de provincie valt volgens Vogd belangrijke ruggensteun weg in de strijd tegen de activiteiten van Nobian. De zoutwinning zorgt voor veiligheidsrisico’s en schade aan huizen in het gebied, stelt de stichting die ruim vierhonderd huishoudens vertegenwoordigt in Winschoten, Heiligerlee en Westerlee.
Zelf zet Mijn en Dijn Belang zijn beroepsprocedure tegen de nieuwe winningsvergunningen voor Nobian onverkort door, zegt Vogd. „En wij hopen dat de gemeente en gemeenteraad van Oldambt dat ook doen en niet zwichten voor politieke druk uit Den Haag maar hun rug recht houden.”
Het gemeentebestuur heeft net als de stichting een beroepszaak aangespannen bij de Raad van State tegen langere zoutwinning rond Winschoten. Het Oldambster college beraadt zich nog op het besluit van het provinciebestuur om de juridische strijd te staken, zegt wethouder Ger Klein.
Oldambt volgt niet per se voorbeeld provincie
„Daarbij staat niet vast dat wij dezelfde weg gaan bewandelen”, benadrukt Klein. De wethouder wil de tijd nemen voor een afgewogen besluit: „Een Raad van State-procedure kun je maar één keer intrekken. Daarna is het over en uit en kun je het niet weer opstarten.”
„Haast zit daar niet op”, stelt de wethouder. „Afblazen kan nog tot één dag voor de Raad van State de zaak behandelt en dat kan nog wel twee jaar op zich laten wachten.” Klein wil de keus ook afstemmen met de gemeenteraad. „Die heeft ook zelf een beroep aangespannen en zou dat nog kunnen doorzetten als we er als gemeente mee stoppen.”
Ook buurgemeente Pekela beraadt zich nog op een standpunt over de procedure die ze tot nu toe samen met de provincie voert. Het college hakt volgende week de knoop door, zegt burgemeester Jaap Kuin. „Ik verwacht niet dat wij deze procedure zelfstandig gaan doorzetten, uitgerekend als kleinste van de betrokken regionale overheden.”
‘Den Haag heeft deal met provincie, niet met ons’
In Oldambt wil wethouder Klein snel in overleg met het ministerie van KGG. „Zij hebben kennelijk wel een deal met de provincie, maar niet met ons.” De gemeente dringt er al jaren bij het ministerie op aan om in dialoog te gaan met de bevolking en lokale overheden. „Maar tot dusver zonder succes.”
Ook Mijn en Dijn Belang wil meer openheid van zaken van het ministerie en woordvoerster Karin Vogd wil bovendien tekst en uitleg van de provincie. „Deze draai is onbegrijpelijk. Nobian weet al tientallen jaren dat er een veilig afsluitscenario moet komen. Waarom zou het nu ineens wel binnen vijf jaar komen, als dat al die tijd niet is gelukt? Alsof je een leerling-chirurg zegt: Ga maar vast opereren, je diploma komt over vijf jaar wel.”