'Zouthuisje' op één van de winningsputten van Nobian in Oost-Groningen. Foto: Huisman Media
De provincie Groningen haalt de beroepsprocedures tegen verlenging van de zoutwinning in Oost-Groningen van tafel. De gang naar de rechter oogstte de afgelopen maanden veel kritiek.
Het provinciebestuur stapte afgelopen najaar naar de Raad van State, nadat toenmalig minister Sophie Hermans zoutproducent Nobian toestemming had gegeven om nog tot en met 2035 zout te winnen bij Zuidwending en Heiligerlee.
Groningen wilde met dat beroep hardere garanties afdwingen over een veilige afsluiting van de zoutputten in de diepe bodem onder Oost-Groningen op de lange termijn. Nobian en het Staatstoezicht op de Mijnen (SODM) verschillen van mening over hoe dat het veiligst kan.
Harde kritiek van Den Haag en Nobian
De gang naar de rechter kwam Groningen echter op harde kritiek te staan, zowel uit Den Haag als van Nobian. Met name de VVD-fractie in de Tweede Kamer noemde het betreurenswaardig dat ‘overheden tegen elkaar procederen’.
Nobian op zijn beurt schoof een investering van 460 miljoen in de verduurzaming van zijn zoutfabrieken in Delfzijl, Hengelo en Rotterdam in de ijskast. Vanwege de onzekerheid over de voortgang van de Oost-Groninger zoutwinning door de beroepszaak zei het concern deze investering niet aan te durven.
Na „goede gesprekken” met zowel Nobian als de nieuwe staatssecretaris voor Klimaat en Groene Groei, Jo-Annes de Bat, ziet het provinciebestuur nu alsnog af van de rechtszaken, zegt gedeputeerde Nadja Siersema-Orsel.
Veiligheidsgaranties komen ook later weer in beeld
Die gesprekken hebben de provincie tot de overtuiging gebracht dat ze de zekerheid over een veilige afsluiting van de zoutputten ook langs andere weg en op een later moment kan afdwingen. Siersema heeft er vertrouwen in dat Nobian, samen met SODM, dit najaar een goed plan van aanpak op tafel legt om de komende vijf jaar alle opties grondig in kaart te brengen.
Het verschil van inzicht tussen Nobian en SODM spitst zich toe op de vraag of de zoutputten straks het beste ‘hard’ kunnen worden gesloten, met beton, of juist ‘zacht’, met een afsluiter die bij oplopende druk in de diepe ondergrond kan worden opengedraaid. Het zoutconcern opteert voor die eerste optie, maar de toezichthouder is er niet van overtuigd dat dit de veiligste methode is.
Buiten kijf staat echter dat de zoutwinning op zich veilig kan bij Zuidwending en Heiligerlee, benadrukt gedeputeerde Siersema. „Dat was ook niet de inzet van onze procedures bij de Raad van State, het ging ons uitsluitend over de veiligheid van onze inwoners op de lange termijn.”
Staatssecretaris De Bat heeft laten weten „blij” te zijn dat Groningen alsnog afziet van een zaak bij de Raad van State, zegt Siersema. Zij heeft dinsdag ook de tegenstanders van zoutwinning in het gebied op de hoogte gesteld. Bewonersorganisaties zijn volgens haar weliswaar „teleurgesteld”, maar hebben ook begrip op het intrekken van de procedures.
Toch beschouwt de gedeputeerde de juridische stappen achteraf niet als zinloos. Het besluit van haar inmiddels afgetreden voorganger Karin Dekker om naar de rechter te stappen, werd afgelopen najaar „met stoom en kokend water” genomen, zegt Siersema. De provincie stond onder grote tijdsdruk van de dringende deadline bij de Raad van State omdat dit toen de enige kans leek om nog veiligheidsgaranties af te dwingen.
Zinloos? ‘Er is nu wel duidelijkheid’
Daar kijkt Siersema inmiddels anders tegenaan, mede dankzij de indringende gesprekken die zijzelf en commissaris van de Koning René Paas met Nobian en het kabinet hebben gevoerd. „Die hebben er wel aan bijgedragen dat er nu duidelijkheid is over onze zorgen.”
Nobian moet nu binnen vijf jaar concrete plannen uitwerken voor een veilige afsluiting van de zoutputten, of: cavernes, die het na 2035 achterlaat. Als die plannen niet naar wens zijn, zou de provincie alsnog kunnen kiezen om dat aan te vechten via de rechter, zegt de gedeputeerde. Ze heeft de verzekering van De Bat dat de provincie daarvan tijdig op de hoogte wordt gesteld.