Ruben Hoekstra slaapt onder de glas-in-loodramen. Foto: Anjo de Haan
Het zit er bijna op voor de eerste vijf wandelaars van het Ziltepad. Na ruim 400 kilometer brengen ze hun een-na-laatste nacht door op een wel heel bijzondere plek: de kerk in Losdorp. DVHN loopt een stukje mee.
Door de miezerregen heen zou menigeen maandagmiddag tussen Godlinze en Losdorp weinig anders zien dan een witgrijze lucht en een uitgestrekt polderlandschap. Maar Ruben Hoekstra (31) uit Winsum ziet veel meer: bezige boeren, kwetterende vogels, perenbomen die in bloei staan. „Er is zoveel te zien”, zegt hij, gebarend naar het landschap.
Hoekstra – gehuld in regenkleding en stevige schoenen – staat even stil bij een plas water. „Kijk. Onder het water zie je de scheurtjes in de klei die zijn ontstaan door de droogte van de afgelopen weken.”
Hoekstra is bijna in Losdorp, de bestemming van maandag. De kerktoren is al te zien. Het is de dag met het slechtste weer tot nu toe, met af en toe een flinke regenbui en een frisse wind uit het noorden. Het maakt hem niet uit. Het zegt vooral wat over de afgelopen weken, vindt hij. „We hebben heerlijk weer gehad.”
Pelgrimsroute
Hij wandelt al bijna drie weken elke dag. Vanaf Den Helder slingeren hij en zijn vier medewandelaars door het waddenkustgebied. Af en toe lopen ze samen, maar ieder van hen legt het grootste deel van de in totaal 440 kilometer alleen af. Ze hebben nog twee dagen voor de boeg naar Termunten, de eindbestemming. Dan hebben ze het complete Ziltepad gelopen, een nieuwe pelgrimsroute die begin april officieel werd geopend.
Het Ziltepad
Het Ziltepad is een pelgrimsroute die van Den Helder tot Termunten loopt. Het pad is een initiatief van Stichting Oude Groninger Kerken en Stichting Alde Fryske Tsjerken, in samenwerking met Visit Wadden. Loop je de route helemaal, dan slinger je in 22 etappes langs de Waddenkust. De etappes zijn tussen de 15 en 25 kilometer lang en beginnen en eindigen bij een kerk.
Hoekstra had zich aangemeld omdat hij wel toe was aan wat tijd en ruimte voor zichzelf. Twee jaar geleden werd zijn dochter ernstig ziek en de afgelopen jaren stonden in het teken van zorg voor haar. Nu het beter met haar gaat, voelt Hoekstra steeds sterker de behoefte om tijd voor zichzelf te nemen. „Het Ziltepad leek me een mooie combinatie van een fysieke activiteit en veel tijd om na te denken.”
En nagedacht heeft hij. Over van alles. „Over mezelf, over de afgelopen jaren, over de natuur, over wat ik voel.”
Ruben Hoekstra uit Winsum slingert in 22 dagen door het Waddengebied in Groningen, Friesland en Noord-Holland. Foto: Anjo de Haan
Een aantal wandelaars had een specifiek bezinningsdoel. De een wilde al wandelend mentaal afscheid nemen van zijn eigen bedrijf, een ander wilde nadenken over de toekomst. Hoekstra had geen doel. En toch heeft hij tegen het einde van de route het idee dat hij een soort conclusie heeft getrokken. „Het is lastig onder woorden te brengen, maar voor mijn gevoel heb ik gevonden wat ik zocht. Een soort rust.”
Hij hoopt dat het hem straks ook thuis zal lukken om momenten voor zichzelf te nemen. „Het wandelen doet me goed. Ik voel me lichter.”
Ik heb al drie dagen ‘Mien Hoogelaand’ van Ede Staal in m’n hoofd. Heerlijk
Maar het was echt niet drie weken lang alleen maar nadenken en reflecteren, relativeert hij. „Het was ook gewoon lopen en genieten van de natuur en de mensen die ik tegenkwam. Ik heb al drie dagen Mien Hoogelaand van Ede Staal in m’n hoofd. Heerlijk.”
Waar sommigen het Waddengebied eentonig zouden noemen, vindt Hoekstra het allesbehalve saai. Hij geniet volop van de vele kilometers over de dijk, met de eindeloze akkers rechts en de Waddenzee links. „De ruimte, de stilte. Op sommige plekken hoor je alleen het getsjilp van vogels.”
„Oh, we lopen verkeerd.” Hoekstra kijkt even op de online routekaart van het Ziltepad. De meeste dagen laat hij zijn telefoon zoveel mogelijk in zijn tas en maakt hij gebruik van de fysieke routekaarten die je bij elke kerk op de route kunt meenemen, maar bij de vorige kerk ontbraken ze. „Een van de kinderziektes van de route, waarschijnlijk.”
Koffie en koek
Via een weiland komt Hoekstra rond half vier bij de Johanneskerk in Losdorp aan. Zijn medewandelaars zijn er al. In het voormalige zaaltje voor de kerkenraad staat de koffie en koek klaar. Vrijwilligers Hilda Olinga (73) en Max de Haan (75) hebben de kachel opgestookt, zodat de wandelaars kunnen opwarmen en hun kleding kunnen laten drogen.
De Johanneskerk in Losdorp is de eerste kerk in Groningen waar wandelaars kunnen overnachten. Foto: Anjo de Haan
De kerk wordt niet meer gebruikt voor diensten en is eigendom van Stichting Oude Groninger Kerken. Vrijwilligers houden al jaren de kerk schoon en beklimmen dagelijks de trap om het uurwerk op te winden.
Olinga woont er pal naast en doet elke dag de deur open, zodat bezoekers altijd in en uit kunnen lopen. „Het is zo’n mooie plek, maar vanaf de grote weg valt hij niet zo op. Ik vind het mooi dat ik er samen met de andere vrijwilligers voor mag zorgen dat hij bezocht kan worden.”
Een kerk als toevluchtsoord. Dat is ook de oerfunctie van de kerk, hè
De Johanneskerk is de eerste kerk in Groningen waar wandelaars ook kunnen overnachten. „Ik vind dat zo mooi”, vertelt De Haan. „Een kerk als toevluchtsoord. Dat is ook de oerfunctie van de kerk, hè. Mooi dat we dat die rol kunnen vervullen. Zeker met dit weer.”
Hoekstra en de andere wandelaars zijn de eerste logees. In de grote kerkzaal staan de veldbedden al klaar, pal naast de houten kerkbanken en onder de glas-in-loodramen.
Vrijwilligers Max de Haan (midden) en Hilda Olinga (rechts) zorgen voor bedden en ontbijt voor de wandelaars. Foto: Anjo de Haan
Olinga tikte via Marktplaats een eerste veldbed op de kop. „Voor twee tientjes”, zegt ze trots. De rest van de bedden hebben ze voor deze eerste logeerpartij geleend. De kerk schafte ook een magnetron aan, zodat wandelaars een maaltijd kunnen opwarmen. Het ontbijt wordt door de vrijwilligers geregeld. Olinga: „Ik moet nog even vragen of ze een gekookt eitje willen.”
De thermostaat in de kerk geeft aan het begin van de avond 12 graden aan. De temperatuur zal ‘s nachts waarschijnlijk nog wel een paar graden zakken. „Slapen in een kerk lijkt idyllischer dat het is”, zegt Hoekstra, die ook in Friesland al een aantal nachten in een kerk doorbracht. „Tja, het is wel een pelgrimage hè?”, grapt De Haan. „We moeten het jullie niet te aangenaam maken.”
Maar 10 minuten later komt hij toch met extra dekens binnen. Opgehaald bij een aantal buurtbewoners. De kussentjes van de kerkbanken worden gebruikt als kussens.
Hoekstra test zijn slaapplek vast even uit. Of hij lekker ligt, wil De Haan weten. Hoekstra: „Na 20 kilometer wandelen ligt alles lekker.”