Johan Remkes (m) tijdens een bijeenkomst over stikstofplannen in februari. foto: ANP
Na drie jaar vertrekt Johan Remkes bij het Nationaal Programma Groningen. Wat heeft hij als bestuursvoorzitter bereikt voor de Groningers en hoe laat hij het NPG achter?
Het kwam toch nog als een verrassing. Goed, de pensioengerechtigde leeftijd is hij allang voorbij. Maar dat was voor de 73-jarige Johan Remkes nooit eerder reden te bedanken voor een zware klus. Zijn aangekondigde afscheid bij het Nationaal Programma Groningen heeft dan ook andere gronden. Zijn gezondheid staat hem niet langer toe zich nog vol te wijden aan zijn taak als voorzitter. En aan half werk heeft Remkes een hekel.
In drie jaar tijd heeft de Groninger oer-bestuurder de kussens flink opgeschud bij het nationaal programma dat Groningen nieuw toekomstperspectief moet geven na zestig jaar gaswinning. Met een pot van 1,15 miljard euro uit Den Haag mag de provincie zichzelf aan de haren uit het moeras trekken.
Niet gekomen om de rit uit te zitten
Toen Remkes in januari 2022 aantrad was het NPG al twee jaar onderweg. Het tekent de troubleshooter des vaderlands dat hij niet op de bok klom om de rit simpelweg uit te zitten. Hij stuurde bij en verlegde accenten in de richting die hij noodzakelijk achtte voor Groningen en de Groningers. Geheel volgens de Methode Remkes: standvastig, om niet te zeggen koppig, hoekig en soms een tikkeltje nors. En altijd met een sjekkie onder handbereik ter inspiratie.
Twee thema’s lopen als een rode draad door de afgelopen drie jaar. Allereerst heeft Remkes de focus meer proberen te leggen op het economisch rendement van investeringen uit de NPG-pot. Een betere toekomst voor de Groningers begint in zijn ogen met een baan en dus een florerend bedrijfsleven. Ten tweede was het volgens hem nodig om de regionale politiek meer ‘op afstand’ te zetten om grote stappen te kunnen zetten en niet te blijven steken in halfhartige compromissen.
Vooral dat laatste ging niet zonder slag of stoot. Remkes botste met regionale bestuurders over zijn ideeën over hoe het nationaal programma moest worden gerund. Niet in de laatste plaats met de Groninger commissaris van de Koning René Paas. Die had de NPG-voorzittershamer weliswaar aan Remkes overgedragen om de weg te banen naar een onafhankelijker koers, maar nóg meer afstand voor de regionale politiek een brug te ver.
Hoogleraar legde vinger op weeffouten bij de start
Toch kreeg Remkes zijn nieuwe ‘governance’-structuur, met meer actieve betrokkenheid van het bedrijfsleven en minder overwicht voor de politiek. In opdracht van de NPG-voorzitter analyseerde de Groningse hoogleraar, partijgenoot en VVD-senator Caspar van den Berg dat daar al bij de start weeffouten waren gemaakt.
Bij de aftrap van het NPG ging een deel van de koek naar de gemeenten, de provincie kreeg een ander en verder gingen forse happen naar de zorgsector en leefbaarheidsinitiatieven ‘van, voor en door’ de Groningers. Ieder concentreerde zich op het eigen deel en het geheel werd volgens Van den Berg niet ‘méér dan de som der delen’.
Naast het stevige debat over wie er nu precies aan het roer stond, richtte Remkes de pijlen van het NPG ook meer dan voorheen op economische groei. Hij legt de focus op ‘baanbrekers’, ofwel kansrijke groeisectoren zoals waterstoftechnologie en groene energie, gezondheidszorg (‘healthy ageing’), toerisme en de verblijfsindustrie, landbouw en de transitie naar plantaardige grondstoffen.
Botsing over economische ‘baanbrekers’
Ook daarover moest Remkes stevig in de slag met de regionale politiek. Niet zozeer over die baanbrekers op zich, want die stonden eigenlijk toch al centraal in het stimuleringsbeleid voor de provinciale economie. Maar wel over de financiering. Alles goed en wel om meer kaarten op die groeisectoren te zetten, maar de Groninger Staten wilden het niet betalen uit het eigen deel van de NPG-pot.
Remkes botste er eind vorig jaar hard over met de provinciepolitiek. Hij wist het pleit uiteindelijk beslecht met de garantie aan gedeputeerde Susan Top dat de provincie niet per definitie de knip hoeft te trekken als er extra geld nodig is voor ‘zijn’ baanbrekers. Toch blijven de Staten argwanend.
Ook over de effectiviteit van Remkes’ baanbrekers-aanpak blijft twijfel. Krijgt het eigen midden- en kleinbedrijf, de ruggengraat van de Groninger economie, wel kansen om mee te profiteren? Of hebben Remkes en co de subsidievoorwaarden toch vooral op maat gesneden voor de grote instituten die de weg toch wel weten in subsidieland, zoals de Rijksuniversiteit of Hanzehogeschool?
Remkes is straks niet meer bij beloofde evaluatie NPG
Tekenend is dat het provinciebestuur zijn instemming met de koerswijziging koppelt aan een grondige evaluatie. Daar wordt nu aan gewerkt. Centrale vraag: hoe loopt het nu eigenlijk écht met dat NPG? Hoeveel geld is er precies geïnvesteerd en wat levert het op voor Groningen?
En hoe zit het bijvoorbeeld met Toukomst, het NPG-fonds van 100 miljoen waarvoor de Groningers ideeën konden aanleveren voor verbetering van de leefbaarheid? Een deel van de uitverkoren plannenmakers beklaagde zich vorig jaar in DVHN dat hun project maar niet van de grond komt.
Ook Remkes is er helemaal voor om de balans na vijf jaar op te maken, halverwege de NPG-rit. Eerder dan komend jaar is dat volgens hem echter niet zinvol omdat het merendeel van de ondersteunde projecten meer tijd nodig heeft om zichtbare vruchten af te werpen.
Met zijn aangekondigde afscheid komt de NPG-voorzitter dus zelf meer toe aan een evaluatie van de stand van zaken. Dat kan evengoed nog een pittig en sowieso belangrijk debat worden met de Groninger politiek. Zeker nu Groningen aan de vooravond staat van Nij Begun, het volgende ontwikkelingsprogramma waarvoor Groningen en Noord-Drenthe de komende dertig jaar nog eens 22 miljard tegemoet mogen zien.
Besteedt Groningen de Haagse centen goed en verstandig?
Om die ‘ereschuld’ voor de gaswinning op de lange termijn overeind te houden in het grillige politieke klimaat in Den Haag, zal de regio moeten laten zien dat ze de centen goed en verstandig weet te besteden. Met het NPG-geld gaat dat voorlopig nog niet heel vlot: volgens het jaarverslag over 2023 is van de beschikbare 1,15 miljard weliswaar ruim de helft toegekend aan aanvragers, maar nog geen 300 miljoen daadwerkelijk uitgekeerd. Ook na de Methode Remkes heeft het NPG nog een lange weg te gaan.