Marko Hekkert, directeur van Planbureau voor de Leefomgeving adviseert politieke leiders in Den Haag. Foto: ANP
Nederland gaat er heel anders uitzien in 2050 als we onze doelen voor natuur, waterkwaliteit en klimaat zouden halen. Marko Hekkert uit Ruinen, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, sprak daarover in het Drents Museum in Assen.
Op dit moment kampt Nederland met te hoge stikstofneerslag die natuurgebieden aantast, verlies aan biodiversiteit door intensieve landbouw en versnipperde leefgebieden, sterk vervuilde wateren die niet voldoen aan EU normen, én toenemende problemen door klimaatverandering zoals droogte, piekbuien en hogere kosten voor waterzuivering.
Op sommige plekken gaat natuur sterk achteruit in kwaliteit. Een belangrijke knop om aan te draaien, is de landbouw. Maar plannen om dit aan te pakken vallen vaak erg slecht bij boeren. „Het lukt de overheid niet om de puzzel zo te leggen dat het zowel goed is voor de natuur als de agrarische sector”, vertelde Hekkert bij een lezing op uitnodiging van de Drentse Natuur en Milieufederatie.
Harde doelen
Om de overheid te helpen deze puzzel te leggen zette het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) recent op een rijtje wat nodig is om alle Europese doelen voor water, natuur en klimaat in 2050 te halen. Die doelen zijn geen vage richtlijnen of doelstellingen, maar harde afspraken waar we ons als Nederland aan gecommitteerd hebben. Denk aan de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Water en de Europese klimaatwet. Als we die niet halen, staan daar sancties en maatregelen tegenover.
Het natuurinclusieve scenario van 2050 van het PBL. Foto: Planbureau voor de Leefomgeving (in samenwerking met WUR en Deltares)
Marko Hekkert, directeur van Planbureau voor de Leefomgeving adviseert politieke leiders in Den Haag. Foto: ANP
Volgens de modelstudie van het PBL zijn er twee opties om alle afgesproken natuurdoelen te realiseren. „Het maakt daarvoor niet uit of je nu via de ene of via de andere route gaat”, aldus Hekkert. „Maar Nederland zou er totaal verschillend uitzien afhankelijk van welke route je kiest.”
Natuurinclusief of intensief-technisch
Meestal wordt er hoofdzakelijk gesproken over een natuurinclusieve samenleving met kleinschaligere boerderijen en veel meer versnippering van natuur door het landschap en kronkelende riviertjes. De natuurgebieden die we al hebben, moeten met nog 100.000 hectare uitgebreid worden. Maar de grootste winst zit hem erin dat natuur is verweven met het landschap. 650.000 hectare landbouwgrond wordt dan extensief.
We lijken niet bepaald dat natuurinclusieve pad op te gaan. In de praktijk holt heel Nederland naar schaalvergroting en intensivering. Het aantal landbouwbedrijven neemt in Groningen, Drenthe en Friesland ieder jaar met enkele tientallen af. Zo is bijna de helft van de boerenbedrijven in Noord-Nederland verdwenen sinds 2000, terwijl het aantal hectares hier nauwelijks is afgenomen.
Gelukkig – in dat opzicht – is er een tweede optie: de intensief-technologische. In de praktijk lijken we daar meer op af te koersen. Daarin krijgen we technische oplossingen om uitstoot en vervuiling terug te dringen. De veestapel hoeft niet – zoals in het natuurinclusieve scenario - enorm te krimpen, maar dieren staan binnen.
Beeld uit Landbouw- en Natuurverkenning 2050. Boven het natuurinclusieve scenario, onder de intensief-technologische route. Foto: Planbureau voor de Leefomgeving (in samenwerking met WUR en Deltares)
Heel veel hectares nodig
In dit laatste intensieve scenario moet er echter niet 100.000 maar 150.000 hectare extra nieuwe natuur komen. Rond die natuur is bovendien twee kilometer bufferzone nodig tegen de effecten van de intensieve landbouw. Ook is er 100.000 hectare productiebos nodig als klimaatmaatregel. In het natuurinclusieve scenario zijn minder brede bufferzones nodig en ook de helft minder productiebos.
Het is een hele hoop gegoochel met cijfers. Maar even ter referentie: 150.000 hectare nieuwe natuur is een oppervlakte ter grootte van de provincie Utrecht. De oppervlakte van Drenthe is 270.000 hectare.
Hoe verandert het landschap bij de twee scenario's? Foto: Planbureau voor de Leefomgeving (in samenwerking met WUR en Deltares)
‘Dit is luchtfietserij’
Volgens Hekkert zou je beide scenario’s ook kunnen mixen. Grote keuzes blijven hoe dan ook nodig. Daarom werd de studie van Hekkert niet positief ontvangen in Den Haag.
„Ze zeiden: dit is luchtfietserij. 150.000 hectare nieuwe natuur kan never-nooit. Hoe moeten wij al dat land realiseren. Ik kwam erachter dat er allemaal doelen zijn gesteld, zonder dat er goed nagedacht is welke consequenties die hebben. Je kunt je ook afvragen of je al die doelen wilt hebben. Dat zijn politieke afwegingen.”
Marko Hekkert (directeur Planbureau voor de Leefomgeving) adviseert het nieuwe kabinet over thema's als economie, energie en klimaat. Hij praat hier met onder andere Henri Bontenbal (CDA) en Rob Jetten (D66) onder leiding van informateur Sybrand van Haersma Buma. Foto: ANP
Voedselzekerheid
Aanwezig bij de presentatie van het PBL was ook Alex Datema, directeur Food & Agri bij Rabobank en melkveehouder in Briltil. „Je zet twee extremen naast elkaar en je weet dat het ‘m allebei niet gaat worden”, reageerde hij. „De grote uitdaging is natuurlijk: hoe ziet het eruit in het midden?”
Datema wees tevens op het belang van nationale voedselzekerheid, die steeds belangrijker wordt in geopolitiek spannende tijden. Volgens Hekkert komt er een werkgroep die met dit rapport aan de slag gaat die gaat kijken welke economische impact de scenario’s hebben.