De doejong is een grappig dier. Hij lijkt niet op andere dieren, hij heeft een lichaam in de vorm van zo’n ijsworst die je in vanille- of aardbeismaak in een hoek van het vriesvak van de supermarkt vindt, alleen dan zo groot als een verdwaalde koe.
Twee kleine kraaloogjes, twee peddeltjes als armen, een staartvin en snorharen op een soort onderwaterstofzuiger waarmee hij de bodem afzoekt naar zeegras. De doejong doet niemand kwaad. Er zijn wel verhalen van mensen die de doejong kwaad doen, bijvoorbeeld door op hem te vissen met netten en speren, maar evengoed zijn er verhalen van mensen die de doejong vereren, zelfs mythische kwaliteiten toedichten en daarom vanaf vissersschepen hem in warme tropennachten horen zingen.
Doejongs hebben niets met mensen te maken
Zeelieden vinden doejongs al eeuwenlang op mensen lijken, vandaar ook dat het idee van zeemeerminnen waarschijnlijk uit een ontmoeting met een doejong stamt. Weer andere zeelieden stelden dat doejongs ooit óók mensen waren, maar door spreuken of toverdrankjes in doejongs zijn veranderd. Dat is niet waar, doejongs hebben niets met mensen te maken, doejongs hebben eigenlijk met niemand iets te maken. De enige familie die de doejong als soort heeft is de zeekoe, maar ook die familieband is koud, want tussen doejongs en zeekoeien zitten een heleboel stamboomaftakkingen en altijd minstens één wereldzee of continent. Het enige dier waar de doejong wel nauw verwant mee was, was de stellerzeekoe, maar die werd zo intens bejaagd dat hij in 1768 voor het laatst werd gezien. Sindsdien is de doejong in zijn eentje. Zeegrasbedden zijn vaak niet groot genoeg om grote groepen doejongs genoeg eten te bieden, daarom dobberen ze vrijwel altijd alleen, soms als een echtpaar, rond.
Doejongs plukken zeegras met hun mond en stapelen het dan op in een hoekje, zodat ze hun maaltijd in één keer kunnen eten. Doejongs fluiten ter communicatie, maar soms ook gewoon voor de lol. Doejongs kunnen ongeveer 70 jaar oud worden en rimpelen dan behoorlijk. Doejongkalfjes doen aan duimzuigen, of eigenlijk flipperzuigen, net als mensenbaby’s, om zich veilig te voelen, rustig te worden en dan dus makkelijker in slaap te vallen. Daarna blijven ze hun hele leven slaperig. Er is nog nooit een doejong gezien die sneller zwom dan 10 kilometer per uur.
Nu zou het best kunnen dat je een beetje om de doejong bent gaan geven
Aan het begin van dit stukje, beste lezer, had je waarschijnlijk, net als ik, nog nooit van de doejong gehoord. Nu zou het best kunnen dat je een beetje om de doejong bent gaan geven.
Als dat zo is, stel je dan nu de Straat van Hormuz voor, waar doejongs in het wild leven. Stel je een zeemijn voor, aan zo’n ketting aan de bodem, daar neergelegd door de marine van een ver of dichtbij gelegen boosaardig land. Stel je een olietanker voor die kapot wordt geschoten, dat die olie begint te lekken, zeegrasvelden voor jaren bederft. Stel je een hongerig doejongkalf voor, of twee doejongs: al jaren samen, maar door al die vreemde geluiden in het water raakt de een de ander kwijt. Stel je de flipper van een doejong voor en dat die flipper per ongeluk over het ontstekingsmechanisme van een zeemijn strijkt.
Als je je dat allemaal voor kunt stellen, weet je waarom we oorlog te allen tijden moeten voorkomen. Het is heel simpel: omdat de doejong heus niet het enige onschuldige is, dat onder die achterlijke oorlog lijdt.