In de biografie van Mark Rutte (Petra de Koning, 2020) kun je lezen over de jonge staatssecretaris Mark. Mark werkte op het departement van Onderwijs, hij was daar de opvolger van de opgestapte Annette Nijs, die als staatssecretaris steeds maar botste met haar minister, Maria van der Hoeven.
Mark was door Gerrit Zalm gevraagd om het ontstane gat te vullen en zodoende kwam Rutte te werken onder een minister die bekend stond als een raszuivere en enigszins paranoïde machtspolitica. Hoe ging Mark daar mee om? Kruipen. Mark maakte zich zo klein mogelijk. In de biografie kun je lezen dat er zinnen uit zijn mond kwamen als ‘vertel jij maar hoe ik dit moet doen, Maria. Jij hebt zoveel meer ervaring dan ik.’ Het werkte als een tierelier.
Juist omdat staatsecretaris Rutte zich zo klein maakte, was de minister geneigd om veel van haar taken juist aan de staatssecretaris over te laten. ‘Joh Mark. Dat kun jij wel’, zou ze moederlijk hebben gezegd. En hoe meer werk de staatssecretaris werd toegeschoven, hoe groter zijn invloedsfeer werd. Zo groot dat hij uiteindelijk minister-president werd, terwijl Maria van der Hoeven in de coulissen van de geschiedenis verdween.
Maar wat de visie van dit oliemannetje op onderwijs was? Geen flauw idee!
Slangemens-kunsten van Rutte
Spoelen we vooruit naar 2026. Het circus Mark Rutte is doorgetrokken naar een grotere piste dan de Nederlandse politiek, maar zijn slangenmens-kunsten hebben grote indruk achtergelaten, hebben menig politicus van nu gevormd. Deze week kwam in het nieuws dat minister Sjoerdsma van Ontwikkelingsamenwerking de steun aan de VN-organisatie UNRWA zowel niet als (een week later) wel wilde hervatten. Niet omdat de rechtse oppositie Sjoerdsma’s hele begroting zou wegstemmen als er meer geld naar UNRWA ging, en wel omdat het nou eenmaal zo was afgesproken in het coalitieakkoord.
Zowel de rechtste als de linkse oppositie vielen over Sjoerdsma heen: wat wilde hij nou precies? Je kunt in de politiek toch niet van twee walletjes eten? Maar Sjoerdsma verdedigde zijn handelswijze door te stellen dat dit de enige manier was om zijn voorstellen door het parlement te loodsen. Of hij nou overtuigd voor- of tegenstander van noodhulp via UNRWA was, bleef enigszins in nevelen gehuld, maar goed, de minister straalde uit dat hij daar er ook niet voor zat, hij zat er om coalitievoorstellen te realiseren. No matter what.
Politiek is hosselen
Nu zullen er mensen zijn die hier geen enkel probleem in zien. Pragmatische mensen, die het adagium ‘het werk moet gedaan worden’ huldigen, die net als Rutte misschien vinden dat visie vooral in de weg staat bij het bereiken van resultaat. In de huidige politiek is geen ruimte voor bevlogenheid, politiek is hosselen. Als er gekropen moet worden mag er gekropen worden, als er trucjes van stal moeten worden gehaald, dan mogen er trucjes van stal worden gehaald. De inhoud raakt steeds meer buiten beeld, ten faveure van het spel.
Ik persoonlijk ben dit soort politiek, na bijna 25 jaar Mark Rutte, kotsbeu.
Ooit waren we als land trots op ons poldermodel, op dat we zo goed konden overleggen en tot een aanvaardbaar compromis voor eenieder konden komen. Maar voor dat model is het wel een vereiste dat eenieder iets vindt. Van iets droomt, een idee heeft waar met dit land naartoe te gaan. Als zo’n droom, zo’n visie ontbreekt, dan drijven we zomaar ergens heen.