Het imposante, vroegere horecapand van Grimme tegenover het NS-station. Foto: Collectie Geert Meertens
Niet alleen zijn archief blijkt indrukwekkend. Van hetzelfde kaliber zijn de dikke mappen vol historische foto’s, die een beeld geven van pakweg de afgelopen 80 jaar.
Die kennis van de plaatselijke historie bestaat niet alleen op papier. Ook het geheugen van de 79-jarige Emmenaar is een rijke bron vol verhalen en anekdotes. Kortom, Geert Meertens ten voeten uit!
„Voor vele gezinnen is een weekendactiviteit tegenwoordig nauwelijks nog te betalen. Entreeprijzen die pretparken, zwemparadijzen, dierentuinen en andere attracties hanteren, rijzen de pan uit. De drankjes en de hapjes en niet te vergeten de peperdure benzine of diesel komen daar dan nog overheen. In mijn jeugd waren de attracties weliswaar minder spectaculair en meestal ook nog eens vlakbij, het plezier was er zeker niet minder om.
Haantjebak
Ja, wat deed je in de vijftiger jaren om je op zondag te vermaken? Behalve de wekelijkse bezoekjes met het hele gezin aan opa en oma, maakten we in diezelfde samenstelling mooie wandelingen in de Emmerdennen. Als het lekker weer was gingen we op de fiets naar Haantjebak. Net als andere gezinnen zochten we op deze oude zandverstuiving een bankje, legden we kleden neer en genoten van de zon en de inhoud van de volle picknicktas. Ook beklommen we de uitkijktoren, of bouwden zandkastelen.
Eendjes voeren
Even verderop was het Zandmeer een gewilde weekendbestemming. Hier bevond zich het theehuis met terras van Koos Naber. Terwijl pa en ma op de ruwhouten terrasstoelen een kopje koffie dronken, haalden wij voor een paar centen een heerlijk ijsje bij het loket. Pal voor Nabers uitspanning was een brede stoep vlakbij het water, waar altijd wel kinderen de eendjes voerden. Een wandeling rond de plas was ook vaste prik. Simpel vertier, maar als kind vond je het prachtig.
Grimme's speeltuin telde diverse attracties. Foto: Collectie Geert Meertens
Ook gingen we in het weekend regelmatig naar de speeltuin van Hotel Grimme. Naast het imposante etablissement tegenover het NS-station bestierde de horecafamilie een speeltuin die zich destijds zeer populair was. Voor een dubbeltje konden we naar binnen voor urenlang draai- zwaai- en glijplezier. Vooral de cakewalk - in goed Drents ‘keekie-wals’ - was in trek. Zelf zat ik vaak in een soort rond, houten speeltoestel, met een stuur in het midden. Af en toe draaide je zo hard rond dat je er misselijk van werd.
Ook klom ik graag in de heel hoog opzwaaiende bootjes, waarbij je uiteindelijk bijna horizontaal in de lucht hing. En natuurlijk gingen we ook vaak naar het Noorder Dierenpark. De entree was nog betaalbaar en regelmatig stonden er in het weekend lange rijen bezoekers voor de hoofdingang. Ik herinner me nog Roelie Ananias, de verantwoordelijke man bij het populaire ezeltje rijden. Als je nog wat angstig was, dan liep hij het rondje met je mee. Vervolgens joelend door de doolhof en aan het einde de uitkijktoren beklimmen.”