Terwijl alle aandacht uitging naar het koninklijk paar dat bij Trump bleef logeren (wat hen, vermoed ik, volkomen koud liet: omgaan met malloten is de specialiteit van elk koningshuis) moest ik denken aan premier Jetten. Hoe hij daar op een veel te zacht, veel te Amerikaans hotelbed lag en de slaap niet kon vatten.
Het eten in het Witte Huis was vooral erg zout geweest, het flesje bronwater wat hij nog van de vlucht onder in zijn tas vond allang leeg en het kraanwater hier smaakte zo ontzettend naar chloor dat dat zijn dorst ook niet kon lessen. Hij had een vieze smaak in zijn mond.
Die vieze smaak kwam niet alleen van de dorst. Die vieze smaak werd ook veroorzaakt door de dingen die hij die avond had moeten zeggen. Niet eens zozeer aan tafel, daar had hij niet zoveel gezegd, daar ging het gesprek vooral tussen Willem-Alexander en Donald, waar hij weinig van had verstaan omdat ze om de beurt bulderend moesten lachen. Het probleem zat hem in vlak daarna, de tekst en uitleg die hij na het diner gaf aan de camera’s van de Nederlandse pers. Steeds weer had hij gezegd dat er een open en constructief gesprek had plaatsgevonden, dat hij ook de dingen ter tafel had kunnen brengen waarover meningsverschillen bestonden. Hij wist dat het koninklijk paar dit later nog eens zou herhalen en nu maakte hij zich zorgen: zo vaak gezegd, dan lijkt er opeens weinig van waar.
Die halfslachtigheid zat Jetten dwars
Er was ook weinig van waar. Hij had heus wel het één en ander gezegd, maar zo afgezwakt en boterzacht dat de Amerikaanse president er onmogelijk aanstoot aan kon nemen. Hij had wel iets gezegd over Gaza, maar bij lange na niet zo luid als toen hij meeliep in de demonstratie op het Museumplein. Hij had wel iets gemummeld over de rechtstaat, over het belang van democratische waardes, maar bij lange na niet zo luid als toen de ruiten van zijn partijkantoor door een extreemrechtse meute ingeslagen werden, een meute die óók met de man dweepte met wie hij aan tafel zat. Die halfslachtigheid zat Jetten dwars. Het was niet de zorg dat anderen zouden vinden dat hij het niet goed had gedaan, het was zijn eigen gebrek aan lef waar hij niet van kon slapen.
Ach, zo is de politiek
Later in de week, dat kon de slapeloze premier in Amerika nog niet weten, zou het gaan over senatoren van de PVV die tegen een asielmaatregelenpakket zouden stemmen. Of eigenlijk niet tegen dat pakket, maar tegen een toevoeging aan dat pakket waardoor weer andere partijen tegen het hele pakket zouden stemmen, een politieke truc van de bovenste plank. Het asielmaatregelenpakket, nog van de hand van PVV-minister Faber, zou struikelen, maar dat zou dan niet de schuld zijn van de PVV’ers, die vervolgens konden doen alsof ze eigenlijk nóg iets strengers wilden. Collega-parlementariërs beschuldigden de PVV-senatoren van ‘politieke pyromanie’, want wie stemt nou tegen een eigen voorstel? Maar Jetten zou weten dat dat helemaal niet gek is. Hij had het immers net zelf ook gedaan. Idealen te grabbel gooien om iets te bereiken wat je wilt. In het geval van de PVV is dat chaos. In het geval van Jetten een wit voetje bij de Amerikaanse president.
Ach, zo is de politiek, denkt de premier. Hij trekt de dekens op en draait zich om.