Enkele toeristen maken een wandeling in de vroege ochtend door de natuur van het beekdal van de Drentsche Aa bij het Loonerdiep. Marcel Jurian de Jong
Aan natuur verdienen we veel meer dan we eraan uitgeven. Het is tijd om met die boodschap naar Den Haag te trekken, vindt Sonja van der Meer, directeur van Het Drentse Landschap.
‘Al die natuur kost klauwen met geld, alleen maar om dat ene vlindertje te redden.’ Ooit iets in die strekking gehoord op een verjaardag of in een praatprogramma op televisie? Vast wel. En het klopt enigszins: natuurherstel en -behoud kost een stevige duit. Volgens berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gaf Drenthe in 2021 per persoon 170 euro uit aan natuur, veruit de grootste kostenpost voor de provincie. Ook Groningen en Friesland gaven fors uit aan die post. Respectievelijk 104 en 91 euro per persoon.
Maar wat veel mensen niet weten, is dat de natuur veel geld oplevert voor de Nederlandse economie. Dat berekende het CBS en de universiteit van Wageningen onlangs. In totaal leverde alle natuur in Nederland ons 15,1 miljard euro op in 2022. Dat is een verdubbeling van de waarde van natuur ten opzichte van 2013. Onderzoekers keken daarbij naar de gebruikswaarde van natuur. Oftewel: het nut van de natuur voor de mens. De natuur heeft ook waarde van zichzelf, dat is niet meegenomen.
Ecosystemen zoals bos, heide, water en grasland leveren op meerdere manieren geld op. Ze leveren, vis, hout en voedsel, zorgen voor recreatie en toerisme en helpen bij het in stand houden van allerlei kringlopen die belangrijk zijn voor het leven op aarde. Daarbij kun je denken aan waterzuivering in de bodem, schonere lucht, verkoeling, koolstofvastlegging, bestuiving door insecten en kustbescherming door duinen. Aan al die zaken kan een prijskaartje gehangen worden, omdat zulke diensten een marktprijs hebben.
Toch zien veel mensen de natuur als ‘hinderlast’, merkt Sonja van der Meer, directeur van Het Drentse Landschap. „Als een campinghouder bijvoorbeeld niet kan uitbreiden, zien ze de natuur als last. Terwijl de reden dat ze daar zitten vaak komt dánkzij die fantastische gebieden.”
Sonja van der Meer, directeur Het Drentse Landschap Sonja van der Meer
Het is daarom de hoogste tijd om natuur meer uit te drukken in bankbiljetten, vindt Van der Meer. „Als we aantonen dat de natuur geld oplevert, geeft dat meer draagvlak voor natuurbeheer.”
Opbrengsten per natuurgebied
Econoom Tom Bade schreef in 2011 een rapport in opdracht van Het Drentse Landschap. Volgens hem waren de natuurbaten van het Dwingelderveld toen 27 miljoen euro dankzij horeca, recreatie en radiosterrenwacht Astron/LOFAR (die de stille natuurgebieden nodig heeft om onderzoek uit te voeren). Via onder meer toerismebelastingen en hogere huizenwaarde (woningen grenzend aan natuur) zorgden de gebieden ervoor dat er 1,8 miljoen euro naar de gemeente Westerveld stroomde. Dat is meer dan de landbouw in het gebied oplevert.
Vergelijkbare berekeningen maakte hij voor andere natuurgebieden in Drenthe. Het stroomgebied van de Drentsche Aa zou volgens Bade 74 miljoen euro genereren en goed zijn voor meer dan 1150 banen. Inmiddels is dat nog meer, omdat de ontwikkeling van het gebied alleen maar verder uitgebreid is. „In 1995 zagen enkele visionairen al dat de Hunze te nat was voor landbouw, maar wel geschikt voor natuurherstel”, aldus Van der Meer. „Eerst was Hondsrug alleen maar akkerland. Nu is er weidse natuur met onder meer allerlei vogels.”
Investeringen verdienen zich terug
Er zijn miljarden in het Hunzegebied gestoken. „Ik krijg weleens de vraag: ‘Moet je voor die laatste zeldzame vlinder nu alles in het werk stellen? Daar gaat het niet om; natuur dient nog veel meer belangen. Dat mensen niks hebben met een plantje of diertje, is prima, maar ze hebben wél iets met schoon water of droge voeten.”
De ochtenddauw in de Drentscha Aa. Marcel Jurian de Jong
Het astronomisch bedrag verdient zich daarmee op allerlei terreinen terug. Dankzij natuurherstel zorgt de Hunze voor droge voeten voor de Groningers als er veel water valt. Ook leveren de onderzoeken van LOFAR veel nieuwe inzichten op. Daarbij is er ook ruimte gemaakt voor waterwinning voor de toegenomen vraag. Bovendien is het voor bewoners een groener, natuurlijker gebied geworden en is toerisme enorm toegenomen. „Als je navraagt bij ondernemers in horeca en toerisme dan zullen ze zeggen dat ze het veel drukker hebben gekregen.
Aan zulke zaken als drinkwaterwinning, wetenschappelijk onderzoek, maar ook bestuiving, koolstofopslag en waterbescherming zijn concrete financiële waarden te koppelen. Overheden verdienen daar geld mee of voorkomen hoge kosten in de toekomst.
Tussenstap is nodig
Maar het toekennen van marktwaarde aan zulke zaken is vaak gemankeerd, vindt Frans Sijtsma. Hij is directeur van de Rudolf Agricola School voor Duurzame Ontwikkeling van de Rijksuniversiteit Groningen en hoofddocent met een expertise in waardering van natuur en landschap. Het is niet eenvoudig om via geld een goede waarde toe te kennen aan het ‘nut van biodiversiteit’ of ‘genieten van natuurschoon’.
Frans Sijtsma, universitair hoofddocent ruimtelijke economie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Angelo Roga
„The best things in life are free. Je kunt niet alles in geldwaardes uitdrukken; marktwaarde is niet heilig.” Sijtsma noemt de vroegere slavenmarkt als voorbeeld. ,,Kinderen hadden toen een marktprijs. Gelukkig is dat verboden, maar zijn kinderen zonder die markt nu waardeloos? Natuurlijk niet.”
Toch is Sijtsma niet wars van het idee om natuur te verwaarden. „Als we natuur op een goede manier in geld kunnen uitdrukken, dan zouden bedrijven en politici beter snappen wat het waard is, en andere besluiten nemen.” Hij ontwikkelt in lijn met wat het CBS doet methodes om dit op een minder kunstmatige manier te doen. Om de waarde van biodiversiteit of ecosystemen in euro’s uitdrukken, is vaak een tussenstap nodig.
Gekoppeld aan woningwaarde
Voor biodiversiteit ontwikkelde Sijtsma daarom ‘natuurpunten’: daarmee kun je van elke hectare aangeven hoe goed de ecologische kwaliteit is en hoe belangrijk die ecosystemen die erin voorkomen zijn voor de Nederlandse biodiversiteit. Met zo’n maat kan je aangeven hoeveel ‘rendement’ in natuur je krijgt van verschillende investeringen. Inmiddels heeft de methode zijn weg al gevonden naar officiële handleidingen voor de bouw van snelwegen of stadsuitbreidingen.
Recreatie in Drenthe is erg toegenomen, hier bij Schipborg. Marcel Jurian de Jong
Voor recreatieve waardering maakt Sijtsma een andere tussenstap. „Wij vragen mensen systematisch om aan te geven welke natuur-gerelateerde plekken ze aantrekkelijk, waardevol of belangrijk vinden. Daarbij vragen we ze bijvoorbeeld of ze daar graag fietsen of koffie drinken.”
Op die manier heb je het over consumentengedrag, bij uitstek een economisch begrip. Via het wetenschappelijke experiment ‘Greenmapper’ zijn op deze manier tienduizend Nederlanders gevraagd naar aantrekkelijke plekken. Dat levert een kaart op met favoriete natuurlocaties. Niet toevallig zijn de huizenprijzen rond zulke gebieden hoger. „Wij hebben ontdekt dat hooggewaardeerde plekken zoals de Veluwe maar ook het Noorderplantsoen in Groningen een huizenprijseffect heeft tot wel 6, 7 kilometer eromheen.”
Hogere huizenprijzen slaan neer in de economie, zegt Sijtsma, dankzij hogere belastingen en gewilde woonplekken waar dus meer mensen recreëren, koffie drinken, parkeren, et cetera.
‘Bedankt, hè?’
Dat huizenprijzen een belangrijke graadmeter zijn om natuur te waarderen, merkte ook Sonja van der Meer van Het Drentse Landschap. In 2022 wandelde ze met enkele collega’s op een nieuw aangelegd fietspad langs het gecreëerde natuurgebied Mandelanden in Borger. Een buurman in de tuin riep naar het groepje. „Bedankt, hè! Mijn woning is meer waard door jullie natuurgebied.”
Van der Meer moet erom lachen „Ja, zo werkt dat. Voor hem was het zo duidelijk dat de extra waarde die het huis had opgebracht gekoppeld was aan het nieuwe natuurgebied.”
Die huizenprijzen zijn een extra bewijs voor Van der Meer en Sijtsma dat natuurgebieden hoog worden gewaardeerd. Dat merkte Van der Meer trouwens ook al tijdens de coronapandemie. „Veel bewoners uit de Randstad ontdekten hoe mooi het Noorden is. Ze wilden niet alleen maar naar de stenen muren van hun huis kijken.”
Deals sluiten op Trumpiaanse wijze
De paradox is wel: ondanks die economische meerwaarde van natuur verarmen natuurgebieden aanzienlijk, merkt Van der Meer. Dat komt door slecht bestuur, vindt ze. „We spreken in Nederland niet dezelfde taal. Als organisatie worden we weggezet als linkse hobby. Juist daarom moeten we misschien veel meer laten zien wat de natuur ons allemaal oplevert.”
Het is een beetje als met Trump, grapt ze. „Die wil ook altijd een deal sluiten. Dat moeten wij misschien ook maar gaan doen met partijen als BBB en PVV, die niet per se op natuurherstel willen inzetten.”
Daarbij is het van belang dat natuurorganisaties niet langer tegen de landbouw worden uitgespeeld, vindt Van der Meer. „Alsof wij niet doorhebben dat onze voedselzekerheid in gevaar komt zonder de boer. Natuurlijk begrijpen we dat. Ik wil helemaal niet dat alles natuur wordt, ik wil alleen dat de huidige natuur blijft en niet verder verslechtert. Maar dat gebeurt nu wel. We gebruiken ontzettend veel gewasbeschermingsmiddelen, gaan onzorgvuldig met water om, noem maar op.”
„Remkes (’stikstofbemiddelaar’ Johan Remkes, red.) zei: ‘niet alles kan overal’. Dat klopt ook voor de natuur. Maar als je goede afspraken maakt kan er nog best heel veel.”
Onderzoek van Centraal Bureau voor de Statistiek in cijfers
De gebruikswaarde van natuur nam het meeste toe dankzij recreatie en toerisme. Met 11,2 miljard euro in 2022 was die sector goed voor bijna driekwart van de totale waarde van de natuur. In de drie noordelijke provincies gaat het in totaal om 1,6 miljard euro. Het grootste deel daarvan komt van Friesland, het kleinste van Groningen.
‘Regulerende diensten’ van de natuur zoals koolstofopslag en bestuiving leverden Nederland 2,6 miljard euro op. ‘Producerende diensten’ in natuur door visvangst, houtkap en voedselproductie zijn volgens de onderzoekers goed voor 1,3 miljard euro.
De meeste waarde komt van uit het bos (4,7 miljard euro), gevolgd door grasland (3,0 miljard euro) en duinen en kustgebieden (1,6 miljard euro). Opvallend is ook dat stedelijk groen 1,1 miljard euro oplevert vanwege recreatie en verkoeling, terwijl het om relatief klein gebied gaat.
Volgens het CBS-rapport is de waarde van natuurlijke ecosystemen in Nederland ruim zes keer hoger dan de totale uitgaven voor natuur en landschapsbeheer in 2022.