Directeur Dennis Gijsman en hoofd productontwikkeling Stephan Tjepkema in de deurenfabriek van Van Vuuren in Grou. Foto: Hoge Noorden/Jaap Schaaf
In aanloop naar de Duurzame Dertig op 23 oktober zoeken journalisten Wilbert Elting en Wouter Hoving antwoord op de vraag: wat is dat eigenlijk, duurzaam ondernemen? Deze week: biobased materialen.
Je kan heel goed een huis bouwen met steen, beton en kunststof. Het zijn prima materialen maar wel met een keerzijde: ze hebben een hele hoge klimaatimpact. Voor de productie van deze materialen is ontzettend veel energie nodig, waardoor ze een groot aandeel hebben in de wereldwijde CO2-uitstoot.
Om die reden wordt in de sector steeds meer gekeken naar alternatieven. En dan komen bijna automatisch natuurlijke materialen als hout, vezelhennep en vlas bovendrijven. Materialen die bovendien meer CO2 opslaan dan bij de productie wordt uitgestoten.
In het jargon van de bouw gaat het dan om biobased. Daarbij gaat de associatie nu nog vaak naar huizen van hout en isolatiemateriaal van hennep. Maar de toepassing van biobased is breder dan dat.
‘Die deur moet veel schoner zijn’
Bij deurenfabriek Van Vuuren in Grou bijvoorbeeld, waar directeur Dennis Gijsman en hoofd productontwikkeling Stephan Tjepkema er al langer mee aan de slag zijn. „Wij bedachten in 2019 al dat die deur veel schoner moet zijn”, zegt Tjepkema.
Dat klinkt wellicht gek, want de deuren die Van Vuuren produceert voor de utiliteitsbouw, ze worden geplaatst in bijvoorbeeld ziekenhuizen en kantoorpanden, zijn altijd al van hout geweest. Veel meer biobased dan dat kan het niet worden. Toch zit daar wel een nuance in, legt Tjepkema uit. „De deuren bestaan nu nog deels uit platen van houtvezels. En om die vezels bij elkaar te houden, heb je best wat lijm nodig. De winst zit erin dat je die lijm kan afstoten.”
Nu al denken over later
Bij de deurenfabriek werken ze volgens het principe van ‘cradle to cradle’, wat betekent dat alle materialen zo schoon en zo goed mogelijk herbruikbaar moeten zijn. „Voor ons is dat de visie op de lange termijn”, zegt Gijsman. „En dat proberen we zo goed mogelijk terug te vertalen naar het hier en nu.”
„Het gaat best ver”, vult Tjepkema aan. „Je moet van alles weten waar het vandaan komt. Daar is ook niet iedereen blij mee. Je gaat toch aan je leverancier vragen: dat stofje willen we niet, kan je het er ook uithalen?” En je moet goed nadenken over de complete levensduur van je product. Gijsman: „Je moet al effectief bedenken wat er ter zijner tijd mee gedaan moet worden. Als je de panelen minder verlijmt bijvoorbeeld, zijn ze ook makkelijker op een andere plek toe te passen. Maar zoiets kan je niet alleen oplossen. Wij gaan geen sloopbedrijf beginnen, dus je moet daar partners bij zoeken.”
Die onderlinge afhankelijkheid maakt het lastig. „Vooral in de beginfase was dat zo”, zegt Gijsman. „Toen voelden we ons wel eens de roepende in de woestijn. Nu zie je daar wel een verschuiving inkomen. Dat heeft ook te maken met wetgeving die eraan zit te komen. Je moet wel deze kant op bewegen. En daar hebben wij nu een voorsprong in omdat we al vroeg begonnen zijn.”
Markt ontwikkelt zich richting circulair
Doordat de hele markt verschuift richting een duurzamere en meer circulaire werkwijze wordt het voor Van Vuuren makkelijker en makkelijker. Zo lukte het dit jaar voor het eerst om een deur op de markt te brengen waarvan de panelen gemaakt zijn van vezelhennep in plaats van houtpulp. Een belangrijke stap om de deur schoner te krijgen omdat de hennep platen geperst in plaats van verlijmd worden.
„Maar voordat je daar bent, moet er wel heel wat gebeuren”, zegt Tjepkema. „Het begint er al bij dat er genoeg hennep op voorraad moet zijn. Dat was lange tijd niet het geval. Dan belden we een leverancier en dan kon die pas leveren over 52 weken. Of in te kleine hoeveelheden. We hebben ook wel contact gehad met een bedrijf dat spaanplaat maakte met schimmels die alles bij elkaar hielden. Maar het lukte hen niet om op te schalen. Voor ons werkt dat dan niet.”
Lang en kostbaar traject naar goedkeuring
Bovendien is niet alleen het vinden en op orde krijgen van de aanvoer van grondstoffen een uitdaging. De deuren goedgekeurd krijgen voor gebruik in de bouw is ook een lang en kostbaar traject. „Je moet veel in de voorkant investeren”, legt Gijsman uit. „Aan zo’n biobased deur gaat een traject van zes jaar vooraf. Alleen al om de brandveiligheid aan te tonen ben je veel tijd en geld kwijt. Een brandtest in een gecertificeerd laboratorium kost tussen de 20.000 en 30.000 euro per keer. En het gaat lang niet altijd in een keer goed.”
Daar komt nog bij dat deuren in veel verschillende uitvoeringen komen. „Ze lijken zo op het eerst gezicht allemaal op elkaar”, zegt Gijsman. „Maar ze verschillen allemaal stuk voor stuk met allerlei specifieke regelgeving over bijvoorbeeld de akoestische demping of de brandwerendheid. De deur van mijn kantoor moet meer dempen bijvoorbeeld. En die naar de fabriek moet langer tegen de vlammen kunnen. En al die deuren moeten door hetzelfde goedkeuringsproces.”
Stap voor stap verder werken
Van Vuuren probeert nu stap voor stap het biobased assortiment groter te maken. „We hebben heel lang gezegd dat we eerst het hele portfolio rond wilden hebben”, zegt Tjepkema. „Maar dat kost ons maanden. Daarom pakken we het nu toch anders aan zodat we kunnen laten zien wat we in huis hebben en breiden we het daarna langzaam uit.”
„We weten dat we een aantal producten hebben die de markt op kunnen”, zegt Gijsman. „Voor ons is de vraag nu: wat hebben we nodig om het verder op te schalen?”
„Er is nu een hele grote kans om dit gezamenlijk als Noorden op te gaan pakken”, zegt Tjepkema. „En dat is zeker ook al bezig. We weten elkaar goed te vinden.” Gijsman: „Het moet ook. Wij kiezen hiervoor omdat het onlosmakelijk verbonden is met de toekomst van ons bedrijf. Als je hier niet mee aan de gang gaat, dan mis je de boot.”
De Duurzame Dertig is een verkiezing voor mensen en organisaties die de wereld beter maken. Jaarlijks wordt een winnaar gekozen onder bedrijven of individuen die duurzaam ondernemen. Maar wat is dat eigenlijk? Circulair Nederland onderscheidt een aantal pijlers die horen bij duurzaam ondernemen.
De komende weken tot aan de Duurzame Dertig lichten Leeuwarder Courant,Dagblad van het Noorden en het Friesch Dagblad de volgende thema’s toe: