De zonneparkenwedstrijd in Midden-Drenthe heeft een hoop stof doen opwaaien. Foto: Jacob van Essen
De ambtenaren en het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe hebben naar eer en geweten gehandeld bij de omstreden zonneparkenwedstrijd. Dat stelt de onafhankelijke Rekenkamer, die de afgelopen maanden onderzoek deed. Wel zijn er fouten gemaakt.
Zo is bij de beoordeling van de ingediende plannen voor zonneparken bijvoorbeeld ‘niet elke schijn van belangenverstrengeling vermeden’, concludeert de Rekenkamer.
Midden-Drenthe wil nog maximaal 90 hectare aan zonneparken aanleggen. De gemeente schreef in 2024 een wedstrijd uit en zeventien initiatiefnemers dienden plannen in. De wedstrijd wordt officieel ‘maatschappelijke tender’ genoemd. Het idee daarachter is dat de opbrengsten van de zonneparken voor de helft terugvloeien naar de samenleving. Een commissie beoordeelde of de plannen aan alle spelregels voldeden en deelde punten uit.
Klatering
Zonnepark Groenlanden, 65 hectare groot en bestaand uit een zonnepark en een waterberging, kreeg de meeste punten. Dit zonnepark is gepland bij de buurtschap Klatering. Inwoners kwamen in het geweer, omdat ze niet zitten te wachten op een zonnepark in hun ‘achtertuin’.
Enkele tegenstanders vormden de Werkgroep Buurtvereniging Klatering. Die onderzocht hoe de verkiezing was verlopen en stelde onder meer dat in de beoordelingscommissie sprake was geweest van belangenverstrengeling. Zo zat er een medewerker van Waterschap Drents Overijsselse Delta in de commissie, die ook richtlijnen op het gebied van water had opgesteld voor de wedstrijd. Verder werkte een ambtenaar van de gemeente Midden-Drenthe, die in de commissie zat, enkele jaren geleden nog bij het bedrijf dat het winnende plan indiende.
Kritiek op wethouder
Ook stelde de werkgroep dat het zonnepark was gepland in een weidevogelgebied. Terwijl dat, volgens de afspraken van de gemeenteraad, verboden was. Volgens de werkgroep moest Zonnepark Groenlanden er koste wat kost komen en heeft de gemeente er alles aan gedaan om dit plan te laten winnen.
De werkgroep trok bij de politiek aan de bel. Daar bleken tijdens meerdere raadsvergaderingen de meningen verdeeld. Wethouder Jan Schipper (CDA) kreeg veel kritiek, maar volgens hem was er niks fout gegaan en was het gebied bij Klatering ook geen weidevogelgebied. Sommige partijen trokken zijn integriteit in twijfel, maar toen Gemeentebelangen met een motie van wantrouwen kwam, ging dat de rest van de raad te ver.
Een meerderheid van de raad drong vorig najaar aan op een Rekenkameronderzoek om onafhankelijk te laten uitzoeken of de ambtenaren en het college alles volgens het boekje hebben gedaan.
Het is niet goed geweest dat het idee kon ontstaan dat in de beoordelingscommissie mensen met dubbelen petten zaten, maar van daadwerkelijke belangenverstrengeling was geen sprake. Dat concluceert de Rekenkamer. ‘Er is geen integriteitsprobleem’, staat in het rapport. Ook heeft wethouder Jan Schipper de gemeenteraad goed geïnformeerd. Het advies aan het college is wel om de volgende keer kritischer te kijken als er een beoordelingscommissie wordt samengesteld.
Kritiek op raad
De Rekenkamer is ook kritisch op de gemeenteraad, want het gebied bij Klatering is geen weidevogelgebied en dat had de raad in juli 2024 zelf al vastgesteld. Toen werden de spelregels voor de zonneparkwedstrijd namelijk door de raad bepaald. Maar doordat het heel ingewikkelde materie is, had diezelfde gemeenteraad dat later niet meer goed in beeld, stelt de Rekenkamer.
Het gebied is door de provincie aangemerkt als ‘potentieel weidevogelgebied’. Er mag ook worden gejaagd op vossen en kraaien, ter bescherming van weidevogels, maar juridisch gezien is het geen weidevogelgebied.
‘Werkgroep ging ver’
Verder is de Rekenkamer kritisch over de manier waarop de Werkgroep Buurtvereniging Klatering te werk ging. De werkgroep is ‘zeer ver gegaan’ in het verdedigen van haar belangen, oordeelt de Rekenkamer. Door alle beschuldigingen over gebrek aan integriteit zijn ambtenaren onder druk komen te staan en door de felheid van de groep was er weinig ruimte voor plaatsgenoten met een andere mening.
In een gesprek met de leden van de Rekenkamer uitte de werkgroep een flink aantal verdenkingen en twijfels, maar uit het onderzoek blijkt dat ‘er op geen enkele wijze sprake is geweest van oneigenlijke beïinvloeding’ door welke betrokkene dan ook, schrijft de Rekenkamer.