Wouter Hoving schrijft over klimaat en duurzaamheid en schrijft elke twee weken commentaar voor DVHN. Foto: Marcel Jurian de Jong
‘Waar zijn de weidevogels? Vraag het de boeren!’ Dat bordje hing vorig jaar in de gemeente Het Hogeland aan een aantal bomen. Een boer liet een foto van de bordjes zien die hij van de boom had getrokken. Het maakte hem woedend.
„Ik durf op een verjaardag niets meer over mijn werk te zeggen”, stelde de melkveehouder. Er is iets in onze maatschappij geslopen. Iets anti-boers. En dat is gek. Want de meeste Nederlanders stoppen fluitend hun supermarktmandjes vol met gehakt, kipfilet, geitenkaas en yoghurt.
We verwachten zulke producten in de winkel, bij voorkeur niet te duur. Tegelijk zien we ook graag dat de boer zijn rendement omlaag haalt met ruimte voor weidevogels, bloemenstroken, geen bestrijdingsmiddelen, minder kunstmest, zo licht mogelijke trekkers, eiwitgewassen en alle koeien in de wei. Aan het eind van de maand staan overheden, agrobedrijven en de bank hun schulden te innen bij diezelfde boer.
Het probleem, zo stelde de boer in Het Hogeland, is dat hij wel degelijk een heleboel doet voor weidevogels. „Als ik met mijn tien meter brede maaimachine over het land ga, dan is er ’s ochtends vroeg al met drones gekeken of er geen nestjes zitten. Dat weten die mensen helemaal niet.” Hij heeft natte ‘plasdras’-gebieden speciaal ingericht voor weidevogels, waar hij steeds minder weidevogels ziet. De boer wijdt dat aan kraaien, steenmarters en huiskatten.
Alleen met veel grond hoeft de boer zijn mest niet tegen hoge tarieven af te voeren.
Boos wijst hij op het bordje. „Waarom komen mensen niet op mijn erf om het mij te vragen?”
Schaalvergroting heeft gevolgen
Natuurlijk: schaalvergroting maakt het weidevogels erg moeilijk op het Nederlandse boerenland. Als je daar iemand de schuld van wil geven, begin dan bij wijlen minister Sicco Mansholt die vanaf 1960 inzette op grootschalige ruilverkaveling.
Broodnodig, creatieve vernieuwing in de landbouw blijft uit. Kabinetten op rij zweren bij natuurinclusieve landbouw, maar sturen met regelgeving op schaalvergroting. Immers: alleen grote bedrijven kunnen duurzamere trekkers veroorloven en stalsystemen die aan CO2- en stikstofregels voldoen. Alleen met veel grond hoeft de boer zijn mest niet tegen hoge tarieven af te voeren. Alleen met goede marges kun je kleine stukjes van je dure grond opofferen voor bloemenstroken en duurzame experimenten.
Schaalvergroting leidt tot veel intensief productieland. Drooggemalen grond waar de maaier zes keer per jaar een bult eiwitrijk raaigras afhaalt voor koeien op stal. Ja, daar zitten weinig vogels, bijen en zweefvliegen.
We moeten daarom extra koesteren dat er boeren zijn die hun verantwoordelijkheid nemen in het buitengebied voor klimaatmaatregelen en biodiversiteit. Niet al hun inzet wordt vergoed. Vandaag een compliment aan hen.