Veehouder Halbin Wiersema in een veld met korenbloemen en achter zich een houtsingel die hij beheert vanuit BoerenNatuur. Foto: Geert Job Sevink
Hij is niet dol op de winter. Dus als melkveehouder Peter Dekens het eerste „gruttóóó” in het veld hoort, verheugt hij zich op het aanstaande voorjaar. Dit is het verhaal van drie boeren die meedoen aan natuurbeheer.
Boerin Lianne van Rulo (45) uit Midwolda heeft een keverbank om patrijzen te lokken. Veehouder Halbin Wiersema (37) heeft een gonzend bloemenveld vol insecten terwijl er af en toe een ree doorheen vliegt vanuit de houtsingel. En koeienboer Peter Dekens (61) heeft een privéorkest van rietzangers, tureluurs en grutto’s.
Om de inzet voor natuur en landschap door deze boeren goed voor het voetlicht te brengen, organiseert de landelijke organisatie BoerenNatuur van 17 juni tot en met 17 juli de ‘BoerenNatuur Zomerweken’. Aanleiding is het tienjarig bestaan van het stelsel van agrarische collectieven dat in 2016 werd ingevoerd. Agrariërs openen hun erf, ook in de provincie Groningen.
Wat is er te doen tijdens de Zomerweken?
In Onderdendam kun je op 18 juni mee in een Weidevogel Express door het vogeltjesland om kluten, wulpen, kieviten, tureluurs en grutto’s te spotten. Op 20 juni kun je mee op een wandeling door het coulisselandschap van het zuidelijk Westerkwartier. Op 26 juni kun je op een fietstocht langs het boerenland in Midden-Groningen. En op 20 juni en 17 juli kunnen kinderen in Midwolda een vogelhuisje knutselen. Opgeven is wel nodig bij alle activiteiten.
De combinatie van agrarisch grondgebruik en natuur kan best uitdagend zijn. Natuurinclusief boeren betekent vaak meer werk, minder opbrengst per hectare en een heleboel extra mensen op je erf. Toch doen er genoeg agrariërs mee: verspreid over 39 agrarische collectieven in het land zijn bijna 13.000 boeren aangesloten. In de provincie Groningen zijn drie collectieven actief: BoerenNatuur Groningen West (650 leden), BoerenNatuur Midden Groningen (175 boeren) en de ANOG in Oost-Groningen (350 boeren).
Drie boeren – van elk collectief één – vertellen voor welk stukje natuur zij zich inzetten.
Kruidenrijk gras en ecologische sloten
Peter Dekens is melkveehouder en fervent weidevogelliefhebber. Hij doet aan agrarisch natuurbeheer door een geschikt leefgebied voor weidevogels te creëren met maatregelen zoals zijn land nat maken (plasdras), later maaien en kruidenrijk grasland.
Boer Peter Dekens is zijn kruidenrijke gras. Zijn aanwezigheid maakt de grutto's in de buurt onrustig. Foto: Anjo de Haan
Gevaarlijk terrein
„Als we nog dichterbij gaan, worden we echt aangevallen, hoor.” Melkveehouder Peter Dekens (61) uit Sint Annen waarschuwt journalist en fotograaf. Toch gaan we door. Plots is de lucht vol met cirkelende tureluurs en grutto’s. Wegwezen, schreeuwen de vogels. Het is een tweeledige waarschuwing: naar eigen kuikens en naar de ongewenste bezoekers.
Het gras wuift tot voorbij de knie. Als de koeienboer nu zou maaien, zou het nog prima voedsel zijn voor zijn 90 koeien. Maar dat doet hij niet, want er zitten talloze kuikens in. Laatst inventariseerde een vrijwilliger van stichting Sovon welke vogels hij hier zag. Zestien tureluurs, vierentwintig grutto’s, vijf kieviten, drie veldleeuweriken, negen gele kwikstaarten, een heleboel krak-, slob-, berg-, kuif- en wilde eenden en tal van zangers zoals putters, rietzangers, rietgorzen, blauwborsten en karekieten.
Melkveehouder Peter Dekens doet mee aan de BoerenNatuur Zomerweken. Achter hem een stuk plasdras en een bordje met kiezels waarop scholeksters kunnen broeden. Foto: Anjo de Haan
Dat er ook zoveel water- en rietvogels zijn, komt doordat Dekens zijn sloten ecologisch beheert. Dat wil zeggen: aan één kan het oude riet laten staan, en aan de andere kant wel maaien, zodat er nog voldoende water doorheen kan.
De Sovon-vogelaar stuurde het lijstje naar Dekens. ‘Volgens mij gaat dit een goed jaar worden’, appte die terug.
Andere manier van boer-zijn
Zulke cijfers motiveren. Het gras blijft minimaal tot 15 juni, maar daarna volgt steevast een verlenging van 14 dagen. En vaak nog één. En soms nog één. Soms tot op het moment dat het gras zijn zaad loslaat, en de houtige halmen onbruikbaar zijn als voedsel voor de koeien. „Eenmaal moest ik zelfs tot 1 augustus wachten met maaien.”
Dekens zit er niet mee. Hij moet extra gras aankopen voor de winter, maar daar staan vergoedingen voor het beheer tegenover. Bovendien mag het voer wel iets mindere kwaliteit zijn. „Ik vraag niet van mijn koeien om 11.000 liter in een jaar te geven.”
In het kruidenrijke gras groeit kamille. Foto: Anjo de Haan
Deze manier van boer-zijn past bij Dekens. „Ik ben gelovig. Als ik iets neem van het land, vind ik het mooi om ook iets terug te geven.”
Daar mogen anderen van meegenieten. Hij heeft net een nieuwe vogelkijkhut op het erf. Vanaf volgend seizoen wil hij die openstellen voor bezoekers uit de omgeving. „Als de wind goed staat, dan zeggen ze weleens in Ten Boer ‘we kunnen ze horen’.”
Precieze controleurs
Hij heeft 26 hectare grasland in zwaar beheer, waarvan 16 hectare omheind zodat er geen vossen in kunnen. Vier grote plasdrassen (natte poelen op het land) trekken vogels aan van heinde en ver. In het hele gebied Krangeweer doen meerdere boeren mee aan de maatregelen.
Melkveehouder Peter Dekens heeft sinds kort een keet vlakbij de plasdras. Hij wil dat geïnteresseerden daar het volgende seizoen de vogels in kunnen bekijken. Foto: Anjo de Haan
Voor het geld doet Dekens het niet. Sterker nog: voor zijn kruidenrijk gras vraagt hij geen vergoeding meer. Hij is de NVWA-bezoekjes beu. „Dan kijken ze of er genoeg kruiden in het gras staan, en leggen ze een meetvierkant neer, pal náást de plek waar die kruiden staan. Vraag ik: ‘Kun je die niet meetellen?’ ‘Nee, alléén dit vak.’”
Niet dat hij nu van het geneuzel af is. „Vorig jaar gingen ze de omheining rond het vogelgebied nameten. De controleur begon moeilijk te doen: het raster bleek zeven meter korter dan op papier. Ik zei: ‘Dat is wel substantieel, niet? Zeven meter op anderhalve kilometer draad’.”
Ondanks het kafkaëske gezeur blijft Dekens zich volop inzetten voor de vogels. „Als ik in het voorjaar de eerste grutto’s hoor en de zwaluwen weer beginnen te tetteren in de stal, dan denk ik: hèhè, het voorjaar begint weer. Eindelijk!”
Houtsingels en bloemstroken
In Niebert heeft veehouder Halbin Wiersema 60 vleeskoeien. Hij beheert houtsingels en teelt inheemse wilde bloemenzaden wat bijdraagt aan variatie in de biodiversiteit. Ook is hij bestuurslid bij BoerenNatuur Groningen West. Tijdens de BoerenNatuur Zomerweken kunnen geïnteresseerden op zaterdag 20 juni (10.00 – 13.00 uur) bij Wiersema en zijn buurman een wandeling maken door het coulisselandschap en zullen zij vertellen over het landschap en het agrarisch landschapsbeheer dat ze allebei doen.
Halbin Wiersema teelt deze inheemse korenbloemen om zaden te winnen voor de Cruydthoek in Oosterwolde. Hij lokt er ook veel insecten mee naar zijn boerderij. Foto: Geert Job Sevink
Houtsingels vol leven
De houtsingels van Halbin Wiersema (37) uit Niebert zitten vol leven. Reeën, fazanten en hazen verschuilen zich er. Soms laat een das zich zien en laatst zelfs een wolf. „Maar of ik daar nou zo blij mee ben…” Liever ziet hij de gekraagde roodstaart, een typische houtsingelsoort.
Wiersema zit met zijn vader in het maatschap in Niebert en heeft zestig vleeskoeien van het ras Belgisch witblauw. Ook fokt hij met het koeienras Lakenvelders en hij verbouwt bloemen voor de Cruydthoek in Nijerberkoop, een kwekerij voor inheemse planten en hun zaden. Hij heeft velden vol dagkoekoeksbloemen en korenbloemen, waar hommels en bijen zoemen.
„Ik hou ervan om al die beestjes te zien, en ook al die reeën en hazen. Ik ben geboren en getogen in dit houtsingelgebied. Dat hoort hier te zijn, en ik zie er de ecologische waarde van in.”
Geen meter missen op dure grond
Wiersema streeft er daarom niet naar om zijn 50 hectare zo efficiënt mogelijk in te zetten. Vorig jaar groef hij nog een poel uit, om de kamsalamander terug te krijgen in het gebied. Een succes is het nog niet, dus Wiersema zal opnieuw met een graafmachine in de weer moeten. Dat zijn dingen waar hij graag zijn energie in steekt.
Halbin Wiersema in een veld met dagkoekoeksbloemen en achter zich een houtsingel. Foto: Geert Job Sevink
Maar veel boeren gaan anders om met hun grond. Daardoor verdwijnen houtsingels steeds meer uit het landschap. Immers: de grondprijzen zijn de pan uit gerezen en boeren benutten graag elke vierkante meter. Houtsingels zijn obstakels die niet alleen ruimte kosten, maar ook zorgen voor hinderlijke takken, onkruid en schaduw op het land. En die schaduw zorgt weer voor lagere opbrengst.
Op het extensieve bedrijf van Wiersema is dat niet erg. „Maar de provincie en het rijk zullen wel over de brug moeten komen om ook grotere boeren te motiveren om hun houtsingels te behouden en beheren. Dat kan nog niet uit. Dat is anders dan bij het weidevogelbeheer, wat voor veel boeren echt een verdienmodel is.”
Vergoeding
Voor het beheer van de singels krijgt Wiersema een onkostenvergoeding. Het zijn vaak tijdrovende klussen. Jaarlijks is het nodig om bramen eruit te trekken en takken of jonge bomen terug te snoeien. En dan is er nog het grote onderhoud: eens in de zes jaar moeten de singels uitgedund, om jonge bomen een kans te geven. Eens in 20 jaar komt er een eindkap, en gaat 70 procent van de grote bomen eruit. „Zo hou je de singel vitaal. Ik vind het leuk om te doen.”
Keverbank
Lianne van Rulo is akkerbouwer. Wat betreft agrarisch natuurbeheer heeft ze keverbanken, bufferstroken en braakliggende grond. Dat zijn maatregelen voor insecten en akkervogels. Tijdens de zomerweken kunnen kinderen met de boerin een vogelhuisje maken.
Akkerbouwer Lianne van Rulo heeft een keverbank en doet mee aan BoerenNatuur Zomerweken. Foto: Huisman Media
‘Beetle bank’
„Waarom heet het eigenlijk een keverbank?”, vraagt boerin Lianne van Rulo (45) aan haar man Jeroen. „Het is toch voor patrijzen?” Het precieze antwoord moeten ze schuldig blijven, maar het akkerbouwbedrijf in Midwolda heeft er wel eentje, te midden van de tarwe, de uien, de suikerbieten en het vlas.
De keverbanken zijn verhoogde stroken langs een akker. Dit idee komt oorspronkelijk uit Engeland (‘beetle banks’) om de patrijs een handje te helpen. Deze akkervogel is door intensieve landbouw sterk achteruitgegaan. De stroken worden ingezaaid met gras en kruiden en bieden een veilige plek zonder verstoring door landbouwmachines. Zowel voor vogels als voor insecten, vandaar dus ‘keverbank’.
De keverstrook op het erf van Van Rulo is nog vrij kaal. Maar in de hoge zomer en het vroege najaar niet meer. Dat komt goed uit, want als de gewassen van het land zijn hebben de patrijzen een schuilplek nodig.
Fazantenwalhalla
Plots ritselt het gras. Het is geen patrijs, maar een mannetjesfazant in zijn prachtige oranje verenkleed. Het plompe vogellichaam strijkt 50 meter verderop weer tussen de suikerbietenplanten neer.
De bank trekt met name fazanten. „Vier, vijf jaar geleden zijn ze teruggekomen,” zegt boer Jeroen, „en ook gelijk veel. Daarvoor waren de fazanten wel tien jaar weg.” Ook patrijzen komen langs op het akkerbouwbedrijf. Niet zo zeer bij deze keverbank, maar wel bij een aarden wal naast de opslagschuur.
Een lieveheersbeestje in de keverbank van akkerbouwbedrijf Van Rulo. Foto: Huisman Media
Educatie voor kinderen
Op de zwaluwen na – notoire raambesmeurders – geniet boerin Lianne erg van de natuur rond het erf. De blauwe kiekendief zit vaak op een paal naast het huis. Ze ontvangt schoolklassen op de boerderij om kinderen te vertellen over landbouw en natuur. „Zij zijn de basis. Laatst vroeg ik aan een klas van het voortgezet onderwijs: ‘Zaai of poot je een aardappel?’ Ze weten het niet. Dat vind ik wel triest, maar ja, ouders weten het ook niet meer.”
Met de scholieren maakt ze vogelhuisjes, bekijkt wormen in het wormenhotel, praat over voedselverspilling of gaat met zoekplaten speuren naar insecten.
In de keverbank zou zo’n zoektocht vandaag weinig resultaat ophebben opgeleverd. Op een enkel lieveheersbeestje na, dan. „Het is te koud, denk ik”, stelt Lianne, terwijl ze druk tussen de sprietjes speurt.
„Maar straks zie je hier een en al lieveheersbeestjes. Dat is ideaal, want die eten bladluis. Dan hoeven wij ze niet te bestrijden. We proberen zo weinig mogelijk gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.”
Keverbank langs een suikerbietenveld bij akkerbedrijf Van Rulo in Midwolda. Foto: Huisman Media