Scène uit 'AZC de musical', met op de achtergrond het nieuwe luxe hotel Elements. Op die plek stond in de jaren negentig het asielzoekerscentrum van Terschelling. Foto: Neeke Smit
‘AZC de musical’, vlakbij de plek waar ooit het Terschellinger asielzoekerscentrum stond: een statement op zich. Theatermaker George Tobal uit Syrië (asielprocedure: elf jaar, iets van achttien verhuizingen) weet waar hij het over heeft.
Wat de recensenten over AZC de musical gaan schrijven kan George Tobal weinig schelen. Liever de reactie van die twee Terschellinger vrouwen, die na de première naar hem toe kwamen. In tranen. „Dat is voor mij het allerbelangrijkste.”
Huilend dus. Omdat ze het zich nog zo goed herinnerden: het asielzoekerscentrum in het voormalige hotel Punthoofd, Formerum aan Zee. Er werd geprotesteerd toen het kwam, halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw, en er werd geprotesteerd toen het weer verdween, vijf jaar later. De bewoners waren in de Terschellinger gemeenschap opgenomen. „Ze wisten nog hoe moeilijk het was, dat die mensen weg moesten.”
Precies daar wordt nu, op Oerol, AZC de musical gespeeld. Een beladen plek dus, voor een beladen plek - behangen met gelaagdheid. Zeker in deze tijd. In de voorstelling horen we flarden uit het nieuws, hoe het opvangcentrum in Loosdrecht belaagd wordt door protesterende horden met fakkels. Het soort geweld, zo ongeveer, waarvoor de bewoners gevlucht zijn.
Onbewoonbaar
George Tobal is een Oerol-veteraan. „Ik voel me hier meer thuis dan op het vasteland. Als ik hier van de boot stap, denk ik: ja, ik ben er weer.” Hij loopt al een jaar of dertien rond op Oerol, in verschillende hoedanigheden, met verschillende voorstellingen, onder andere (tot en met 2018) als helft van duo George en Eran.
George Elias Tobal (1986) kwam als twaalfjarige met zijn gezin als vluchteling naar Nederland, op de vlucht vanuit dictatoriaal Syrië. Zijn asielprocedure nam een jaar of elf in beslag, en in totaal zo’n achttien verhuizingen. Van het ene azc naar het andere, zoals dat dan gaat.
Hij wilde er eigenlijk al eerder een voorstelling maken, toen dat oude gebouw er nog stond. „Maar dat mocht echt niet. Omdat het onbewoonbaar was verklaard. Daar had ik altijd al een gevoel van ‘jammer’ over.”
Mercedes, Audi, Porsche
Maar toen ging het tegen de vlakte, toen kwam daarvoor in de plaats het luxe hotel Elements, met appartementen die je kunt kopen als je een miljoentje hebt liggen. Leuk detail: de Mercedessen en de Audi’s op de parkeerplaats naast de speelplek, de Porsche die bij de première achter het podium langs reed. Mooi hotel, mooie appartementen. „Op zich een heel logische beweging”, zegt Tobal, „als dat oude gebouw onbewoonbaar is verklaard.”
Toen kon het, toen kwam alles samen. „Het anti-vluchtelingensentiment in de samenleving, mijn eigen verantwoordelijkheid en twijfel daarover.” En, wil hij benadrukken, die van het hele team. Inclusief regisseur Koos Terpstra, met een verleden bij het Noord Nederlands Toneel.
Het oorspronkelijke plan om er een komedie van te maken, werd ingehaald door de actualiteit - die van Loosdrecht, onder andere. „Dat kan dan helemaal niet.” En dan wel een musical? Ja, dat heeft ook weer te maken met ontwikkelingen, in die kunstvorm.
„In mijn tijd op de toneelschool werd er nogal neergekeken op de musical. O, zo’n populaire kunstvorm, daar hoefde je niet te veel aandacht aan te geven. Maar ik heb er de schoonheid van ontdekt. De emoties in zo’n musical zijn altijd zo vol! Als er een liefdesscène is, dan gaat de liefde zegevieren maar dan ook totaal. Als het gaat om het AZC en de vluchtelingenproblematiek, is er eigenlijk geen middenweg, geen ruimte voor nuance.”
Plus: de musical als kunstvorm is flink opgeschoten. „In het musical-landschap van Nederland zie je nu heel bijzondere, nieuwe makers. De opdracht van Koos Terpstra was: we gaan die musicalvorm niet belachelijk maken. We gaan de kracht van die vorm gebruiken om ons verhaal zo goed mogelijk te presenteren aan het publiek." Al dicht hij zijn productie geen grote kansen toe bij de Musical Awards. „Zo goed zijn wij niet, als musicalmakers.”
De juiste vragen
Waarbij hij zijn boodschap ook weer niet heel direct in het gezicht smijt. „Wij theatermakers hebben de neiging om de waarheid in petto te hebben, en het publiek een schuldgevoel aan te praten. Maar het publiek is niet de schuldige. Dat zijn mensen die net zo onwetend en zoekende zijn als ik. Als ik mezelf daarin meeneem, in die twijfel en die zoektocht naar antwoorden, door de juiste vragen te stellen aan mezelf, dan hoop ik dat het publiek dat ook aan zichzelf doet.”
George Tobal. „Het publiek is niet de schuldige." Foto: Neeke Smit
Tobal laat zichzelf en zijn ervaringen nadrukkelijk niet buiten schot. Hij laat zich zelfs beschuldigen, door een van de personages, van het ‘exploiteren van het collectieve schuldgevoel’. Een heel effectief stijlmiddel, hij doet dat vaker, om juist die gelaagdheid van het onderwerp weer te geven.
Tegenover de angsten van Nederlandse burgers om hun dochters zet Tobal de loverboys, die als aasgieren om azc’s cirkelen op zoek naar kwetsbare slachtoffers. Of de oudere, bolvormige dames die met chips en bier naar zijn azc kwamen, om daarmee van de jonge bewoners seksueel vertier te kopen.
Echt gebeurd? „Is dat van belang?” In een musical deels gebaseerd op eigen ervaringen, is zoiets wel interessant om te weten. „Ze heetten anders.”
De bochten waarin je je moet wringen, als vluchteling.... George Tobal in 'AZC de musical'. Foto: Neeke Smit
George Tobal snapt ze wel, die bezorgde burgers. „Je kan en een fatsoenlijk mens zijn dat vindt dat je voor mensen moet zorgen, en tegelijkertijd zorgen hebben of we dat allemaal wel aan kunnen, die trauma’s en conflicten die je binnenhaalt. Als je zorgen hebt, ben je niet meteen een fascist, als je fatsoenlijk bent betekent dat niet dat je iedereen binnen wilt laten. Die twee dingen mogen en kunnen naast elkaar bestaan. Die complexiteit vind ik heel belangrijk. Er is geen dader, geen slachtoffer. Het is een systeemfout.”
En dit weet hij wel. „Die mensen die met fakkels bij azc’s staan, dat is niet Nederland. Het is een klein groepje, mensen die kwaad zijn niet zozeer op die vluchtelingen maar om iets veel complexer. Omdat ze zich achtergesteld voelen, of ingewikkelde ervaringen hebben.”
Moreel kompas
Uiteindelijk gaat het, ook bij zoiets als het asielbeleid, toch over de vraag: wie zijn wij? Durven we ons uit te spreken? „Het zit echt in de kleine bewegingen. Zeg je het als je eten in een restaurant niet lekker is? De kleine stapjes waarmee je je vrijheid vrijwillig opgeeft. En voor je het weet ben je alleen maar aan het roepen wat de grootste schreeuwerds zeggen. Niet durven kiezen, het laten gebeuren. Dat is het grootste kwaad.”
En, helpt het, zo’n voorstelling? „Ik hoop het. Theatermakers moeten een spiegel voorhouden, net als de journalistiek. Dat zijn de pijlers van de democratie. Laten we trots zijn op ons morele kompas, ons niet schamen voor ons fatsoen.”
Precies daarom somt George Tobal in de voorstelling een hele lijst op van mensen die hem hebben geholpen in zijn tijd als vluchteling, om de mens en de kunstenaar te worden die hij nu is. Een ontroerend moment. „Dat moest een keer in een voorstelling. Ook om te laten zien: we zijn niet alleen maar schuldig. Er zijn ook helden.”
AZC de musical is nog tot en met 21 juni te zien op Oerol: www.oerol.nl