Cello Octet Amsterdam, ’s avonds laat op het Noordzeestrand. Foto: Neeke Smit
Als je verder kijkt dan je biertje en je bandje, hangt Oerol eigenlijk van rituelen en zingeving aan elkaar. Hoe werkt dat in de praktijk van de festivalganger op Terschelling? Intussen dreigt ‘De oare kant’ van Tryater uit te groeien tot een heuse Oerol-hit, en volkomen terecht.
De ziel van Oerol, waar is die gebleven? Je hoort het wel eens mensen zeggen, zeker als ze net de Oerol-docu met allemaal spectaculaire beelden van het Oerol van vroeger gezien hebben, deze week in de Tonnenloods te West-Terschelling. De vraag wat die ziel precies is, is niet gemakkelijk – en krijgt nu beslist een ander antwoord dan dertig jaar geleden.
Maar ook anno 2026 zal dat geen eenduidig antwoord zijn. Oerol is feest, Oerol is experiment, Oerol is theater waarbij de locatie (vaak maar niet altijd: de natuur) nadrukkelijk mee de boel vormgeeft, Oerol is een ritueel waar je stilstaat bij de wezenlijke dingen om er, misschien, anders uit tevoorschijn te komen.
Op Oerol kun je feesten, vrijen, vreemdgaan, je verwonderen tot je erbij neervalt. Binnen het officiële programma of erbuiten. In dat licht zijn er allerlei kleine voorstellingen, zoals Douwe Dijkstra en de sneue vertoning op hun vaste plek, bij hotel Boschrijk in West-Terschelling. Straattheater, van oudsher onderdeel van die Oerol-ziel, is er ook nog.
Cent
Het kan ook platter, of laten we zeggen: gemakkelijker. Allerlei horecagelegenheden en campings hebben dj’s en bands, soms doodleuk buiten. Zie de drukte bij Onder de Pannen (Midsland) en De Vijfpoort (Formerum). Zo kun je een prima Oerol hebben zonder dat Oerol zelf een cent aan je verdient. Al staat het complete ‘alternatieve’ programma wel keurig op de website.
Terschelling
Straattheater in Midsland: Compagnie With Balls. Foto: Neeke Smit
Leuk, al die feestelijkheden, en noodzakelijk voor de ziel. Maar als het echt ergens om mag gaan, kom je toch snel uit bij het eigenlijke Oerol-programma. Neem De oare kant: een rauw verhaal van afscheid en opnieuw beginnen. Afscheid van het leven dat je tientallen jaren geleid hebt, met je partner. Opnieuw beginnen in het besef dat hij op mannen valt. De vragen die zoiets oproept: pijnlijke vragen, indringende vragen.
Onder de vlag van Tryater maakt de Friese theatermaker Romke Gabe Draaijer deze voorstelling, over de achterblijver als de partner uit de kast komt. Nynke Heeg speelt die vrouw heel indringend, danser Amin Alifin (uit Singapore) heeft een grotendeels zwijgende rol. Het is haar verhaal, maar hij danst er zijn woordloze perspectief bij.
Aan dit verhaal wordt niet weinig bijgedragen door de vormgeving: doeken op verschillende niveaus, als drager van schaduwen en een soort vloeistofprojecties. Beeldend licht over het zand dat toch al in deze manege (in Hoorn, Terschelling) ligt.
Rouw
Romke Gabe Draaijer heeft met deze Oerolhit-in-wording een ferme stap gemaakt in zijn ontwikkeling als theatermaker. Maar vooral Nynke Heeg draagt deze voorstelling. Sprekend, zingend, bewegend, spelend, door alle stadia van wat toch ook een soort rouwproces is, op de toppen van haar kunnen. Dat er bij de première een zwaluw door het toneelbeeld vliegt – alleen op Oerol, zoiets.
Een ritueel, een toestand van overgang, een moment van stilstand om de dingen te overdenken voor je weer in beweging komt. Het is een onlosmakelijk onderdeel van de Oerol-beleving. Van het moment dat je de boot oploopt tot de speurtocht naar je slordig geparkeerde fiets, van het staand applaus na vrijwel elke voorstelling tot de gedachten en gevoelens die je daarna, bij de betere voorstellingen tenminste, overvallen.
Goed, dan loop je dus met zijn allen over het Noordzeestrand naar de speelplek van Cello Octet Amsterdam, voor Star Map van componist Katie Moore. Op de grens van zee en zand, op de grens van dag en nacht (want ver na tienen ‘s avonds). Acht cello’s dus, nu eens niet op een rij maar in een cirkel, instrumenten en gezichten naar buiten gericht, naar de ook al cirkelvormige tribune.
Kosmische wederhelft
De begeleidende, tevoren voorgelezen tekst rept van de mogelijkheid dat er ergens een ‘kosmische wederhelft’ van onze aarde rondzweeft – eentje misschien waar wel alles goed gaat. En dan, als het duister invalt en de bezoekers onder hun dekentjes wegens de invallende kou beginnen te rillen, brengen die acht cellisten hun instrumenten tot zingen.
Eerst is het fluisteren, in langgerekte tonen omgeven door notenslierten als regenbogen. Juist die doorgaande grondtonen geven dit stuk zijn meeslepende urgentie, terwijl de geluiden van de natuur overstemd worden door steeds harder te spelen. Maar waar zijn die sterren eigenlijk? In de half bewolkte lucht zien we er maar eentje. Die kosmische wederhelft, denken we dan maar.
Vast onderdeel van het Oerol-ritueel: wachten in de rij. Foto: Neeke Smit
Als je goed kijkt, zie je het overal: die staat van overgang, die tussentijd. Bij theatermaker George Tobal, oorspronkelijk uit Syrië, duurde de asielprocedure elf jaar en een stuk of achttien verhuizingen. Die achtergrond is een van de drijfveren achter AZC de musical. Dat en de plek: het parkeerterrein bij het brandnieuwe luxe hotel Elements, precies waar ooit het Terschellinger asielzoekerscentrum stond.
Een musical als drager voor een heel genuanceerde, maar des te raker geformuleerde thematiek. De toevalstreffer, het Oerol-extraatje, is hier geen zwaluw maar een Porsche, die bij de première achter het nogal geïmproviseerde podium langsrijdt.
Dark room en theeceremonie
Je ziet het ook bij gezelschap Urland. Thomas Dudkiewicz heeft de enige sprekende rol, maar minstens zo belangrijk zijn de zestien luidsprekers op het zwarte, verder lege podium. Met een uiterst vernuftig sounddesign (Tomas Loos) worden zo heel uiteenlopende ruimtes en werelden opgeroepen, van een darkroom tot een verstilde theeceremonie. Het verhaal, als je daar al van kunt spreken, is een grillige reis door het onderbewuste. Met spiegelingen, alter ego’s, suggestie, niet direct kop en staart maar wel uiterst intrigerend.
Thomas Dudkiewicz van gezelschap Urland: verteller in een verhaal vol spiegelingen en alter ego's. Foto: Neeke Smit
Terwijl Bambie eerder absurdistisch te werk gaat. Twee landbouwdeskundigen proberen de grond en de planten op een veld bij Formerum op te voeden. Dat levert tal van absurde taferelen op, plus schattige interacties met toevallige voorbijgangers en de beide geiten als figurant achter op het speelveld.
Maar je schrikt op als een van de landbouwdeskundigen het ineens over exoten heeft, de planten van verre die bijdragen aan verzuring, andere planten verdringen en dus weg moeten wezen. De gedachtesprong naar de thematiek van AZC De Musical is dan niet ver meer.
Bambie: acteurs als planten. Foto: Neeke Smit
Bij het Leeuwarder dansgezelschap Ivgi & Greben is er ook al sprake van een tussentijd, een schemerzone, nu de provinciale subsidie stopt. De gang naar de rechter zal op korte termijn geen resultaat opleveren, dus is het binnenkort met dit gezelschap gebeurd – in deze vorm tenminste. Dat maaktvan Not Yet, gespeeld tussen 72 slim ingezette, plastic kuilbalen, extra dwingend. Dat wordt, voor betrokkenen en liefhebbers, ook een rouwproces.
Archetypes
De tweede voorstelling van zondagmiddag moest behoorlijk omgebouwd worden, omdat een van de dansers bij de eerste van die dag zijn schouder flink blesseerde. Ook met een danser minder is dit een indrukwekkende ervaring, vol zinnelijke groepstaferelen en een boos soort urgentie. En hoe mooi is het intro: de bezoekers opgehaald door de dansers, hand in hand, om op de speelvloer nog een collectieve rondedans te doen.
Rituelen, ze zijn overal. Maar vooral bij Chronos, de schitterende opera van Dunja Jocić bij Silbersee. Vijf merkwaardige wezens uit een vergane beschaving (misschien op die kosmische wederhelft) beelden die rituelen uit in muziek, dans en zang. Bezweringen, mensoffers, maar bovenal: een soort archetypische rituelen, geldig voor iedereen met een kloppend hart. Het decor van Douwe Hibma, een toren van roestend staal die al eeuwen hier in het bos lijkt te staan, draagt daar van alles aan bij.
Ook onderdeel van het Oerol-ritueel: de zorg voor de natuur. Op het pad naar de speelplek van Silbersee staan verscheidene plantjes van een paar decimeter hoog, met beschermende stokjes en touwtjes eromheen. Wat een onverwacht ontroerend plaatje.