Romke Gabe Draaijer. „Liefde is fantastisch, maar loslaten is superkut." Foto: Neeke Smit
Man komt na jaren huwelijk uit de kast, ontdekt zichzelf en de gay-wereld. Maar hoe zit het met de achterblijvende partner? Wat maakt die wel niet door? Daarover gaat theaterproductie De oare kant (De andere kant) van theatergezelschap Tryater, komende week op Oerol.
Het zijn niet zozeer zijn eigen ervaringen die centraal staan in De oare kant, zegt Romke Gabe Draaijer (36). Er gingen uitvoerige interviews aan vooraf met mensen die het is overkomen: man komt, na soms jaren huwelijksleven, uit de kast en vrouw blijft achter. (Andersom kan natuurlijk ook.) Maar hoe is dat voor die achterblijvende partij, die nergens om gevraagd heeft tenslotte?
Maar toch. Zelf kwam hij pas laat uit de kast, rond zijn 28ste. Daarvoor had hij ook gewoon vriendinnen. „Ik heb alles wel gedaan, en ik heb genoten. Ik zeg wel eens voor de grap: ik heb het Walibi-pretpark gehad, alle attracties gedaan, met mooie meisjes. En nu zit ik in de Efteling, mijn homoseksuele sprookjespretpark.”
'De oare kant’
De oare kant van Tryater is tot en met 21 juni te zien op festival Oerol op Terschelling, in de manege van Hoorn. Overwegend Friestalig, met Nederlandse ondertiteling. Zie ook: www.tryater.nl; www.oerol.nl.
Na zijn coming-out heeft hij nog wel een goed gesprek gehad met zijn laatste ex-vriendin. „Die vroeg zich ook dingen af. Was het dan wel echt?” Ja, hoe zit dan dan? „Ik heb mezelf steeds wel voorgehouden: nee, het is echt. Maar toen ik mijn partner trof, mijn vriend, toen wist ik pas wat echte liefde is. Achteraf kan ik zeggen: het was liefde op een andere manier. Er knaagde toch altijd wat in het lijf. Je hebt het zo lang weggedrukt, dat je niet doorhebt dat je ook anderen voor de gek houdt.”
Romke Gabe Draaijer - geboren en getogen in Molkwerum, nu woonachtig in Utrecht - weet dus wel enigszins waar hij het over heeft. Al is zijn Walibi-pretpark-fase niet te vergelijken met het huwelijksleven dat veel anderen al achter de rug hebben, met kinderen en al.
Heteronormativiteit
Daar kwam hij achter bij de interviews, ter voorbereiding van zijn stukken. Zo werkt hij, in ieder geval bij de beide voorstellingen die aan De oare kant vooraf gingen: Pinokkio Lost Time, over zijn coming out en de verloren tijd die daaraan vooraf ging, en Morphosis.
Op die manier ontdekte hij, na zijn eigen seksualiteit, ook nog eens zijn ‘makerschap’. Voorstellingen als onderzoek: „Wie ben ik?” Zo ver is hij nu wel: dat hij homoseksueel is, of queer, anders zijn, „tegen de heteronormativiteit in: dat zal altijd een topic zijn in mijn voorstellingen.” Vandaar ook de openluchtvoorstelling Ik wol libje! (Ik wil leven) in Burgum, in september - heel anders, maar ook met een queer-thematiek.
Romke Gabe Draaijer. „Liefde is fantastisch, maar loslaten is superkut." Foto: Neeke Smit
Wat hem prikkelde voor precies dit thema? Bij zijn interviews kwam hij ze al tegen: de mannen die zich eerst naar de heteronorm hadden geschikt, inclusief huwelijksleven, en pas nadien uit de kast kwamen. Maar het belletje begon pas goed te rinkelen toen de vader van zijn beste vriendin die weg ging - na 34 jaar nog eens. Hem strikte Romke Gabe meteen voor een interview. „Maar toen kreeg ik een heel mooi appje van zijn vrouw, die kende ik ook. Van: ‘Hee, je zou mijn verhaal eens moeten horen’. Toen klikte er wat in mij.”
Ook al omdat hij meteen moest denken aan zijn eigen ouders, in Molkwerum. Geen kom-uit-de-kast-verhaal, dat niet, maar zijn vader is al vijftien jaar ernstig ziek. „Hij wordt langzamerhand blind, zijn lichaam valt uit en ze weten niet wat het is. Iedereen vraagt altijd: hoe is het met je vader, maar niemand vraag naar mijn moeder. Terwijl het voor haar misschien nog moeilijker is, zij moet ook een heel stuk van haar leven afstaan.”
Achterblijvers
En toen wist hij: dit moest het onderwerp worden van het laatste deel van zijn theatertrilogie. De andere kant van het coming-out-verhaal.
Want de achterblijvende partij blijft maar zitten. Met vragen als: al die jaren huwelijk, was dat wel echt? Sinds wanneer weet je het nou? Heb je dan al die tijd tegen me gelogen? Had ik het zelf niet veel eerder moeten zien? „Het hele narratief dat je met zijn tweeën hebt, dat verbrokkelt. Daar krijg je twijfels over.” En dan vindt de buitenwereld er ook nog wat van. „Dat je te horen krijgt: o, ik had het allang gezien. Nou, lekker is dat.”
De term ‘achterblijvers' kwam bovendrijven uit zijn interviews. Een mooie, genuanceerde term, vindt Romke Gabe zelf. „Het gaat ook over loslaten, afscheid nemen, rouw. Dat je degeen die je het meest vertrouwt in het leven, die het dichtst bij je staat, dat je die even niet meer vertrouwen kunt.”
Actrice Nynke Heeg in 'De oare kant'. Foto: Neeke Smit
Zulke gevoelens beperken zich niet tot zo’n specifiek geval, die zijn universeel. Wat dat betreft komt er in dit stuk een intrigerende laag bij, omdat de rol van de vrouw (de enige sprekende rol ook) wordt gespeeld door Nynke Heeg, zelf een achterblijver met haar eigen rouwproces. Relaties kunnen uitgaan, partners kunnen overlijden. Romke Gabe: „Ja, liefde is fantastisch, maar loslaten is superkut.”
Drag queens
Gelukkig is er dan de kunst. Inclusief dans. De andere rol wordt gespeeld door Amin Alifin, een danser uit Singapore, die zich laat inspireren door waacking: een theatralere variant op vogue-dansen, echt een fenomeen uit de underground-homo-subcultuur. „Ik wilde wat met beweging, en ik wilde deze dans naar Friesland halen.” Hij trof Amin in een drag-kroeg in Melbourne, Australië. „Daar heb je veel van zulke bars, met heel goede drag queens.”
Nynke Heeg en Amin Alifi. Foto: Neeke Smit
Deze dans krijgt gestalte in de vorm van een soort schaduwspel - de symboliek is duidelijk. De vorm, de beeldende component van zijn voorstellingen wordt steeds belangrijker voor Romke Gabe, „en dat wil ik hier verder ontwikkelen.”
Met ‘hier’ bedoelt hij Oerol, en meer in het bijzonder: de manege in Hoorn, Terschelling. Vooralsnog is De oare kant alleen in deze context te zien. „Maar als het een heel goede voorstelling wordt...” Intussen is Romke Gabe, al vaker op Oerol actief, erg blij met die speelplek.
„Ja, fuck it, het is wel binnen, maar dan kan ik wel met licht werken. Ik heb altijd wel mooie lichtplannen, dat vind ik belangrijk. Een mooie manier om magie te creëren. Ook met dat schaduwspel. Die plek geeft ook wat. Het is een zandbak, dus dat maakt het aardser, harder.”
Als Oerol gaat over rituelen, over overgangsfasen, dan geldt dat ook voor dit stuk. „Deze mensen zitten in een tussengebied, een soort abstract schemergebied. Het is ook een overgang voor hen. Van loslaten naar een nieuw narratief.”