Joris Bedaux (links) en Rob van Rijswijk, van Strijbos & Van Rijswijk, op het dak van museum Belvédère in Oranjewoud. Foto: Rens Hooyenga
Het Oranjewoud Festival zet steeds meer in op ‘locatiemuziek’. Bij de editie van komend pinksterweekend zijn er op dat terrein opvallende projecten, en een heus symposium. Het landschap inpakken, met muziek.
„Er is niks mis met een concertzaal”, zegt Rob van Rijswijk, „maar er is zo veel meer te halen. Juist die beweging naar de publieke ruimte: kunst neerzetten in het dagelijks leven. Neem Christo, de kunstenaar die gebouwen inpakt. Maar dat kan ook met muziek, met klank! Een heel landschap inpakken!”
Yoram Ish-Hurwitz: „We hebben locatietheater, we hebben land art. Maar locatiemuziek is eigenlijk nog onontwikkeld.”
‘Locatiespecifiek’ werken. Dat kan dus heel goed met muziek, zo laat het Oranjewoud Festival al sinds pakweg 2014 zien, en horen. Het prachtige parklandschap van Oranjewoud is daar heel geschikt voor. Het is praktisch de achtertuin van Yoram Ish-Hurwitz, geestelijk vader en artistiek leider van het festival – die bij zijn wandelingen vlak bij huis op de beste ideeën komt.
Akoestische horizon
Duo Strijbos & Van Rijswijk is daar vaak bij betrokken. Tilburgers Rob van Rijswijk en Jeroen Strijbos hebben een achtergrond in compositie én in muziektechnologie. En daar heb je wat aan als je op locatie bezig bent.
Neem het dak van museum Belvédère, tijdelijk bereikbaar via twee trappen. Daar is men druk bezig met het oprichten van schermen en het neerzetten van speciale speakers en andere onderdelen van een geluidssysteem.
Dieper luisteren naar onze omgeving, dat vind ik al heel lang belangrijk en interessant
Dat loopt uit op Your Acoustic Horizon. Die horizon in kwestie strekt zich uit tot aan weerskanten van het museum, gebouwd boven de Prinsewyk. Over dat water varen komend weekend steeds twee boten heen en weer, gevuld met koperblazers. Dat geluid wordt naar boven gestreamd, gemixt met geluiden van elders op het festivalterrein en zelfs een „uit elkaar gehaald” lied van aanstormend Fries talent Mayte Veenstra, opgenomen bij haar thuis. De blazers reageren daar dan weer op.
„Het gaat om het parklandschap”, zegt Van Rijswijk, „om dat tot klinken te brengen. Zoals dit museum het Friese landschap wil tonen. Daar haken wij op in.” Maar er is meer aan de hand. Die heen en weer varende bootjes, met wisselende, in- en uitstappende koperblazers: het is een ritueel dat de hele dag doorgaat.
Contemplatieve ruimte
„Het is niet echt duidelijk waarom”, zegt Van Rijswijk, „maar dat hoeft ook niet. Die handeling, die herhaling, dat ritueel: dat is eigenlijk het werk.” De voorbijglijdende tijd speelt daarbij een essentiële rol, de bezoeker eveneens. Die kan zich op het dak tussen de half doorzichtige, oranje schermen posteren en zo het werk ondergaan. Eigen manier, eigen tempo. „Een soort contemplatieve ruimte”, noemt Van Rijswijk dat. „Daarboven komt het allemaal samen.”
De rol van de luisteraar is anders dan in die traditionele concertzaal. Dat gaat vaker zo bij projecten van Strijbos & Van Rijswijk, ook als die zich afspelen op een Oostenrijkse gletsjer, een plein in Milaan of de beeldentuin van beeldhouwer Eduardo Chillida vlak bij San Sebastian. Of met de app Walk With Me, die de luisteraar (met koptelefoon) op een niet-lineaire manier door het landschap stuurt. „Dit is geen monoloog van de kunstenaar, veel meer een dialoog.”
Luisteren met het lichaam, zo kun je het ook noemen. Niks nieuws, bezweert Van Rijswijk. Voor de ontwikkeling van de huidige concertpraktijk, rond de achttiende eeuw, ging het ook ongeveer zo – zonder die technische middelen dan. „Als je in zo’n zaal gaat zitten en je luistert naar muziek, werkt alleen je hoofd. Het lichaam is uitgeschakeld. Terwijl muziek daarvoor juist veel meer deel uitmaakte van het dagelijks leven. Van rituelen.”
Symposium
En die muziekpraktijk zie je weer meer terug. Vandaar een symposium, komend weekend, over precies dat onderwerp: locatiemuziek, muziek die zich nadrukkelijk verhoudt tot haar omgeving. Over het waarom, maar ook over de technische mogelijkheden en onmogelijkheden. Het is voor het eerst, dat symposium, maar het moet elk jaar terugkomen op het Oranjewoud Festival.
„Dit is ook een manier om het heft in eigen hand te houden, als kunstenaar. Je bent echt gerelateerd aan de plek. Je maakt iets dat zonder die plek niet zou bestaan. Je verhoudt je tot de wereld. Dus de urgentie is misschien sterker dan bij autonoom werk, hoe belangrijk dat ook is.”
Zo’n twintig minuten lopen verderop, bij de Oranjerie, vertelt Mees Vervuurt over zijn project op het Oranjewoud Festival: An Elegy For A Landscape. Voor acht vocalisten van NKK Next (de ‘jongerengroep’ van het Nederlands Kamerkoor), een percussionist en een ‘beweger’, al wisselen ze rustig van rol.
Luisteren naar elkaar, het individuele en het gezamenlijke. Dat is ook een thema
Het stuk gaat over „luisteren naar het landschap”, vertelt hij. „Bijna een gesprek met dat landschap. Door het bijvoorbeeld ineens helemaal stil te laten. Dan ga je heel anders luisteren naar je omgeving, dan hoor je die haast als muziek. Luisteren naar elkaar, het individuele en het gezamenlijke. Dat is ook een thema.”
Het wordt ook uitgevoerd op het O Festival in Rotterdam, waar je, anders dan in Oranjewoud of straks bij Oerol op Terschelling, ook de omringende autowegen hoort, en vliegtuigen.
Vervuurt (25): „Dat is het leuke van locatiespecifiek werk, dat het elke keer, op elke plek weer anders gaat doen. Daar gaat het misschien meer over luisteren naar dingen die verloren zijn gegaan.” Er zitten allerlei lagen in het stuk, belooft hij. Verschillende texturen en klankkleuren, dichtbij en veraf. De adem van de zangers (in hun verschillende talen en vocale tradities), het aardende van de percussie.
Mees Vervuurt vertelt over 'An elegy for a landscape', Yoram Ish-Hurwitz luistert aandachtig. Foto: Rens Hooyenga
Hij heeft al langer een grote liefde voor zulk werk, ‘locatiespecifiek’. „Dieper luisteren naar onze omgeving, dat vind ik al heel lang belangrijk en interessant. Hoe kunnen we onze oren inzetten om meer aanwezig te zijn? Ons eerlijker en oprechter te verhouden tot onze omgeving? De natuur, andere mensen?”
Ingevroren muziek
In zijn project wisselen de uitvoerenden van rol, er komt ook een dramaturg aan te pas. Net als bij Strijbos & Van Rijswijk trouwens, waar die schermen boven op het museum ook een beeldende component hebben. Zakelijk leider („ik heb een hekel aan die term”) Joris Bedaux stamt uit een architectenfamilie en benut die contacten intensief. En op bijvoorbeeld Oerol zie je steeds vaker locatievoorstellingen die gebruik maken van muzikale elementen.
Yoram Ish-Hurwitz, artistiek leider van het Oranjewoud Festival. „De oude grenzen voldoen niet meer." Foto: Rens Hooyenga
Ish-Hurwitz: „De oude grenzen voldoen niet meer. We gaan nieuwe grenzen creëren, nieuwe kaders. En dan krijg je vanzelf dat de definitie van componist niet meer werkt.” Met andere woorden: stel jezelf open voor de wereld, voor je tijd. „Maar dat is altijd zo geweest. Die ruimte moet je wel geven, anders krijg je ingevroren muziek.”
Niet dat hij de traditionele klassieke muziek zo zou willen omschrijven, nee, „dat is een schatkist. Maar we moeten het levend houden, in beweging. Daarom hebben we ook Typhoon, en ook dit, en alles wat daartussen zit.”
Festival
Oranjewoud Festival duurt van vrijdag 22 tot en met pinkstermaandag 25 mei. Met onder anderen Typhoon, Ragazze Quartet, Wibi Soerjadi, David Chalmin, Maya Fridman en Joost Oomen & Pynarello.