Exotische instrumenten in Echtenerbrug en, straks, Oranjewoud: het Atlas Orkest repeteert. Marco Keyzer
Het Atlas Orkest: een langlopend project, met instrumenten en muzikanten uit allerlei windstreken (oosterse vooral). De eigenlijke première is in het chique Amsterdamse Concertgebouw. Maar zonder het Oranjewoud Festival, dit weekend, was het niet gelukt.
De dizi (een Chinese bamboefluit), de shakuhachi (Japans blaasinstrument), de qanun (Turkse cither), de sarangi (Indiaas vioolachtig strijkinstrument), de kemençe (strijkinstrument uit de Turkse invloedssfeer), de sheng (Chinees mondorgel), de sho (de Japanse tegenhanger). En meer. Plus toch ook hobo’s en violen.
Het Atlas Orkest telt instrumenten van over de hele wereld – maar toch vooral de oostelijke helft – en voor de bespelers daarvan geldt hetzelfde. Dan kun je te maken krijgen met hoogst aardse problemen. Van de pipa, een Chinees, nogal peervormig snaarinstrument met zware frets, is de kam afgebroken. Daar moet een speciaal soort lijm aan te pas komen, maar waar vind je die, in het pinksterweekend als alles dicht is?
Dat soort dingen. De muzikanten van het Atlas Orkest logeren dezer dagen in Hotel Noudus in Delfstrahuizen en oefenen in het dorpshuis van Echtenerbrug, even verderop. Komend weekend laten ze hun vorderingen zien op het Oranjewoud Festival, het kindje van artistiek leider Yoram Ish-Hurwitz – die zich het lot van het project van componist Joël Bons heeft aangetrokken. Het project krijgt daar eigenlijk een festival binnen een festival, inclusief een communityproject samengesteld door mensen uit de buurt: Atlas4All.
Museum, monocultureel
Het is dus een orkest, dit Atlas Orkest, maar dan niet zoals we dat kennen. ,,Het gekke is”, zegt Bons, ,,dat het symfonieorkest een eeuw heeft stilgestaan. Heel raar. Na Le Sacre du printemps (het geruchtmakende stuk van Igor Stravinsky, 1913 - red.) is er gewoon niks veranderd. Je hebt een soort museum, volkomen statisch. Dat eindeloos herhalen van al die repertoirestukken, dat is de dood in de pot.”
En, heel belangrijk: ,,Het lijkt totaal niet op de maatschappij”, zegt Bons over dat statische, stoffige orkest,. ,,Het is monocultureel, uit de tijd vind ik. En hiërarchisch. Dat is dit project niet, of veel minder. Dat is ook mijn ideaal van hoe je samenleeft.”
Eigenlijk heeft hij het nooit zo bedoeld, maar het Atlas Orkest zou je kunnen zien als een alternatief. Bons herinnert zich het ‘voorstelrondje’ bij de eerste oefensessie, op de ochtend van eerste pinksterdag. ,,Dat was zo geweldig. Een uur lang zat iedereen naar elkaar te luisteren. Van de doedelzak tot de sarangi.”
Ish-Hurwitz: ,,Je hebt dan meteen respect en bewondering voor elkaar. Dat schept ook een band.” Bons: ,,Iedereen met zijn eigen eigen instrument, zijn eigen culturele achtergrond. Als je kjikt naar wat er in de wereld gebeurt... Daar wordt helemaal niet geluisterd. De verbinding tussen al die mensen, dat is ontroerend.”
Muziek kan dat. Maar dat was niet eens de achterliggende gedachte toen Ish-Hurwitz besloot Bons te benaderen, geïmponeerd als hij was door diens Nomaden: een soort voorganger van dit project.
Slechte muziek, gauw over
Ish-Hurwitz: ,,Het ging mij om de klank, dat vind ik het meest fascinerend. Die muzikale interesse in die klankbeelden, dat staat voor mij als pianist ook bovenaan. Verder had ik geen agenda. Maar er is zo’n oersprankel, zo’n vlammetje wat het gaande houdt. Dat is de essentie van de motivatie, een fysieke fascinatie. Daarna komt er van alles bij, wordt het steeds rijker.” Bons: ,,Maar als je slechte muziek hebt, is het gauw over.”
Repeteren in dorpshuis De Brêge, Echtenerbrug. Foto: Marco Keyzer
Het werken met muzikanten uit andere culturen, met (voor ons) exotische instrumenten die ook weer hun eigenschappen hebben, heeft zo zijn uitdagingen. Niet iedereen beheerst het westerse notenschrift, bijvoorbeeld. ,,De bespeler van de sarangi (Indiaas snaarinstrument, red.) schrijft dat dan over naar een Indiase partituur. Ja, ik schaam me rot dat ik dat niet kan. En verder, ja, zingen. Voorzingen. Doe alsjeblieft die noten op papier weg, luister naar elkaar.”
Daarom zitten er veel canons in het stuk, dat trouwens ook Atlas Orkest heet (en twee keer drie kwartier van je tijd neemt). Bons: ,,Dan spelen we gewoon een deuntje, een simpel deuntje, en dan zet je ‘t na elkaar in. Dan maakt het niet uit of iemand eruit is, want het is toch een canon.” Bons verzon meer van dat soort ,,strategieën en trucs. Wat zou gaan werken?”
Zo onstond er muziek met een zekere functionele inslag, ,,een speciaal soort muziek dat ik voor een gewoon orkest misschien nooit zou schrijven. Want je probeert die gekke combinatie aan de gang te krijgen.” En juiist in dat ruwe samenspel dat je dan krijgt, zit ook weer de charme. ,,Als je hobo of trombone met hun strakke klankbeeld zet naast die oosterse rietinstrumenten ... Die hebben allemaal een rafelklank. Het moet ook hier en daar een beetje rafelen, dat vind ik juist veel leuker dan al die gepolijste westerse klanken en orkesten.”
Voorbij het Westen
Combineer nou maar gewoon een Ierse doedelzak met een Oezbeeks rietblaasinstrument en een Chinees mondorgel. ,,Nou, dat geeft me een klank waarvan je denkt .... wauw!”
Zoals zovelen van zijn generatie (hij is 72) groeide Joël Bons, gitarist van huis uit, op met Beatles, Rolling Stones, Frank Zappa. Maar in de platencollectie van zijn ouders (,,een heel wonderlijke collectie”) ontdekte hij ook muziek uit Bali, Afrika, Mexico. Zo groeide zijn interesse in klanken van voorbij het strenge, gepolijste westerse ideaal.
Dit Atlas Orkest heeft dan ook een lange voorgeschiedenis, waarvan de laatste paar jaar op het Oranjewoud Festival te volgen zijn. ,,Ik heb heel erg zitten wikken wegen welke instrumenten wel en welke niet. En dan de mensen erbij, de bespelers.. Daar is erg veel research aan vooraf gegaan, wel 25 jaar.”
Ja, zo lang loopt dit traject dus eigenlijk al. De laatste paar jaar is Yoram Ish-Hurwitz mee kartrekker van deze hele onderneming, namens zijn Oranjewoud Festival als producerende partij. Want het is me nogal een operatie, logistiek, financieel, productioneel. Bons: ,,Al die visa, brrrr ...”
Kraamkamer
Zonder het Oranjewoud Festival, dat de afgelopen paar edities een paar vooruitblikken liet horen in meestal kleinere bezettingen, was het zover niet gekomen – ook al is de eigenlijke première pas een week later, op 21 juli in het Concertgebouw te Amsterdam onder de vlag van het Holland Festival, ook coproducent.
Joël Bons (links) en Yoram Ish-Hurwitz in Delfstrahuizen. Foto: Marco Keyzer
Bons: ,,Het Oranjewoud Festival had echt de functie van kraamkamer. De musici hebben de kans gehad om zich te laten horen. En nu presenteren we het orkest, we laten zien wat er allemaal kan. De chique eindpresentatie is dan in het Concertgebouw, maar hier is de creatieve hub.”
Mits het festival daarvoor de credits krijgt, bromt Ish-Hurwitz. ,,De structuren in Amsterdam zijn er al heel lang, die zijn behoorlijk vastgezet. Er spelen veel belangen, er is veel prestige. Maar dat kan ook verstikkend werken. Terwijl wij hier de luxe hebben van in de luwte dingen kunnen proberen. De vrijheid die je nodig hebt.”
Bons: ,,Dat is ook een van onze thema’s. Dit gaat eigenlijk over vrijdenken. Dingen die nog nooit eerder zijn gebeurd, en waarom eigenlijk niet?” Ish-Hurwitz: ,,Daar moet je wel de zuurstof en de ruimte voor hebben. De ruimte die ons als festival ook gegund is.”
Oranjewoud Festival: tot en met zondag 15 juni, Oranjewoud. Met verder onder anderen Remy van Kesteren, Pynarello, Asko-Schönberg, The Smartphone Orchestra, Matangi & Rubert Hein, Amsterdam Sinfonietta. www.oranjewoudfestival.nl