Een artist impression van het nieuwe onderkomen op Rottumerplaat. Beeld: Rijkswaterstaat Noord-Nederland
Rijkswaterstaat gaat een nieuwe accommodatie bouwen op het onbewoonde Rottumerplaat. Deze moet dienen als onderkomen voor vogelwachters en beheerders. Maar hoe bouw je op een eiland dat geen haven en geen andere voorzieningen heeft?
Rottumerplaat ligt in het Groningse deel van Werelderfgoed Waddenzee, tussen Schiermonnikoog en Borkum. Het is een Natura 2000-gebied. De natuur gaat hier voor de mens: alleen vogelwachters en andere beheerders namens Rijkswaterstaat mogen het eiland betreden.
De vogelwachters houden de broedvogels in de gaten, tellen ze, doen onderzoek, brengen flora en fauna in kaart en bewaken het eiland. Ook ruimen ze aangespoelde troep op. Tijdens het broedseizoen, van half maart tot half augustus, verblijven permanent twee vogelwachters op Rottumerplaat. In het najaar en de winter zijn er gemiddeld twee weekenden per maand vier vogelwachters aanwezig, vooral voor vogeltellingen.
De nieuwe accommodatie is grotendeels opgetrokken uit hardhout. Beeld: Rijkswaterstaat Noord-Nederland
De huidige accommodatie stamt uit de jaren vijftig. Ze bestaat uit een gebouw met slaapvertrekken, een oude Romneyloods voor opslag en een uitkijktoren. De bebouwing is sterk verouderd en voldoet niet meer aan de moderne veiligheidseisen; zo is de elektriciteitsvoorziening niet meer up‑to‑date. Tijd voor iets nieuws.
Kale zandplaat
Rottumerplaat was vroeger, zoals de naam al doet vermoeden, niet meer dan een kale zandplaat. Het huidige onderkomen werd zo’n 75 jaar geleden gebouwd voor duinwerkers die een stuifdijk aanlegden. Die dijk moest het eiland laten groeien tot een werkeiland voor de geplande inpoldering van grote delen van de Waddenzee. Dat had te maken met een onzalig plan, dat gelukkig nooit ten uitvoer kwam. Dat plan werd dankzij natuur- en milieuorganisaties nooit uitgevoerd. Daar zijn de broedvogels en natuurliefhebbers ze nog steeds dankbaar voor.
De inpoldering werd afgeblazen, maar het eiland bleef en groeide uit tot ongeveer 1000 hectare. Rottumerplaat is inmiddels een eldorado voor kluut, scholekster, bontbekplevier, visdief, lepelaar en vele andere broedvogels. Het eiland is drie keer zo groot als het eveneens onbewoonde buureiland Rottumeroog.
Het onderkomen voor de vogelwachters in 2008. Foto: Joop van Houdt
‘Nieuwbouw bestand tegen zware omstandigheden’
In de omgevingsvergunning van de provincie Groningen is opgenomen dat er maximaal vijftien vaarbewegingen heen en weer mogen plaatsvinden. De accomodatie wordt daarom zoveel mogelijk in prefab-onderdelen aangevoerd.
Daar komt voor de aannemer nog een extra uitdaging bij, zegt Langhout. „Hij moet mensen vinden die het geen probleem vinden om langere tijd op een verlaten eiland te blijven. Daar kan niet iedereen tegen, dat is in het verleden wel gebleken.”
Jan Wolkers en Godfried Bomans
Hij doelt op het experiment van de schrijvers Jan Wolkers en Godfried Bomans, die in 1971 achtereenvolgens een week in afzondering doorbrachten op het eiland. Wolkers vond het prachtig, Bomans ging bijna ten onder aan de isolatie.
Het nieuwe onderkomen op ‘plaat’ wordt grotendeels opgetrokken uit hardhout. „Het moet bestand zijn tegen zware weersomstandigheden, zoals harde wind en zout”, zegt omgevingsmanager Tedde Langhout van Rijkswaterstaat Noord-Nederland. „Het is zo geconstrueerd dat er geen zand in de dakgoten kan waaien. En het is goed geïsoleerd. Zonnepanelen en accu’s zorgen voor de energievoorziening.”
Het huidige gebouw telt twaalf slaapkamers met twee bedden. Dat verandert: in het nieuwe onderkomen kunnen vier personen overnachten, eventueel met stretchers uit te breiden tot acht.
De verouderde romneyloods op Rotterumerplaat. Foto: Redactie
Logistieke puzzel
De bouw is een logistieke puzzel. Er mag alleen worden gewerkt buiten het broedseizoen, dus tussen half augustus en maart. Rottumerplaat heeft geen haven en geen vaargeul. Bouwmaterialen worden bij hoog water aangevoerd; tijdens eb vallen de transportpontons droog zodat ze kunnen worden gelost. Op de terugweg nemen ze sloopafval mee.
Weemoed en whiskey
Vogelwachter Erwin Goutbeek (58), die al ruim twintig jaar op Rottumerplaat komt, zal het nieuwe gebouw gaan gebruiken. Toch kijkt hij er niet alleen maar naar uit. „We gaan het oude gebouw heel erg missen”, zegt hij. Hij noemt de houtkachel die ’s winters brandt op aangespoeld hout, de whiskey die hij er leerde drinken, de bruin‑oranje gordijnen, het aggregaat dat in een wolk dieselrook tot leven komt en de condens die ’s winters op de dekens slaat in het enkelsteens gebouw zonder dubbel glas. „Afzien is leuk.”
Bij Tedde Langhout zijn deze geluiden van vogelwachters bekend. „Als werkgever moeten we echt met de tijd mee. Maar bepaalde zaken gaan we goed bewaren. Zo krijgen oude kaarten en een kast met vondsten van het eiland een plekje in het nieuwe onderkomen.”
Vijftig jaar
Rijkswaterstaat wil na het broedseizoen van dit jaar beginnen met de sloop van het oude gebouw. De nieuwe accommodatie moet als alles meezit in 2027 klaar zijn en gaat naar verwachting ongeveer vijftig jaar mee.