Floris van Rees op onderzoek op de zandplaat Zuiderduintjes, ten oosten van Schiermonnikoog. Foto: Ane van Rees
Floris van Rees (33) onderzoekt in het Waddengebied de invloed van vogelpoep op de directe omgeving. De in Groningen geboren en opgegroeide ecoloog uit Den Haag deed opvallende bevindingen.
Wat heb je ontdekt?
„Die broedvogels creëren indirect hun eigen habitat, hun eigen leefgebied. We hebben de effecten van vogelmest op de planten op Rottumeroog, Rottumerplaat, de Richel, Griend en de Zuiderduintjes onderzocht. Dat zijn heel bijzondere eilanden omdat er geen mensen wonen en er dus nauwelijks verstoring van de mens is. Daar broeden veel vogels, soms tienduizenden bij elkaar.”
„Onze belangrijkste conclusie is: ze dragen bij aan het behoud van hun eigen eilandjes, dat is wel een vondst.”
Lepelaars op een zandplaat richting Rottumerplaat. Foto: Ane van Rees
Hoe werkt dat dan?
„De broedvogels eten op het wad of in de Noordzee. Die essentiële voedingsstoffen nemen ze naar het eiland waar ze broeden. Ze kakken de boel onder en door het bemestingseffect kunnen planten groeien. Die planten zijn weer handig om eilanden in stand te houden: ze houden zandafslag tegen en dempen golven.”
„Helmgras en andere grassen die belangrijk zijn voor de vorming van duinen groeien harder in een stikstof-omgeving. Guano, uitwerpselen van zeevogels, is brandstof voor planten. Zonder vogels is het voor een zandplaat moeilijker om uit te groeien tot een eiland.”
Floris van Rees inventariseert planten op Rottumeroog. Foto: Ane van Rees
Brengen die vogels meer plantensoorten naar de eilanden?
„Nou, eerder ándere plantensoorten. Vooral planten die houden van stikstof. We zien een verschuiving van vegetatie. Dat zien we ook vanuit de ruimte, met behulp van satellietbeelden. Vooral in de lente. Waar vogels hebben gebroed komt de vegetatie sneller op, daar gaat het harder.”
Wisten we dit niet al? Het is toch algemeen bekend dat vogels met hun uitwerpselen een grote rol spelen in de verspreiding van bomen, struiken en planten?
„We weten dat pelikanen belangrijk zijn voor bemesting, maar de stappen erna wisten we nog niet. Daar deden we zelf eerder ook al onderzoek naar. Het effect van vogels via planten op landschapsontwikkeling is nieuw. Omdát de planten beter groeien kunnen ze het zand en ander sediment beter vasthouden. Zo dragen ze bij aan de groei van eilanden.”
„Eilanden met broedende vogels hebben de potentie om veerkrachtiger te zijn, broedlocaties kunnen sneller teruggroeien na een storm. We kunnen het effect in percentages uitdrukken: als een duin in een jaar met een meter groeit, dan is 13 centimeter daarvan het effect van vogels.”
Een kolonie scholeksters, gezien vanaf Rottumeroog. Foto: Ane van Rees
Dus vogels dragen bij aan het voortbestaan van eilanden?
„Zeker, maar het ligt wel genuanceerd. Als er te veel vogels broeden zie je ook weer een afname aan vegetatie, constateren we in vervolgonderzoek. Dat zagen we op Griend, waar soms vijf grote sternen op een vierkante meter broedden. Een jaar later waren die er niet meer, waardoor we konden vergelijken.”
Je bent al bezig met een vervolg op dit onderzoek voor de Universiteit van Utrecht en het NIOZ op Texel?
„We hebben in het afgeronde onderzoek vooral gekeken naar de effecten van poep van broedvogels, we weten precies hoeveel nesten er op de eilanden zijn. Maar migrerende vogels, zoals de kanoet, zijn veel talrijker. Die trekvogels leveren met hun poep een nog veel grotere bijdrage aan dit systeem. Die impact onderzoeken we nu.”