Bij wijze van proef wordt baggerslib op de dijk bij Nieuwe Statenzijl aangebracht, zodat de dijk langzaam kan 'groeien'. Foto: Waterschap Hunze en Aa's
De Waddenvereniging is boos dat het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur al drie jaar baggerwerkzaamheden toestaat bij de haven van Delfzijl, terwijl er geen natuurvergunning voor is.
Baggerwerkzaamheden bij Delfzijl zorgen voor permanente verstoring van zes procent van het Eems-Dollard-gebied. Daar groeien algen minder goed evenals mosselbanken en zeegrasvelden op de bodem. Ook kunnen vissen en vogels moeilijker hun prooien vinden en raken bodemdieren bedolven. Dat zijn conclusies uit een rapport van Deltares en Haskoning in 2022.
„Het baggeren van de Waddenzee geeft schade aan de bodem en dieren die daar leven”, stelt Ester Kuppen, milieukundige bij de Waddenvereniging. „Als het ministerie bepaalt dat het economisch belang van zo’n haven groter is dan het behoud van de natuur, dan is zij verplicht om compenserende maatregelen te laten nemen. Op die manier kan de kwaliteit van de Waddenzee op een andere plek verbeteren.”
Doordat er al drie jaar geen vergunning is, kan de natuur in de Eems verslechteren zonder dat dit gecompenseerd wordt.
Slechte kwaliteit van Eems
Zo’n gebied ter compensatie mag trouwens niet aan de andere kant van de Waddenzee komen. Het moet alsnog in de buurt van de Eems komen. Het gaat namelijk om een speciaal leefgebied: een riviermonding met geleidelijke overgangen van ondiep naar diep water, van zoet naar zout en van droog naar nat. Dat is voor veel planten en dieren van belang. Kuppen: „Zulke overgangen zijn heel schaars in de Waddenzee.”
De Eems-Dollard valt daarom onder een speciale beschermingszone in de Waddenzee. In 2017 schreef het Ministerie van Economische Zaken dat het oppervlakte van dit natuurgebied behouden moet blijven en de kwaliteit moet verbeteren.
Maar die kwaliteit is niet bepaald om over naar huis te schrijven. In een Wagenings rapport aan Europa blijkt dat zowel de kwaliteit als de toekomstverwachtingen voor het gebied slecht zijn. Als je dat wil verbeteren moeten scheepvaart, transport en vervuiling fors teruggebracht worden. Kortom: het menselijk ingrijpen.
Handhavingsverzoek
Daarom is Kuppen van de Waddenvereniging ook zo fel op het ontbreken van een natuurvergunning. Tot 2023 was hier wel een vergunning voor. Sindsdien gedoogt het landbouwministerie dat Rijkswaterstaat en Groningen Seaports ‘illegaal’ bagger uit de vaargeulen zuigen. Dat gebeurt in de haven van Delfzijl en in de vaargeul Paapsand Süd (tussen de hoofdgeul in de Eems en Delfzijl).
De Waddenvereniging probeerde het ministerie van LVVN met een handhavingsverzoek te dwingen om hier wat aan te doen. Ze stuurden een jaar geleden een brief, maar kregen geen reactie. Pas toen de waddenclub dreigde naar de rechter te stappen, gaf Den Haag vorige week thuis. De boodschap in een notendop: nee, we gaan niet handhaven, want de bereikbaarheid van de haven is belangrijker dan het beschermen van natuur.
Hoe erg is baggeren eigenlijk?
Naar aanleiding van vragen door Dagblad van het Noorden, laat het ministerie van LVVN weten dat er een nieuwe natuurvergunning in de maak is. Doordat er ‘complexe zienswijzen’ zijn binnengekomen, is deze nog niet af, stelt de woordvoerder.
Het is volgens hem ‘een zeer complexe zaak’ om te bepalen wat de effecten van het baggeren zijn, omdat de riviermonding van de Eems in de Waddenzee aan eeuwenlange verandering onderhevig is. Dat komt door klimaatverandering en door menselijk ingrijpen zoals inpolderingen, delfstoffenwinning, bedijkingen en het aanleggen, verdiepen en onderhouden van vaarwegen en havens.
Die reactie kan slibdeskundige Bas van Maren van Deltares goed begrijpen. Hij schreef mee aan het rapport van Deltares en RoyalHaskoning in 2022. „Vergelijk de Waddenzee met een grote bak vol slib die voortdurend heen en weer klotst. Als je uit die bak het slib van de ene plek oppakt en op de andere plek neergooit, hoeft dat de kwaliteit van het grotere gebied niet zo veel te veranderen.”
Verslechtering is al veel eerder in gang gezet
Wat maakt de natuurkwaliteit van de Eems dan zo beroerd? Volgens Van Maren is de grootste teloorgang waarschijnlijk al wel honderd jaar geleden gebeurt, voordat we metingen deden. „Als mensen activiteiten gaan ontwikkelen, gaat de natuur veranderen. Vaak beginnen we pas te meten als we de gevolgen zíén. Dan heeft de grootste verandering al plaatsgevonden.”
Drie zaken maken de Eems te troebel, vertelt Van Maren. Door indijking kan de Waddenzee geen vruchtbaar sediment meer afzetten op land. Het slib blijft gevangen, neemt toe en klotst met de getijden voortdurend heen en weer. Ten tweede grijpen we als mensen in het gebied in door diepe vaargeulen te graven. Die trekken slib aan en brengen de bodem in beweging. De derde bron van vertroebeling is het baggeren van die vaargeulen: we graven de modderige substantie op en gooien het een stuk verderop weer terug.
Volgens Van Maren pakken al die menselijke ingrepen negatief uit voor het systeem. „De nuancering is alleen dat het baggeren niet de meest problematische activiteit hoeft te zijn. Het bedijken van het intergetijdengebied, zo blijkt uit ons onderzoek, heeft waarschijnlijk veel meer effect gehad.”
‘Geen feest voor bodemleven’
Toch begrijpt hij dat een organisatie als de Waddenvereniging zich verzet tegen de ‘illegale’ baggerwerkzaamheden. „Bij de plekken waar bagger wordt gestort, is het plaatselijk geen feest voor het bodemleven. Daar concentreert zich de vertroebeling.”
Om vertroebeling te verminderen, zou het volgens Van Maren verstandig zijn om een deel van het opgebaggerde slib niet een paar kilometer verderop weer neer te gooien, waar het langzaam weer in de geulen terugstroomt. „Je kunt het beter onttrekken aan het systeem.” Hier wordt ook op gestuurd in het programma Eems-Dollard 2050.
Hoop op snelle actie
De Waddenvereniging hoopt op snelle actie vanuit Den Haag. Kuppen: „Dit is geen papieren probleem, de Eems is in slechte staat van instandhouding.”
De woordvoerder van het ministerie van LVVN kan in een reactie nog niet aangeven wanneer de nieuwe vergunning klaar is en ook niet of daarin compensatiegebieden aangewezen zullen worden.