Zicht op de Eems-Dollard, met links Delfzijl en rechts achter de Eemshaven. Foto: Rijkswaterstaat
Het verwijderen van grote hoeveelheden slib uit de Eems-Dollard zou wel eens negatief kunnen uitpakken, zegt directeur Katja Philippart van de Waddenacademie. Ze pleit voor nader onderzoek.
Het lijkt een win-winsituatie: slib dat de waterkwaliteit verslechtert gebruiken om dijken mee te versterken of landbouwgrond mee te verbeteren. Nederland heeft de ambitie om de komende tien jaar 1 miljoen ton slib per jaar uit de Eems-Dollard te winnen. Het slib klinkt in tot klei, die nuttig kan worden gebruikt.
De Eems-Dollard op de grens van Nederland en Duitsland, waar zoet water uit de Eems en zout zeewater bij elkaar komen, is door de constante en tegengestelde stromingen van nature troebel. De laatste tientallen jaren wordt het water steeds troebeler door slibdeeltjes. Dat komt onder meer doordat baggerslib uit de vaargeulen iets verderop wordt teruggestort in zee.
Invloed op voedselketen
Door dat troebele water kan weinig licht doordringen, waardoor er minder zwevende algen kunnen groeien. Die algen zijn cruciaal, want ze staan aan het begin van de voedselketen. Ze worden gegeten door zoöplankton, schelpdieren en vislarven, die op hun beurt weer als voedsel dienen voor vissen, vogels en zeezoogdieren. Het troebele water bedreigt het onderwaterleven, en daarmee de natuurontwikkeling, zo is de heersende opvatting. Het winnen van slib maakt het water helderder en is dus goed voor de natuur. Maar is dat echt zo?
Bij wijze van proef wordt baggerslib op de dijk bij Nieuwe Statenzijl aangebracht, zodat de dijk langzaam kan 'groeien'. Foto: Waterschap Hunze en Aa's
Directeur Katja Philippart van de Waddenacademie is daar nog niet zo zeker van. Ze staat aan het hoofd van een belangrijk en gezaghebbend wetenschappelijk adviesinstituut voor overheden die het beleid voor het waddengebied ontwikkelen. Professor Philippart is ook hoogleraar mariene ecologie aan de Universiteit van Utrecht.
Ze was onlangs gevraagd als spreker op een symposium van het programma Eems-Dollard 2050. Dat is een samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven en natuurorganisaties, gericht op het verbeteren van de ecologische toestand van het Eems-Dollard estuarium. In 2050 moet dat gebied ‘veerkrachting en klimaatrobuust’ zijn, zo is de doelstelling.
Bommetje onder heersende opvattingen
Tijdens dat symposium legde Philippart een bommetje onder de opvatting dat de winning van slib alleen maar een gunstige invloed heeft op de natuur van het estuarium. Volgens haar zet het programma alle ballen op het verminderen van troebelheid, maar is dat gebaseerd op aannames van tien jaar geleden.
Voedingsstoffen spelen een belangrijke rol
Nieuwe inzichten wijzen er volgens Philippart op dat mogelijk niet licht, maar vooral het gebrek van voedingstoffen – met name fosfaat – de groei van algen beperkt. Ze stelt dat het slib voedingsstoffen bevat die hard nodig zijn, maar die steeds minder voorkomen in het water. Dat heeft deels te maken heeft met toenemende droogte: doordat er minder uitspoeling vanuit land is komen er minder van die stoffen in het water terecht. Met andere woorden: door slibwinning wordt het paard mogelijk achter de wagen gespannen. „Dan hebben we in 2050 helderder water, maar niet meer zwevende algen”, stelt ze.
Kleirijperij in Borgsweer/Delfzijl, slibt klinkt in voor dijkversterking, Foto: DVHN
Invloed op buurlanden
Daar komt bij dat slib nuttig kan zijn voor de kustbescherming. Door afzetting van slib kunnen wadplaten ‘meegroeien’ met de stijging van de zeespiegel als gevolg van de opwarming van de aarde. „Mogelijk kampen we in de toekomst met een slibtekort in plaats van een overschot”, zegt Philippart. Volgens haar zou grootschalige slibwinning door Nederland ook negatieve gevolgen kunnen hebben voor de kuststroken van buurlanden Duitsland en Denemarken, waar het slib via stroming terecht komt. „Dan zouden we geen goede buur zijn.”
Pas op de plaats
Philippart stelt daarom een tussenstap voor. Ze is blij met de inspanningen van het Programma Eems-Dollard 2050, maar pleit voor nader onderzoek. „Voordat slib op grote schaal onttrokken gaat worden, is het goed om de meest recente ontwikkelingen en inzichten tegen het licht te houden. Het gaat om aanzienlijke investeringen in tijd, inzet en geld, en die moeten goed besteed worden.”
Kunstmatige rifblokken, geperst van baggerslib, bij de Eemshaven. Foto: Anjo de Haan
Ze pleit verder voor een intensief meetprogramma naar het slib, en de instelling van een wetenschappelijke begeleidingsgroep die gevraagd en ongevraagd advies geeft.
Reactie programma Eems-Dollard 2050
„De aanbevelingen van Katja Philippart onderschrijven we”, laat woordvoerder Marian van Ark namens het programma Eems-Dollard 2050 weten. Tegelijkertijd wordt het maken van plannen voor het aan land brengen van baggerslib voortgezet. „Dit heeft geen onomkeerbare gevolgen voor het Eems-estuarium, weten we uit gesprekken die we met meerdere deskundigen hebben gevoerd.”
Volgens Van Ark kan er worden bijgestuurd, mocht dat nodig zijn: „We kiezen voor een overzichtelijke periode van tien jaar en onderzoeken wat het effect is van het aan land brengen van baggerslib.”