Het was een klein wit kartonnen doosje. Een doosje waarin je net zo goed een fles wijn in kon doen om cadeau te geven. Maar in dit doosje lag een te vroeg geboren baby die net was overleden. Zijn oma liep ermee naar een vers gegraven graf. Een gruwelijk beeld.
Ik was in Zuid-Sudan, niet te verwarren met Sudan, waar nu oorlog woedt. Ook in het jonge buurland speelt zich een grote humanitaire crisis af. Samen met mijn cameraman reisde ik af naar Chuil, waar momenteel veel mensen naartoe zijn gevlucht vanwege geweld tussen regeringstroepen en oppositiegroepen. Een plek die de meeste mensen niet eens op de kaart weten te vinden, zelfs in Zuid-Sudan niet. Totaal vergeten. Maar nu verblijven er tienduizenden mensen en staat er een noodziekenhuis van Artsen zonder Grenzen.
Onze V/M
DVHN en LC publiceren iedere week een column van een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent. Afrika-correspondent Elles van Gelder (1978, Beneden-Leeuwen) woont in Kaapstad (Zuid-Afrika) en reist vanaf die standplaats het continent over om verslag te doen voor NOS Radio 1, het NOS Journaal, Nieuwsuur en het Jeugdjournaal. Ze studeerde journalistiek aan de Hogeschool Utrecht en Genocidestudies aan de Universiteit in Amsterdam.
Daar is ook een kleine kraamkliniek. Verloskundigen doen wat ze kunnen om moeders te helpen, maar de omstandigheden zijn uitdagend, mede door het terugtrekken van ontwikkelingshulp. De kliniek was niet meer dan een gebouw met muren van modder en een rieten dak.
De baby had in Nederland een goede kans gehad
De te vroeg geboren baby was klein, maar had in Nederland een goede kans gehad. In Chuil viel de stroom echter voortdurend uit, waardoor de zuurstofmachine telkens stopte. Een couveuse was er al helemaal niet. Hoe hard ze ook probeerden, het jongetje redde het niet. Het was een harde herinnering aan hoeveel het uitmaakt waar je wieg staat. Als correspondent op het Afrikaanse continent hoor ik vaak heftige verhalen en zie ik dingen die als traumatisch beschouwd kunnen worden. Je slaat die verhalen ergens op, maar meestal kan ik ze ook weer loslaten. Het maken van reportages, artikelen of radioverslagen is op zichzelf een vorm van verwerking.
Maar soms blijven beelden hangen. Ook dit kleine witte doosje. Dan flitst het ineens weer voorbij, op onverwachte momenten. Terwijl ik boterhammen smeer voor mijn kinderen bijvoorbeeld. Sinds ik moeder ben, komt het leed van kinderen nog harder binnen. Hoe moet die moeder zich voelen? Wat als mijn kind niet de hulp kreeg die het nodig had? Ik heb inmiddels een goed gevulde harde schijf aan herinneringen in mijn hoofd, maar ik vind het ook bijzonder dat ik die verhalen kan doorgeven. In de hoop dat ze iets teweegbrengen.
De wereld lijkt steeds extremer te worden
Maar de laatste tijd twijfel ik soms aan de impact die mijn werk maakt. De wereld lijkt steeds extremer te worden. Steeds vaker klinkt de oproep om vooral naar de eigen achtertuin te kijken en het lijkt alsof we ons steeds moeilijker in anderen kunnen verplaatsten. En dan verdwijnen plekken op een continent ver weg al snel uit beeld. Maar telkens als ik denk dat mensen op zichzelf gericht zijn, kom ik ook het tegenovergestelde tegen. In dat dorpje in Zuid-Sudan Chuil delen mensen die zelf bijna niets hebben hun stukje grond met families die voor het geweld zijn gevlucht. Ze verwelkomen landgenoten die veiligheid zoeken, terwijl ze zelf ook in grote armoede leven. Ultieme gastvrijheid.
En in buurland Sudan ging ik onlangs op pad met jongeren die besloten niet te vluchten voor de oorlog, maar juist te blijven om voor buurtgenoten te zorgen. Ze runnen in de hoofdstad Khartoem soepkeukens en bezorgen medicatie bij zieken en ouderen. Allemaal als vrijwilliger. „Dit is het Sudanese gemeenschapsgevoel”, zei Jihad, die de soepkeuken aanstuurt. „De vrouwen uit mijn buurt zijn allemaal mijn moeder en de mannen mijn vader.”
We zijn helemaal niet zo anders
En ook in Nederland blijkt solidariteit toch niet verdwenen. Het raakt me dat een Nederlandse kerk geld inzamelde voor de soepkeukens in Sudan en dat overmaakte aan Jihad, die er weer linzen van kon kopen voor zijn buurt. Organisaties als Artsen zonder Grenzen kunnen hun werk blijven doen dankzij mensen die doneren, waardoor ook de kraamkliniek in Chuil kan blijven draaien.
Dat brengt dat kleine witte doosje niet uit mijn gedachten, maar zorgt er wel voor dat ik weer weet waarom ik dit doe. Achter elk nieuwsbericht gaan mensen schuil die net zo liefhebben, hopen, rouwen en zorgen als wij. We zijn helemaal niet zo anders. Ik ga door in de hoop dat ik de fysieke en emotionele afstand tussen Chuil, Khartoem en Nederland toch wat kleiner kan maken.
Het was een harde herinnering aan hoeveel het uitmaakt waar je wieg staat