Als correspondent weet je één ding zeker: je verhaal begint niet in het veld, maar bij een loket. In veel Afrikaanse landen stap je niet zomaar op het vliegtuig om verslag te doen. Immigratiediensten eisen een speciaal journalistenvisum, ministeries van Communicatie willen een lokale perskaart. Onder de radar reizen is geen optie omdat camera’s en statieven oplichten in elke scanner op het vliegveld.
Begin dit jaar maakte Oeganda het wel heel bont rond de verkiezingen. De lijst van de lokale mediaraad om toestemming te krijgen was eindeloos: een verklaring van goed gedrag uit Nederland, een werkvisum voor drie maanden, een perskaart, een apart journalistenvisum. De boodschap was duidelijk: liever geen pottenkijkers bij verkiezingen waarvan de uitkomst vaststond. Ontmoediging als strategie. Repressie in bureaucratische vorm.
Onze v/m
Dit is de eerste column van Afrika-correspondent Elles van Gelder. Zij vervangt Saskia Houttuin die nu correspondent in Parijs is. Van Gelder (1978, Beneden-Leeuwen) woont in Kaapstad en reist vanaf die standplaats het continent over om verslag te doen voor NOS Radio 1, het NOS Journaal, Nieuwsuur en het Jeugdjournaal. Ze studeerde journalistiek aan de Hogeschool Utrecht en Genocidestudies aan de Universiteit in Amsterdam.
We publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/Man, een mediacorrespondent uit een ander continent.
Ik sprong door alle papieren hoepels en landde vlak voor de stembusgang toch in hoofdstad Kampala. Verkiezingen in Oeganda zijn een zorgvuldig geregisseerd toneelstuk. President Yoweri Museveni, 81 jaar en al bijna veertig jaar aan de macht, gebruikt ze om normaliteit te etaleren, ook richting westerse partners. Dat is niet onbelangrijk: Nederland sprak eerder met Oeganda over een mogelijke terugkeerhub voor migranten.
Maar mijn verhaal ging over iets anders. Over een jonge bevolking die het leiderschap van Museveni zat is. Over hun steun voor Bobi Wine, 43, voormalig popster en nu oppositieleider. Op zijn laatste campagnedag reed ik met hem mee.
Alles om steun voor de uitdager te breken
Wine stond door het open dak van zijn auto en zwaaide. Jongeren stroomden toe, velen op brommertjes, zingend en joelend. De energie was tastbaar. Tot politie en leger opdoken. Zonder waarschuwing volgden traangasgranaten en wapenstokken. Mensen werden naast mijn autoraam in elkaar geslagen door gemaskerde mannen. Alles om steun voor de uitdager te breken.
Maar de jeugd week niet. Ze hadden het gevoel weinig te verliezen en bereikten massaal de bijeenkomst. Net toen wij klaar waren met filmen en het item wilden doorzetten naar de redactie, viel het internet uit. Zwart. Geen appjes, geen mail, geen upload. Ook dat is repressie. In andere landen, zoals Iran, zagen we hoe krachtig zo’n digitale schakelaar is.
Satellietinternet via Starlink van Elon Musk? De dienst was een week eerder al geblokkeerd. Het NOS-Journaal halen leek onmogelijk. Mijn cameraman en ik overwogen uit te wijken naar Nairobi, in buurland Kenia. Dat was maar een uur vliegen verderop. Maar dan zouden we de verkiezingsdag zelf missen. Dat voelde dan toch als een soort overwinning van de repressieve machthebbers en een afgang voor het vrije woord.
Met een smoes kwamen we binnen
Een lokale collega fluisterde dat er één plek wél online moest zijn: de staatsomroep. De zender die kijkers opriep op de president te stemmen en waar de overwinning bekendgemaakt zou worden. Met een smoes kwamen we binnen.
In de radiostudio prees een presentator live de president als redder van de natie. Mijn cameraman en ik werden naast hem neergezet. Terwijl hij sprak, logden wij zwijgend in op het wifi-netwerk. Hij noemde Museveni een held. Wij verstuurden beelden die het tegenovergestelde lieten zien en noemden hem een dictator.
In het hol van de leeuw slaagden we erin ons materiaal te versturen. We bedankten de collega’s, die waarschijnlijk ook onder flinke niet zelfverkozen censuur werken, hartelijk. Het was toch gelukt om licht te werpen op wat er gebeurde en aan den lijve te ondervinden hoe ongelooflijk effectief het is als de internetknop wordt uitgezet.
Mannen met wapenstokken
De uitslag verbaasde niemand: Museveni won ruim. Maar de jeugd kon zich niet organiseren om de straat op te gaan. Zonder sociale media konden ze niet eens een plek en tijd afspreken voor verzet. In kleine groepjes likten ze hun wonden op straathoeken en uitten woedde. Maar de mannen met wapenstokken keken toe. En in kleine getallen waren ze machteloos.
Oppositieleider Wine dook onder. Het internet ging weer aan. De Europese Unie uitte kritiek. Het nieuws verschoof. Voor de Oegandese jeugd bleef vooral de stilte hangen. Een digitale duisternis waarin hun stem opnieuw werd gedempt.
Of we de volgende keer weer binnenkomen? Dat is telkens de vraag. Misschien vergroten ze de stapel formulieren om ons zo verder te verzuipen. Maar opgeven, dat nooit.