Mariam Cissé was populair op TikTok. Bijna honderdduizend mensen volgden haar vrolijke video’s, waarop ze stukjes van haar leven deelde in Tonka, een plaatsje niet ver van de Malinese stad Timboektoe. Dansjes in lange traditionele gewaden. Haar nieuwe kapsel. Gerechten die ze kookte. Beelden van de markt en de rivier.
Eerder deze maand werd Mariam koelbloedig vermoord door terroristen. Doodgeschoten op het dorpsplein van Tonka, waar iedereen het kon zien. Volgens een getuige die mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch sprak zouden de schutters hebben gezegd dat de executie een waarschuwing was voor iedereen die het waagde het Malinese leger te steunen.
Dat is precies wat Mariam deed: ze deelde foto’s van soldaten en verkleedde zich soms zelf in camouflagekleuren. Net als miljoenen andere mensen in Mali hoopte ze dat het leger erin zou slagen om de oprukkende terreurgroepen in het land aan te pakken. Dat ze dat op sociale media uitsprak, heeft ze met de dood moeten bekopen.
In cijfers valt niet uit te drukken hoeveel mensen zijn omgekomen door de oorlog in Mali. Sinds jihadisten het land overspoelden, nu ruim dertien jaar geleden, moeten dat er duizenden zijn geweest. Tienduizenden waarschijnlijk, maar betrouwbare data is er vanwege de veiligheidssituatie en slechte infrastructuur niet.
Sinds 2021 wordt Mali geleid door een militaire junta, die aan de macht kwam na een dubbele staatsgreep. Zij beloofden te doen waar hun politieke voorgangers, met hulp van internationale troepen, niet in waren geslaagd: Mali veiliger maken. Maar steeds duidelijker wordt dat hun antiterreuraanpak óók niet werkt. Sterker nog, het land wordt steeds verder overspoeld door jihadisten.
In september was ik nog in Bamako voor een reportagereis. In de veilige bubbel van de hoofdstad voelde de oorlog ver weg. Over de kalme Nigerrivier scheurden jetski’s met uitgelaten jongeren tussen de vissersboten. In de labyrintachtige straatjes rondom de grote moskee waren marktstallen afgeladen met handelswaar.
Voorzichtige voortekenen
Maar er waren al wel voorzichtige voortekenen van wat er stond te gebeuren. Tijdens ons verblijf hoorden de fotograaf en ik de verhalen over jihadisten die routes rondom de hoofdstad aanvielen. Een ingenieur met wie we een interviewafspraak hadden, moest een omweg van 300 kilometer nemen om vanuit de stad Sikasso veilig de hoofdstad te bereiken.
We zijn nu bijna drie maanden verder, en de aanvallen zijn niet gestopt. Terreurgroep JNIM, een verzameling jihadisten die trouw hebben gezworen aan Al Qaida, probeert de belangrijkste aanvoerroutes naar de hoofdstad af te knijpen. Zo’n soort ‘blokkade’, zoals Malinezen het noemen, is voor terroristen een beproefde tactiek: zo leggen ze druk op de bevolking en het leger.
In het geval van Bamako betekent het dat brandstof nauwelijks nog de stad bereikt. Bij hun hinderlagen richten ze zich op tankwagens, die brandstof aanvoeren vanuit buurlanden zoals Senegal en Ivoorkust. Het resultaat: kilometers lange rijen voor benzinestations, winkels en restaurants die sluiten, de economie die in het hart wordt geraakt.
Verschillende deskundigen die ik de afgelopen tijd sprak zeggen dat JNIM op die manier de junta op de knieën wil dwingen. Zij weten net zo goed als de leiders van het land dat het een kwestie van tijd is tot er wellicht protesten komen, of een nieuwe (poging tot een) staatsgreep. Terreur is zoveel meer dan drones en aanslagen en gruwelijke executies zoals die van Mariam Cissé.
In het voorjaar van 2012, toen jihadisten voor het eerst Mali overspoelden, werkte ik nog bij de Wereldomroep. In Afrika was ik nog nooit geweest; maar met talloze belletjes vanaf de redactie kwam het leven in Bamako steeds een stukje dichterbij. Ik schreef een stukje, dat bijzonder genoeg nog steeds online staat. De kop had ik nu, 13 jaar later, precies weer zo kunnen opschrijven: La confusion règne au Mali – in Mali regeert de verwarring.
Het voelt gek om eind dit jaar een punt te zetten achter meer dan tien jaar verslaggeving over en uit Mali. En uit tientallen andere landen op het Afrikaanse continent. Na de kerstdagen verhuis ik naar een andere plek, een andere post: vanuit Parijs ga ik Frankrijk verslaan. Een totaal andere tak van sport, waar ik ontzettend veel zin in heb. Maar ik weet zeker dat ik Afrika, en ook zeker Mali, nooit helemaal los zal laten.
Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/ Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.
Saskia Houttuin (La Tronche, 1988) is geboren in Frankrijk en opgegroeid in Leeuwarden. Na haar studie journalistiek werkte ze bij de Afrika-redactie van de Wereldomroep en de VPRO. Ze werkt nu als freelance correspondent in Senegal voor de NOS, de Volkskrant en het radioprogramma Bureau Buitenland. Ze woont met vriend en twee kinderen in hoofdstad Dakar maar verhuist eind dit jaar naar de Franse hoofdstad Parijs.