Statushouder Salem Barakat uit Syrië, vader van een groot gezin, worstelt met alle Nederlandse regels. Foto: still uit 'Klantreis', Ton van Zantvoort
Aan de ene kant worden nieuwkomers overspoeld met honderden regeltjes. Aan de andere kant slopen ze zomaar de keuken uit hun huurhuis. De realiteit van inburgeren in Nederland is niet zwart-wit, laat regisseur Ton van Zantvoort (46) zien in zijn nieuwe documentaire ‘Klantreis’.
Model en actrice worden en in vrijheid jezelf kunnen zijn. Met de familie in veiligheid een leven opbouwen zoals dat in Syrië. Het zijn mooie dromen die de queer-zussen Khulud en Fotoon, uit Saoedi-Arabië met Somalische wortels, en de familie Barakat uit Syrië koesteren voor hun toekomst in Nederland.
Te mooi? Dat is een van de vragen die de documentaire Klantreis opwerpt. Maker Ton van Zantvoort (46) uit Breda volgde deze statushouders twee jaar lang vanaf het moment dat ze een huis toegewezen kregen in zijn gemeente. En hij filmde evengoed de ambtenaren, begeleiders en buddy’s die de nieuwkomers zo goed en zo kwaad als dat gaat wegwijs proberen te maken in de Nederlandse maatschappij.
Inburgering bij gemeenten
Sinds 2022 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering. „Voorheen kregen statushouders een bedrag en dan moesten ze hun inburgering zelf regelen. Toen kwamen er veel malafide taalscholen die hier geld aan verdienden. De overheid kwam er na jaren achter: die mensen zijn helemaal niet ingeburgerd”, zegt Van Zantvoort. „Daarna hebben ze de inburgering, net als de jeugdzorg, bij de gemeenten gedropt. Die moeten het maar uitzoeken, natuurlijk met te weinig geld.”
De zussen Khulud en Fotoon uit Saoedi-Arabië. Foto: still uit 'Klantreis', Ton van Zantvoort
Toen Van Zantvoort zich in het onderwerp verdiepte, kwam ook het begrip ‘klantreis inburgering’ voorbij. Een klantreis is eigenlijk een marketingbegrip, om te analyseren hoe het contact van de consument met een bedrijf verloopt. „Het is veelzeggend dat ze dat in Breda en bij veel andere gemeentes ook voor inburgering gebruiken. Wij hebben kennelijk een ingewikkeld kleurenschema met moeilijke termen nodig om een soort van grip te krijgen op inburgering.”
‘Iedere gemeente worstelt’
Van Zantvoort legt de focus bewust niet op alleen de vluchtelingen of de ambtenaren, maar juist op hun interactie. „Ik volg nieuwkomers door die klantreis. Daardoor wordt de complexiteit zichtbaar. Het is niet zwart-wit. Vluchtelingen zijn niet alleen maar goed en ambtenaren slecht of omgekeerd. Ik wil ook uit de discussie blijven of we nou meer of minder nieuwkomers moeten hebben. Voor mij gaat de film meer over dat zij er nu eenmaal zijn. Iedere gemeente worstelt ermee.”
De inburgering als 'klantreis' wordt uitgelegd aan gemeentemedewerkers. Foto: still uit 'Klantreis', Ton van Zantvoort
Er zit dan ook nuance in de film: aan de ene kant zien we nieuwkomers bijna verzuipen in een woud aan uitkeringen, verzekeringen, regelingen en alle bijkomende verplichtingen, hoewel ambtenaren en hulpverleners echt hun best doen. Aan de andere kant zien we de ontevredenheid van de Syrische ouders over een in hun ogen te kleine sociale huurwoning, die ze zonder toestemming rigoureus verbouwen. „Intussen staan ze na twee jaar nog wel onder budgetbeheer. Ik laat het zien zoals het is.”
Filmmaker Ton van Zantvoort. Foto: Ton van Zantvoort
‘Spiegel voorhouden’
Zijn de verwachtingen van nieuwkomers te hoog? „Dat absoluut. Er zijn grote cultuurverschillen die aan beide kanten voor moeilijkheden zorgen. Die zusjes hebben grote dromen over een carrière, maar eindigen voorlopig achter het loket bij een fastfoodrestaurant. De oudste, volwassen zoon van het Syrische gezin gaat ineens trouwen, dat gaat veel harder dan wij gewend zijn. Voor hem en zijn vrouw is echt niet meteen een huis beschikbaar.”
Het viel niet mee om de film te maken. „De mensen die ik volgde, moesten in twee weken geselecteerd worden omdat ze in zo’n korte tijd van een asielzoekerscentrum naar een huis verkassen. Voor mij was het ook lastig communiceren, vanwege de taal en cultuurverschillen. En veel ambtenaren of hulpverleners wilden niet meewerken.”
Volgens Van Zantvoort zat daar vooral angst: „Ze waren huiverig vanwege het gevoelige onderwerp. Maar de documentaire is geen aanklacht. Ik probeer de kijker een spiegel voor te houden over hoe wij het in onze maatschappij hebben geregeld. Met ons systeem hebben we eigenlijk een monster gecreëerd, niet alleen nieuwkomers snappen het niet. Als Klantreis ook maar 1 procent kan bijdragen aan een betere inburgering en iets minder polarisatie, dan is mijn missie al geslaagd.”
Waar en wanneer
Klantreis is vanaf donderdag te zien in DNK Assen, De Klinker Winschoten, De Lawei Drachten, Filmhuis Steenwijk, Slieker Leeuwarden en Forum Groningen. Bij die laatste twee zijn ook nagesprekken over inburgering met onder meer gemeentemedewerkers. Kijk voor alle vertoningen op newtonfilm.nl/films/klantreis/#vertoningen.
Inburgeren in de regio
Hoe is het inburgeringsbeleid geregeld in Drenthe, Friesland en Groningen? Volgens onderzoeker Marjan de Gruijter van het Verwey-Jonker Instituut, dat onderzoek doet naar integratie van nieuwkomers, werken alle gemeenten in Nederland binnen dezelfde landelijke kaders. „Die zijn strak, maar laten wel ruimte voor eigen keuzes”, zegt ze. Zo bepalen gemeenten zelf met welke taalscholen zij werken en hoe de begeleiding wordt ingericht.
Statushouders volgen overal een van de drie inburgeringsroutes. De B1-route is de standaard en leidt naar taalniveau B1. Daarnaast is er de onderwijsroute, vooral gekozen door jonge statushouders die via een Nederlandse opleiding inburgeren. De derde mogelijkheid is de zelfredzaamheidsroute voor mensen voor wie de B1-route niet haalbaar is.
„Die zogenoemde z-route is bedoeld voor mensen met gezondheidsproblemen, psychische klachten of een beperkte leerbaarheid”, aldus De Gruijter. „Zij doen geen examen, maar tonen inzet via 800 uur taal en 800 uur participatie, zoals vrijwilligerswerk.”
Via een leerbaarheidstoets is het de bedoeling dat iemand in de juiste route wordt geplaatst. Toch kan iemand vastlopen. „Dan wordt eerst gekeken waar dat door komt”, zegt De Gruijter. „Ligt het buiten iemands schuld, dan kan bijvoorbeeld uitstel volgen.” Bij bewuste tegenwerking kan een boete worden opgelegd. Tegelijkertijd is het systeem zo ingericht dat falen zoveel mogelijk wordt voorkomen. „Wie zich inzet, kan in de z-route eigenlijk niet mislukken.”
Verschillen tussen stad en platteland
In de praktijk zijn er wel verschillen in de uitvoering, vooral tussen stedelijke en plattelandsgemeenten. Dat zit hem vooral in het aanbod, zegt De Gruijter. „In grotere gemeenten is het makkelijker om meerdere niveaus of lessen in de avond aan te bieden.” In kleinere gemeenten is dat lastiger. Taallessen zijn vaak op vaste momenten of verder weg, waardoor het combineren met werk, kinderen of andere verplichtingen moeilijker wordt.
Of het nieuwe lokale inburgeringsstelsel beter werkt dan het oude landelijke, is nog te vroeg om te zeggen volgens De Gruijter. „De huidige wet geldt pas sinds 2022 en veel trajecten duren drie jaar. Die resultaten moeten we nog krijgen, dan kunnen we ook de verschillen per regio zien.” Wel ziet zij duidelijke verbeteringen. „Statushouders krijgen nu meer begeleiding. Dat wordt over het algemeen als een stap vooruit gezien.”