Onderweg naar het aanmeldcentrum in Ter Apel. Foto: ANP/ Emiel Muijderman
Asielzoekers met een ‘onbekende nationaliteit’ zijn drie maanden op rij de grootste groep nieuwe asielzoekers in Ter Apel. Het zou vooral gaan om Palestijnen.
Waar eerder Syriërs en later Eritreeërs de grootste groepen vormden onder mensen die een eerste asielaanvraag deden, staat nu de categorie ‘onbekende nationaliteit’ bovenaan. Dat blijkt uit cijfers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Zo’n aanduiding kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld wanneer iemand geen documenten heeft. Hoewel dat niet direct uit de systemen is af te leiden, blijkt in de praktijk volgens de IND dat het grootste deel van deze groep Palestijn is.
Sinds vorig jaar is het aantal asielzoekers in deze categorie flink toegenomen. In het voorjaar van 2025 ging het nog om enkele tientallen aanvragen per maand; begin 2026 zijn dat er enkele honderden (in januari 357, in februari 391 en in maart 319).
Een vergelijkbare ontwikkeling is zichtbaar in België, waar Palestijnen sinds 2024 tot de grootste groepen asielzoekers behoren. Volgens de Belgische asielautoriteit CGVS komt het merendeel uit Gaza, waarbij bestaande netwerken een rol spelen in de keuze voor het land.
Van Gaza via Egypte naar Europa
Wetenschapper Lex Takkenberg vermoedt dat het ook in Nederland vooral om Gazanen gaat. Hij is expert op het gebied van Palestijnse vluchtelingen en werkte jarenlang in het Midden-Oosten, onder meer voor UNRWA, de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen.
„Het gaat waarschijnlijk grotendeels om mensen die via Noord-Afrika naar Europa komen”, zegt hij. „Palestijnse vluchtelingen in andere delen van de regio hebben veel minder mogelijkheden om te vertrekken en die routes zijn ingewikkelder.” Palestijnen wonen niet alleen in Gaza of op de Westelijke Jordaanoever, maar ook als vluchtelingen in landen als Jordanië, Libanon en Syrië.
De grens tussen Gaza en Egypte is grotendeels gesloten. Toch zijn in de eerste maanden van de oorlog in 2023 naar schatting 100.000 Palestijnen naar Egypte gevlucht, vaak na het betalen van duizenden euro’s aan bemiddelingsbureaus. Zonder vluchtelingenstatus en met beperkte toegang tot hulp belanden velen daar in een uitzichtloze situatie, waarna Europa voor sommigen in beeld komt.
Complexe aanvraag
De asielprocedure voor Palestijnen is complex. Zij vallen vaak onder de bescherming van VN‑organisatie UNRWA en komen alleen in aanmerking voor asiel als die bescherming ontbreekt.
Voor Palestijnen uit Gaza geldt dat UNRWA daar momenteel geen bescherming kan bieden, waardoor asiel vaker wordt toegekend. Voor andere gebieden, zoals de Westelijke Jordaanoever, ligt dat ingewikkelder: daar is UNRWA nog actief en wordt elke aanvraag individueel beoordeeld.
Migratie in fasen
„De meeste mensen blijven na het uitbreken van een conflict eerst in de regio”, zegt Takkenberg. „Maar als zij daar vastlopen, het geld opraakt en de omstandigheden verslechteren, ontstaat alsnog beweging richting Europa.”
Takkenberg sluit niet uit dat het aantal Palestijnen dat vertrekt verder toeneemt. Niet alleen door de verwoesting en het gebrek aan perspectief in Gaza, maar ook door afnemende internationale hulp in de regio. Hulporganisatie UNRWA kampt door het deels wegvallen van internationale financiering met grote tekorten.
Ook wijst hij op het politieke klimaat in Israël. Leden van de huidige regering spreken openlijk over het laten vertrekken van Palestijnen naar andere landen. „Dat wordt gewoon openlijk uitgesproken, die ambitie”, zegt hij. Dat voedt volgens hem bij sommige Palestijnen het gevoel dat blijven geen toekomst meer heeft.
Tegelijkertijd verwacht Takkenberg geen massale exodus richting Europa. Volgens hem blijft het overgrote deel van de Palestijnse vluchtelingen in de regio. „Veruit het grootste gedeelte woont in de omringende landen”, zegt hij. „Historisch gezien hebben Palestijnen nooit echt de ambitie gehad om naar Europa te komen.”
Geen stijging uit Libanon en Iran
De Europese Unie volgt ook de oorlogen in Iran en Libanon nauwlettend. Hoe langer conflicten voortduren, hoe groter de kans dat zij kunnen uitmonden in nieuwe vluchtelingenstromen. Het Europese asielagentschap (EUAA) laat weten dat de situatie scherp wordt gevolgd, maar dat er „geen belangrijke veranderingen zichtbaar zijn in het aantal asielaanvragen van mensen met de Libanese of Iraanse nationaliteit.”
Grote migratiebewegingen ontstaan zelden van de ene op de andere dag. Eerdere conflicten laten zien dat zulke stromen vaak pas later hun hoogtepunt bereiken. Zo duurde het na het uitbreken van de Syrische burgeroorlog in 2011 bijna vier jaar voordat de migratie naar Europa in 2015 piekte.
De asielinstroom in Nederland is de afgelopen jaren afgenomen en blijft relatief stabiel. Waar eerder vooral Syriërs en Eritreeërs het beeld bepaalden, is het aantal eerste asielaanvragen uit die landen inmiddels flink teruggelopen. Wel vormen nareizigers uit Syrië nog altijd een aanzienlijk deel van de instroom in Ter Apel.
Tegelijkertijd blijft de druk op het aanmeldcentrum hoog door een vastgelopen asielketen. Al maanden verblijven er meer dan de toegestane 2.000 asielzoekers in Ter Apel.