Psycholoog Debbie (54) wijst scrollende ouders op hun voorbeeldgedrag: ‘We moeten aan de bak met ongemak’
José HulsingTech

In de speeltuin, in het zwembad of onderweg in de trein: ouders zijn er vaak bij, maar niet altijd écht aanwezig. De blik op het scherm wint het vaak van de aandacht voor het kind. Gz‑psycholoog Debbie Been pleit voor bewuster smartphonegebruik, te beginnen bij ouders zelf.
Tot het middaguur raakt gz‑psycholoog Debbie Been (54) haar smartphone zo min mogelijk aan. In de trein pakt ze een boek of kijkt ze om zich heen. Onlangs zag ze hoe een rij reizigers zwijgend naast elkaar zat, allemaal verdiept in een scherm. Eén kind keek om zich heen. De ouder naast hem niet. „Toen ben ik maar gekke bekken gaan trekken”, zegt Been. Situaties als deze stemmen haar verdrietig.
Eind vorig jaar verscheen haar boek Slimmer dan je smartphone. Haar partner, de Friese kunstenaar Remon de Jong, maakte de omslag en de illustraties. „De vraag is niet alleen hoe kinderen minder op hun telefoon kunnen zitten”, zegt Been, „maar vooral hoe ouders het goede voorbeeld kunnen geven.”
Scrollen uit gewoonte
Volgens Been is het eindeloze gescroll van ouders zelf een groot deel van het probleem. „Ik wil absoluut niet belerend zijn. Het gaat mij om bewustzijn. Veel mensen onderschatten hoe vaak en hoe lang ze op hun scherm zitten. Bij verveling, ergens geen zin in hebben of als we het even niet weten, grijpen we automatisch naar onze telefoon.”
Geen aandacht krijgen blijft kinderen bijDit gedrag blijft niet zonder gevolgen. Onderzoek laat zien dat een gebrek aan echte aandacht stress veroorzaakt bij jonge kinderen. Been verwijst naar het zogenoemde still-face-experiment, waarbij dreumesen onmiddellijk onrustig werden zodra hun moeder of vader met een blik op oneindig uit contact gaat. Als ouders steeds op hun telefoon kijken, krijgen kinderen onbewust de boodschap dat zij minder belangrijk zijn. „Geen aandacht krijgen blijft kinderen bij.”
De mythe van ontspanning
Met hun eigen gedrag geven ouders een dubbele boodschap af. Wie zelf voortdurend online is, maar van kinderen verwacht dat ze hun telefoon wegleggen, roept onvermijdelijk weerstand op: „Waarom mag jij wel op je telefoon en ik niet?” Regels over schermtijd verliezen zo hun geloofwaardigheid. „Begrenzen wordt dan een bron van strijd in plaats van houvast.”
Slimmer dan je smartphone-challenge
Hoe bereik ik mensen die niet graag lezen, maar wel grip op hun smartphonegebruik willen krijgen? Vanuit die gedachte ontwikkelde gz-psycholoog en schrijver Debbie Been (Slimmer dan je smartphone) een 30 dagen-challenge. Deelnemers ontvangen elke ochtend een mailtje met een helder inzicht, een beknopte uitleg en een eenvoudige opdracht die direct toepasbaar is in het dagelijks leven. Kleine, herhaalbare stappen staan centraal, juist omdat die volgens Been zorgen voor blijvende gedragsverandering. Het initiatief richt zich op iedereen die zijn smartphonegebruik op een toegankelijke manier wil veranderen. Kijk op debbiebeen.nl/doemee
Schermen worden ondertussen vaak ingezet om kinderen rustig te houden, terwijl ze juist extra prikkels geven. „Het idee dat een smartphone ontspant, is een hardnekkige mythe”, zegt Been. Kinderen zijn eventjes stil, maar raken uiteindelijk sneller onrustig, boos of angstig. Ondertussen leren ze dat afleiding de oplossing is voor elke vorm van ongemak. „Soms is iets gewoon even niet leuk. Dat hoort erbij. Wij moesten vroeger ook vaak genoeg wachten, bijvoorbeeld omdat je ouders in gesprek waren, en dan zat je je dood te vervelen.”
Van zorg naar boek
Been houdt zich al jarenlang met dit onderwerp bezig. Al sinds 2013 trekt ze geregeld aan de bel over ons smartphonegebruik. In dat jaar verhuisde ze met haar jonge gezin van Heerenveen naar een dorpje bij Amsterdam. In een grote woonloods zag ze hoe een jochie van een jaar of één, rechtop in een wandelwagen, gebiologeerd naar een schermpje op een selfiestick zat te staren. Dit beeld liet haar niet meer los. „Het kind keek in een winkel vol kleuren, licht en andere prikkels niet om zich heen, terwijl hij hier helemaal los had kunnen gaan qua beleving.”
Tips voor ouders die het goede voorbeeld willen geven
1. Leg je smartphone op afstand en zet alle meldingen (notificaties) uit. Die triggeren je hersenen om direct te kijken, wat zorgt voor een constante onderbreking van de aandacht.
2. Leg je scherm aan de kant als je met je kind in gesprek bent of iets samendoet. Wees op die momenten écht aanwezig.
3. Hanteer schermvrije zones en tijden voor íédereen. Maak bijvoorbeeld je slaapkamer telefoonvrij (koop een ouderwetse wekker) en spreek af om tijdens het eten geen schermen te gebruiken.
4. Maak je eigen worsteling met schermgebruik bespreekbaar en leg uit hoe je afstand neemt van je smartphone.
5. Vraag jezelf af wáárom je je telefoon pakt. Is het noodzaak, of gewoonte, verveling, onzekerheid. Het toelaten van dit ongemak is de sleutel tot minder smartphonegebruik.
Been had destijds zelf een dreumes en had al jaren ervaring in de verslavingszorg. Ze ging zich erin verdiepen: waarom gaat dit kind niet om zich heen kijken? En: is dit wel gezond? Vier jaar geleden begon ze met schrijven aan haar boek, maar aanvankelijk kon ze geen uitgever vinden. Inmiddels is het momentum er wel: er zijn steeds meer onderzoeken naar de negatieve effecten van veelvuldig schermgebruik, maatschappelijke initiatieven tegen smartphoneverslaving en maatregelen vanuit scholen en overheid.
Aan de bak met ongemak
De oplossing ligt volgens Been niet alleen bij schermtijd-apps of strengere regels. „Afspraken maken en schermtijd begrenzen is belangrijk, maar de echte vraag is: wat doe je niet in de tijd dat je op je telefoon zit?” Ze stelt: „Vraag jezelf af: wat is echt belangrijk voor mij? En als ik op mijn scherm ga, draag ik hier dan aan bij?”
Het vraagt om bewuste keuzes. Even blijven kijken, ook als je kind voor de achtentwintigste keer van de glijbaan gaat. De telefoon wegleggen in de trein, in de speeltuin of aan tafel. „We moeten aan de bak met ongemak. Als ik steeds op mijn telefoon zit, ben ik dan een betrokken ouder? Die vraag heeft mij wel geholpen.”
Zelf het goede voorbeeld geven
Daarbij is het volgens Been belangrijk wat je tegen jezelf zegt. „Zeg niet: ik ben overgeleverd aan mijn smartphone. Of: die techbedrijven bepalen alles wat ik doe. Of: ik kan er niks aan doen. Dat zijn excuses. Alcoholisten zeggen dit ook. Het is waar dat het niet makkelijk is. Maar het is niet zo dat je je telefoon móét pakken. Het is een neiging. Dat we eraan overgeleverd zijn, is een denkfout. Dat je altijd bereikbaar moet zijn, ook.”
Been pleit voor het herwaarderen van verveling en ongemak, en voor het maken van tijd zonder scherm. „Op de middelbare school speelt een deel van het sociale leven zich online af. Dat hoort erbij. Juist daarom is het belangrijk dat kinderen leren hoe ze met hun telefoon omgaan. Niet door alleen regels op te leggen, maar door ook zelf het goede voorbeeld te geven. Dat is misschien lastig, maar wel de enige manier.”











