Ernest Oberländer bij de pijnboom die hij 30 jaar geleden plantte. Foto: DVHN
De Roemeense museumdirecteur Ernest Oberländer-Târnoveanu werd enkele dagen na de kunstroof in het Drents Museum ontslagen. Nog steeds wordt hij bedreigd vanuit extreemrechtse hoek. ,,Wij zijn als prooien voor de hyena’s geworpen.”
,,Kijk, deze pijnboom heb ik 30 jaar geleden geplant, toen we hier kwamen wonen”, zegt Ernest Oberländer-Târnoveanu (74). We wandelen door de tuin die het buitenhuis van de oud-directeur van het Nationaal Historisch Museum van Roemenië omringt. Hij pakt de stam liefdevol vast.
We passeren fruitbomen, veel verschillende planten, steken een beekje over en klimmen naar een scheefstaand bankje. ,,Dit is ons belvedère”, zegt Oberländer glimlachend. We kijken uit over de heuvels van een vallei. ,,Over 2 weken staat alles in bloei.”
De tuin is zijn grote liefde, naast zijn vrouw Irina Târnoveanu (73). Ze is net als hij opgeleid als archeoloog, maar ging later de IT-kant op. ,,Toen we trouwden besloten we onze beide achternamen te gebruiken”, vertelt ze even later. ,,Heel democratisch, in alfabetische volgorde.”
Nieuwe details
Ze lacht. ,,We hadden beiden al wetenschappelijke artikelen gepubliceerd, dus het was ook wel praktisch.” De kleine keukentafel ligt vol met lekkernijen. Oberländer heeft een fles met lokale wijn opengetrokken, maar eerst krijgen we schnaps. ,,Willen jullie een zachte pruimenlikeur of wat sterkere”, vraagt zijn vrouw.
We beginnen voorzichtig, ook al zijn we uitgenodigd om te blijven slapen in het gastenverblijf. Een traditionele tegelkachel verwarmt het vertrek. Het echtpaar vertelt over de hyperinflatie in de jaren 90. ,,Ons salaris was na een paar dagen al bijna niks meer waard. Mensen in de steden overleefden dankzij familie op het platteland die voedsel stuurde.”
We zijn in Roemenië om te praten over de kunstroof uit het Drents Museum. Oberländer was gastconservator van Dacia – Rijk van goud en zilver in Assen. Hij onthult nieuwe details over de roof, die deze krant eerder deze week publiceerde. Informatie die vooral tot hem kwam via zijn eigen medewerkers, die de objecten terughaalden uit Assen.
Ernest Oberländer werd na zijn ontslag als museumdirecteur door extreemrechts in Roemenië bedreigd. Foto: DVHN
,,Ik ben boos en teleurgesteld dat veel informatie niet meteen gedeeld is”, zegt Oberländer. ,,Terwijl dat wel de afspraak was.” Hij zit 2 maanden na de goudroof met veel vragen. Over de rookbeveiliging, die niet goed werkte. Hoe sommige vitrines zo snel konden sneuvelen. ,,Ongelofelijk”, zegt hij. ,,Wat is er misgegaan?”
Hij wil nog wel benadrukken dat er geen bewijs is gevonden dat de helm tijdens de roof kapot is gegaan. De dieven hebben hem in de haast laten vallen, dus misschien is hij wat vervormd. ,,Maar er zijn geen sporen gevonden van het materiaal.”
Best bezochte expositie
Laat er geen misverstand over bestaan: Oberländer bewondert het Drents Museum. ,,Het heeft grote ambities die ik zeer waardeer. Daarom heb ik ook veel energie in deze expositie gestoken.” Assen is een kleine stad, maar het museum is van Europese allure, stelt hij. ,,Ze staan in Assen open voor andere culturen, ook exotische zoals Dacië.”
En het publiek in Assen is nieuwsgierig, constateert Oberländer. ,,Met 85.000 bezoekers was dit onze best bezochte expositie in het buitenland. Beter dan in Rome of Madrid. Misschien zijn het er niet zoveel als bij andere grote tentoonstellingen in het Drents Museum, maar wie kende bij jullie Dacia? Behalve dan dat het een automerk is.”
De expositie was een succesverhaal, tot die fatale nacht. De kunstroof sloeg in Roemenië in als een bom en werd al snel als politiek wapen gebruikt door extreemrechtse nationalisten. Zij grepen de diefstal van het nationale erfgoed aan om zich te profileren, aan de vooravond van de presidentsverkiezingen in mei.
Zondebok
De kunstroof werd neergezet als een poging om ‘de nationale identiteit te ondermijnen’. Călin Georgescu, de extreemrechtse kandidaat die inmiddels is uitgesloten van deelname, noemde de Roemeense staat, naar aanleiding van de diefstal, ‘medeplichtig aan de vernietiging van onze natie, geschiedenis, waarden en democratie’.
In de politieke turbulentie werd Oberländer geslachtofferd. ,,Regeringsambtenaren zeiden tegen me: ‘Als je geen ontslag neemt, komen er 10.000 mensen naar je huis in Boekarest, die jou en je familie kwaad willen berokkenen.’ Een dag later reduceerden ze dat aantal trouwens tot 2500.”
Hij weigerde zelf op te stappen en werd op dinsdag 28 januari ontslagen door de minister van Cultuur. ,,Officieel vanwege ‘een gebrek aan communicatie’, wat overigens geen wettelijke ontslagreden is. Door alle politieke ophef over de roof, moest er iemand sneuvelen. Ik ben gebruikt als zondebok.”
Duitse spion
Op de zaterdag van de roof en de maandag erna had hij nog telefonisch contact met Harry Tupan, de directeur van het Drents Museum. Na zijn ontslag, op dinsdag, bleef het stil vanuit Nederland. ,,Teleurstellend”, zegt Oberländer daarover. ,,Ik begrijp best dat het ook voor Harry heel vervelend is, maar bij mij ging het wel iets verder.”
,,Je hebt wel een brief met excuses ontvangen”, zegt zijn vrouw. Oberländer knikt bevestigend. ,,Maar ik had meer solidariteit verwacht. Het team van het Drents Museum kreeg ondersteuning van de regering, zowel op juridisch gebied, mentaal als met de pr. Terwijl wij als prooien voor de hyena’s werden geworpen.”
Ernest Oberländer met Cookie, de hond van de buren, bij het uitzichtpunt in zijn tuin. Foto: DVHN
Oberländer ontving wel veel steunbetuigingen van collega’s uit binnen- en buitenland. ,,En ook van voormalige ministers, ambassadeurs en andere officials”, vertelt hij. Dat deed hem goed. ,,Ook gewone mensen, journalisten en prominenten steunden Ernest”, voegt zijn vrouw toe.
Telepathisch contact
Oberländer werd in de weken na de roof zwaar bedreigd vanuit extreemrechtse nationalistische hoek. Online weten ze hem nog steeds te vinden. ,,Ik ben afgeschilderd als een Duitse spion, vanwege mijn achternaam.” Hij lacht er maar om.
Extreemrechtse nationalisten in Roemenië identificeren zich politiek en etnisch met de Daciërs, terwijl Roemenen zich lange tijd juist lieten voorstaan op hun Romeinse afkomst. ,,In de middeleeuwen had niemand het over Dacië. Het kwam alleen ter sprake als land dat door de Romeinen was veroverd. Roemenen zagen hun land als een Latijns eiland in een Slavische zee.”
De belangstelling voor de Daciërs begon pas in het midden van de 19de eeuw, vertelt Oberländer. ,,En tijdens het interbellum benadrukte extreemrechts steeds meer de Dacische en Tracische tradities. Voor hen waren de boeren de ware erfgenamen van de Dacische traditie. Wat absolute onzin is.”
Het is die verheerlijking van de Daciërs waar de extreemrechtse nationalisten nu op teruggrijpen. ,,Călin Georgescu heeft het zelfs over de eed van Sarmizegetusa.” Dat heuvelfort in de Karpaten was ruim 2000 jaar geleden waarschijnlijk de hoofdstad van de Daciërs.
,,Niemand weet waar hij die eed heeft gevonden, want wetenschappers zoeken al 160 jaar naar Dacische teksten die langer zijn dan drie woorden. Georgescu beweert overigens ook dat Roemenen in de middeleeuwen via telepathie met de Daciërs communiceerden.” Oberländer haalt zijn schouders op. ,,Ik vermoed dat hij mentaal wat instabiel is.”
Rijke koopman
Los van alle politieke commotie en de bedreigingen, is Oberländer persoonlijk diep geraakt door de diefstal van de gouden helm van Coţofeneşti en de Dacische gouden armbanden. ,,Ook emotioneel. Ik heb 9 jaar van mijn leven gegeven aan het terughalen van de gouden armbanden. En ik ben er nog steeds bij betrokken.”
De armbanden, naast munten de enige gouden objecten die bekend zijn uit de tijd van de Daciërs, werden in de jaren 90 van de vorige eeuw door plunderaars gevonden. De armbanden werden verhandeld over de hele wereld en de Roemeense staat is al jaren bezig om ze terug te krijgen.
,,De helm is mij zeer dierbaar. Ik heb veel documenten gevonden die licht werpen op de oorsprong ervan. In 1929 werd hij door een rijke koopman, Ion Marinescu, geschonken aan het Nationale Oudheidkundig Museum. Hij was een oude strijdmakker, uit de Eerste Wereldoorlog, van de vader van het jongetje uit Coţofeneşti dat de helm vond.”
Toen de koopman tijdens een bezoek de helm zag, realiseerde hij zich dat het een belangrijk archeologisch object was. ,,Hij gaf zijn strijdmakker 30.000 lei, in die tijd een bedrag dat overeenkwam met bijna 30 jaar inkomsten van een klein boerengezin. Hij schonk het vervolgens gratis aan het Oudheidkundig Museum.”
Ernest Oberländer: ,,Ik heb negen jaar van mijn leven gegeven aan het terughalen van de gouden armbanden." Foto: DvhN
Hij gaf het museum ook nog 5000 lei om een verlichte vitrine te bouwen om de helm in tentoon te stellen. ,,Helaas heeft niemand die vitrine ooit gebouwd”, verteld Oberländer. ,,Tot 2012. Toen besloten mijn collega’s en ik om het indrukwekkende gebaar van deze maatschappelijk betrokken koopman alsnog waar te maken.”
Inhalig monster
Oberländer heeft niet alleen een sterke band met de helm, maar ook met Marinescu. ,,In 1929, toen hij de helm schonk, startte ook de grote beurscrisis in de VS, die zich over de hele wereld verspreidde. Hij ging bankroet. Toen in dat jaar de Nationale Boerenpartij aan de macht kwam, werd hij in de kranten afgeschilderd als een inhalig monster.”
Marinescu, een liberaal, streed jaren om eerherstel. ,,Voor de crisis werd hij door iedereen geprezen als een modelburger, die het vaderland belangrijk erfgoed schonk. Maar daarna werd hij afgeschilderd als iemand die een arme boer bedrogen had. Misschien is ons lot in een bepaald opzicht vergelijkbaar.”
Oberländer is ontroerd. ,,Ik kon zijn laatste wens vervullen. Het is emotioneel om die mogelijkheid te krijgen. Zowel de helm als de gouden armbanden staan me heel erg nabij. Het voelt alsof ik een dierbaar familielid ben verloren. In mijn beroep ontwikkel je een hechte band met de objecten die je bestudeert. Het is een deel van ons leven, niet alleen beroepsmatig, maar ook emotioneel.”
Rozen uit Nederland
De volgende morgen, na het ontbijt, maken we opnieuw een wandeling door de tuin. ,,Ik ben nu een vrij man”, zegt Oberländer. ,,Ik ga naar bed wanneer ik daar zin in heb en sta op wanneer ik wil.” Hij is nog regelmatig in Boekarest, in zijn oude museum. ,,De laatste 15 jaar ben ik vooral bezig geweest met het organiseren van tentoonstellingen. Maar ik ben wetenschapper.”
Er zijn artikelen die geschreven moeten worden. Losse eindjes, onderzoek dat nog moet worden afgerond. ,,Ik ben bezig met een grote studie over de geschiedenis van de Dacische armbanden.” Maar nu de lente aanbreekt, is de tuin even belangrijker. ,,Vorig jaar heb ik twee druivenranken meegenomen uit Nederland. Ik ben benieuwd of ze aanslaan.”
De hond van de buren, Cookie, loopt met ons mee. Cartouche, de hond van Ernest en Irina Oberländer-Târnoveanu, luiert in de zon. Er staan ook Nederlandse rozen in de tuin, die Irina Târnoveanu in de jaren 90 meenam na een bezoek. ,,Wij houden veel van jullie land en de Nederlandse cultuur”, zegt Oberländer. ,,Daarom wilde ik deze expositie ook zo graag maken.”
We kijken uit over de heuvels en lopen terug naar het huis. Elke dag komen er meer planten tot bloei, vertelt Oberländer. De natuur geeft hoop en houvast. ,,Wie weet worden de helm en de armbanden snel teruggevonden.”