Mihail Simion, de zoon van een van de jongetjes die een eeuw geleden de gouden helm van Coțofenești vonden. Foto: DvhN
Bijna een eeuw geleden vonden boerenjongens de inmiddels wereldberoemde gouden helm op een heuveltop, nabij Coțofenești. Wij bezochten het Roemeense dorp en ontmoetten de zoon van een van de vinders, die in de zon met een hamer walnoten aan het kraken was.
,,Is hij teruggevonden?” Hoopvol trekt Nicu Oprea vanachter de toonbank zijn wenkbrauwen op. Helaas, de gouden helm van Coțofenești, die twee maanden geleden werd gestolen uit het Drents Museum, is nog niet terecht.
Oprea is de eigenaar van een minimarkt aan het begin van Coțofenești, een dorp met een paar honderd inwoners. Het ligt zo’n 85 kilometer ten noorden van Boekarest, in een vallei aan een doorgaande weg. Op de hoogste heuvel ten westen van het dorp is in 1926 of 1927 de helm gevonden door een boerenzoon.
,,Hebben jullie het pad gezien dat naar de vindplaats leidt”, vraagt Oprea. Jazeker. Een bord met een verbleekte foto wijst toeristen waar ze de weg naar boven kunnen inslaan. Oprea schudt zijn hoofd. ,,Er komen hier geen toeristen”, zegt hij. ,,Ook niet nu de diefstal van de helm het dorp beroemd heeft gemaakt. Jullie zijn ook de eerste journalisten die ik spreek.”
Het bordje dat de weg wijst naar de vindplaats van de helm, op een van de heuvels. Foto: DvhN
Mooi uitzicht over de vallei
Dat pad omhoog is de moeite waard, zegt Oprea. Nee, hij heeft het zelf nooit gelopen. ,,Het is een mooie wandeling, maar hij gaat nergens heen”, zegt hij. Alle dorpelingen die we spreken, prijzen de weg omhoog maar geen van hen is ooit boven geweest. Er is ook niks te zien: geen monument, geen markering. ,,Je hebt er wel een mooi uitzicht over de vallei!”
Natuurlijk kent Oprea het verhaal van de gouden helm. Traian Simion hoedde samen met enkele andere boerenkinderen, waaronder zijn neef Vasile, na een zware regenbui op de heuveltop het vee van zijn vader. Hij zag iets blinken, dacht dat het een hoed was, zette hem op zijn hoofd en nam hem mee naar huis.
Daarna is de helm een tijdlang gebruikt als drinkbeker voor de kippen. Dat hij van goud was, en uit de vijfde eeuw voor Christus stamde, wisten Traian en zijn ouders niet. Tot een bevriende koopman de helm zag. Die realiseerde zich dat het om een belangrijk archeologisch object ging.
Nicu Oprea, de eigenaar van de minimarkt. Foto: DvhN
,,Het verhaal is in het dorp van generatie op generatie overgeleverd”, zegt Oprea. Achter hem staan de producten die je in elke Roemeense minimarkt vindt: drank, sigaretten, snoep, veel voorverpakte levensmiddelen, huishoudelijke spulletjes. ,,De diefstal leeft vooral onder de oudere dorpelingen”, vertelt hij. Dan schiet hem iets te binnen.
Walnoten kraken
,,Kom mee”, zegt hij. Hij sommeert ons naar buiten en sluit de supermarkt af. We lopen langs de weg, die door de vallei voert. Er is weinig verkeer. Een hond steekt loom over, genietend van de lentezon. Soms scheurt een auto veel te hard voorbij, maar ook paard-en-wagen is hier nog een gebruikelijk vervoersmiddel.
We stoppen bij een hek. Aan een groen kunststof tafeltje is een oude man met een hamer walnoten aan het kraken. ,,Mihail”, roept Oprea. De oude man pakt zijn stok en komt naar ons toe. Hij glimlacht vriendelijk. ,,Dit zijn twee Nederlandse journalisten”, zegt Oprea tegen de oude man. En tegen ons: ,,Dit is Mihail Simion, de zoon van een van de jongetjes die de helm vonden.”
De nu 83-jarige Mihail is de zoon van Vasile, de neef van Traian. Volgens hem struikelde zijn vader Vasile over de helm toen de jongens met hun vee de berg opliepen. Maar Traian, die ouder was, nam de helm mee naar huis en staat nu te boek als de ontdekker van de helm.
De helm heeft hij één keer gezien, vertelt Mihail, die nog één voortand heeft en slecht te verstaan is. ,,In de stad Ploiești, toen hij daar werd tentoongesteld.” Het nieuws over de diefstal heeft hij natuurlijk meegekregen. ,,Ik voel me machteloos, maar Nederland is ver weg. Het is frustrerend en het doet pijn.”
Het raakt hem persoonlijk, vertelt Simion. ,,Vanwege mijn familiegeschiedenis, natuurlijk. Maar ook het dorp is erdoor getroffen. En het land. De helm is nationaal erfgoed.” Meer wil hij er niet over kwijt, maakt de oude man duidelijk. Hij is moe en schudt zijn bezoekers vriendelijk de hand, waarna hij terugkeert naar zijn tafeltje in de zon. Er wacht nog een halve emmer walnoten die gekraakt moeten worden.
Een cake in de vorm van de helm
In september 2019 was de gouden helm voor één dag terug in Coțofenești, maar Mihail was daar niet bij. ,,De helm maakte een tournee door het land”, vertelt Ernest Oberländer-Târnoveanu, de oud-directeur van het Nationaal Historisch Museum in Boekarest. ,,We wilden mensen die geen geld hebben om naar Boekarest te komen ook de kans te geven om de helm te zien.”
De helm tijdens de expositie in Vârbilău, in 2019. Links Ernest Oberländer-Târnoveanu. Foto: Irina Oberländer-Târnoveanu
De helm werd tentoongesteld in een school in Vârbilău, de gemeente waar Coțofenești deel van uitmaakt. Het dorp was die dag in rep en roer, vertelt hij. ,,De lokale politie droeg zorg voor de bewaking. Dat vervulde ze met grote trots. De dag werd afgesloten met een diner, met een grote cake in de vorm van de helm.”
Oberländer deed uitgebreid onderzoek naar de gouden helm van Coțofenești. ,,De helm heeft waarschijnlijk een connectie met zout”, vertelt hij. De streek waarin het dorp ligt is een belangrijk zoutwinningsgebied. ,,De hoogste heuvel, waarop de helm is gevonden, markeert de ingang van een vallei met rijke zoutmijnen.”
Misschien vormde de heuvel een soort checkpoint, zegt Oberländer. Zout werd onder meer gebruikt voor het conserveren van voedsel. ,,Zout was in deze regio lange tijd belangrijker dan goud. Het was een vorm van cash geld. Mede omdat de Balkan heel arm is aan zout, was het belangrijke handelswaar.”
Aan het begin van de weg naar de helm, staat een houten paviljoen. Op een groen bord wordt de geschiedenis van de helm verteld. Een ander groen bord belicht de plaatselijke flora en fauna. We besluiten het pad omhoog met de auto in te rijden, maar al snel loopt de weg dood. We keren om.
Beneden spreken we Beti, die naast de weg woont waar het pad begint. Ze heeft net haar zoontje opgehaald van school. ,,Nee, ik ben ook nog nooit op de heuvel van de gouden helm geweest”, vertelt ze. ,,Ik zie ook nooit iemand die het pad neemt. Er is me nog niet eerder naar gevraagd.”
Het is zo’n anderhalf uur omhooglopen, weet ze wel, met een hoogteverschil van 220 meter. We besluiten solidair te zijn met de dorpelingen en de wandeling voor een andere keer te bewaren.
Een plaatsnaambord aan de rand van het dorp. Foto: DvhN