Hardloper Peter Stokje: „Ook als hartpatiënt kun je nog prima sporten." Foto: Jaspar Moulijn
Hij reeg de criteriumzeges aaneen tot hartproblemen zijn wielercarrière dwarsboomden. Nu is Peter Stokje hardloper met een handrem en een boodschap. „Het hoeft niet allemaal op niveau. Ga gewoon lekker een stukje lopen.”
Hartpatiënt of niet, sommige dingen veranderen nooit. Stokje mag nog altijd graag vertellen over zijn gouden jaren, dik drie decennia terug. Toen hij op de racefiets overwinning na overwinning pakte in de amateurcriteriums.
„Dat was mijn specialiteit. Rondjes rijden, lekker knallen door de bochten. Gewoon rammen en het publiek vermaken. Een beetje zoals Peter Sagan. Ik kreeg de bijnaam Criteriumkoning.”
Hard trainen. Tot het uiterste gaan. Grenzen verleggen. Dat is hoe de Hoogkerker in die tijd zijn sport beleeft. Totdat het ineens niet meer gaat. „Tijdens de Ronde van Bakkeveen werd ik duizelig. Ik kwam slingerend over de finish. Iedereen dacht dat ik weer aan het ouwehoeren was. Maar plots lag ik op de grond. Ik keek omhoog, zag een blauwe lucht en dacht: hoe kan dat nou? Ik was toch aan het wielrennen?”
Pats, boem
Na een onzekere periode en een maand in het UMCG vol maximaaltesten op een spinningfiets komt de oorzaak aan het licht. Stokje heeft ventrikeltachycardie, waarbij de kamers van het hart te snel slaan. „Een flink mankement. Ik moest stoppen met mijn sport. Tijdens dat gesprek begon ik te janken. Fietsen was mijn lust en mijn leven. In één keer moest ik van de top – pats, boem – naar helemaal niks meer doen.”
Het valt de sportfanaat zwaar. Weg zijn de aandacht, de verdiensten en de euforie. „Ik heb een kutjaar gehad. Vroeger stond ik altijd met mijn dikke kop in de krant. Dat was niet meer. En die andere jongens gingen lekker door. Heel frustrerend. Ik heb een jaar nodig gehad om dat te verwerken.”
Peter Stokje: „De bètablokkers remmen mij enorm af. Ik ben als een auto met een handrem erop." Foto: Jaspar Moulijn
Ook het lijf protesteert tegen het wegvallen van de fysieke inspanningen. „Mijn lichaam kreeg ontwenningsverschijnselen. Ik kreeg nachtmerries. Mijn lichaam was gewend om te werken, maar dat mocht niet meer. Ondanks de bètablokkers ging het thuis toch weer mis, gewoon in bed. Toen ben ik uit mezelf weer gaan sporten. Op de bank zitten is niks voor mij.”
Voorzichtig en rustig pakt Stokje het fietsen weer op. In het begin is dat spannend, steeds is hij bevreesd opnieuw tegen de vlakte gaan. Maar het gaat beter en beter. Wanneer de conditie ‘weer aardig goed’ is, begint de hartpatiënt aan een nieuwe uitdaging: hardlopen.
Mijn cardiologen kregen in de gaten: hij laat zich niet afremmen
„Met een beginnersschema. Heel kinderachtig. Een stukje hardlopen, een stukje dribbelen.” Net als in zijn gloriejaren als wielrenner neemt de drang om te presteren snel de overhand. Met trainingsschema’s voert hij de snelheid op, over steeds langere afstanden bovendien. Trots noemt hij zijn toptijden op de 5 en 10 kilometer, op de halve en hele marathon.
„Mijn cardiologen kregen in de gaten: hij laat zich niet afremmen. We maakten de afspraak dat ik goed naar mijn lichaam zou luisteren. Het doel was mijn hartslag laag te houden met bètablokkers. Die twee kleine pilletjes waren de grootste vijanden in mijn leven. Ik was net een auto met de handrem erop.”
Verstandig
Vier jaar geleden moest Stokje nog verder terugschakelen. „Ik kreeg een MRI, daaruit bleek dat mijn rechter hartkamer enorm groot is. Daardoor is de pompkracht van mijn hart nog ongeveer 30 procent. Het was niet verstandig zo fanatiek te sporten. Toen heb ik de knop omgezet. Ik zoek mijn max niet meer op, ik doe geen intervallen meer. Ik ben verstandig geworden. Loop nu altijd strak 10 kilometer per uur, bij een hartslag die veilig is.”
Peter Stokje loopt zondag de Marathon van Rotterdam. Foto: Jaspar Moulijn
Bang om te overlijden is hij nooit geweest, zegt de zelfstandig installateur. „Als ik op de bank zit, kan ik ook neervallen. Mocht het misgaan, laat me dan alsjeblieft sterven in het harnas. Op de fiets of tijdens het hardlopen. Dan doe ik in ieder geval iets wat ik leuk vind en waar ik van geniet.”
Er is veel meer in het leven dan rennen en fietsen. „Ik ben op mijn 53ste nog een keer vader geworden. Met mijn vriendin Erika Broekema heb ik een meisje van 3 jaar. Ze gaat geregeld mee in zo’n loopkarretje.”
Zondag wacht de Marathon van Rotterdam, waar Stokje voor zichzelf nog iets heeft recht te zetten. „Ik heb altijd gezegd dat ik geen marathons meer zou lopen. Twee jaar geleden was Valencia mijn laatste. Maar in Rotterdam moest ik een keer uitstappen, nu wil ik daar mijn zevende medaille halen.”
Levende voorbeeld
Ook om nogmaals te laten zien dat het kan. Dat een zware hartafwijking niet hoeft te betekenen dat het sportleven helemaal eindigt. „Voor mijn werk kom ik veel bij mensen thuis. Veel klanten die last kregen van hun rikketik vertellen dat ze niet meer sporten. Ik ben het levende voorbeeld dat ook een zware hartpatiënt nog prima dingen kan doen.”
Luister goed naar je lichaam. Zorg voor begeleiding door een cardioloog en eventueel een fysio. Stokje: „Waar een wil is, is een weg. Sport gewoon recreatief. Het hoeft niet allemaal op niveau. Ga gewoon lekker een stukje lopen. Begin desnoods met stukjes wandelen. Het gaat niet makkelijk, maar het kan wel.”
Met die overtuiging staat Stokje straks aan de voet van de Erasmusbrug voor de start van zijn volgende 42,195 kilometer. Uitlopen is het grote doel, de eindtijd niet langer van belang. „Het wordt echt mijn laatste marathon. Misschien.”