De geschiedenis van Weingut Thörle gaat terug tot in de zestiende eeuw. Foto: Weingut Thörle/Andreas Durst
De zomer lonkt, sprankelende en koele witte wijnen snakken naar een glas dat ze kunnen vullen. En laat nou in buurland Duitsland de heerlijkste bubbels en frisse witte wijnen in overvloed aanwezig zijn. En met een mooie prijs-kwaliteitverhouding laten zij flink wat wijnlanden achter zich.
De zon zakt zachtjes achter de Roter Hang, een ‘bergketen’ bij Nierstein aan de Rijn. Een feeëriek schouwspel, zeker met een glas riesling bij de hand, een bakje met pretzels en een bakje Spundekäs – een kaasdip naar familierecept van de familie Gehring, wijnmakers in dit mooie stukje Rheinhessen, vlak bij Mainz.
De riesling die dochter Gina, de wijnmaakster, maakt is gedrenkt in de geschiedenis van de druif. Maar hij heeft het lichtvoetige karakter die de jonge wijnmakers in dit deel van Duitsland steeds vaker aan hun wijnen meegeven. Dat merk je ook aan de sekt die ze hier maken: elegant, met frisse zuren, spannend. Ver verwijderd van de goedkope sekt zoals het bekende Rottkäppfchen, die in vele miljoenen flessen over de toonbank gaat. Je kent ze misschien wel, die flessen met de rode wikkel (‘Roodkapje’) en de plastic kurk. Nee, de sekt van de familie Gehring is zogenoemde Winzersekt, in dit geval gemaakt van de riesling-druif van het eigen wijngoed.
Gina Gehring is wijnmaker in Rheinessen, nabij Mainz. Foto: Weingut Gehring
Duitsers zijn gemiddeld de grootste drinkers van mousserende wijnen ter wereld. Ze trekken grif hun portemonnee voor Franse champagnes en crémants, of mooi spumantes en cava’s. Voor de eigen lokale bubbels – die ze ook in grote hoeveelheden drinken – hielden ze tot enkele decennia geleden echter de hand op de knip. Een paar eurootjes bij de Lidl of de Aldi, dat kon er nog net van af: een flesje Rottkäppfchen kun je onder de 5 euro krijgen, nog zonder de gebruikelijke kortingsacties.
Winzersekt in een stroomversnelling
Maar de tijden lijken veranderd. Steeds meer wijnhuizen zijn begonnen met het maken van Winzersekt, ofwel ‘sekt van de wijnmaker’. Dus geen fabrieksgeproduceerde meuk, maar echte mousserende wijn volgens eenzelfde methode als in de Champagne, met een tweede gisting op fles en afkomstig van de eigen wijngaard.
Dat werd al op bescheiden schaal gedaan, maar sinds het begin van deze eeuw is dat in een stroomversnelling geraakt. Bijvoorbeeld door bedrijven als Reichsrat Von Bühl uit Deidesheim in de Pfalz. Die maakt naast mooie stille wijnen van de rieslingdruif ook sprankelend mooie sekt van riesling en spätburgunder. Mede met dank aan een innovatieve wijnmaker die ze in 2013 in huis haalden, de Fransman Matthieu Kaufmann.
Terroir-gedreven
Kaufmann werkte daarvoor jarenlang als keldermeester bij het toonaangevende champagnehuis Bollinger. Hij bracht naast zijn ervaring ook het bewustzijn mee dat ook in Duitsland terroir-gedreven en kwalitatieve mousserende wijnen konden worden gemaakt. Hij bande het zoet uit en richtte zich op zeer droge mousserende wijn, met lange rijping op de gist en een fijne, strakke mousse. Hij achtte de riesling bijzonder geschikt voor de beste sprankelende wijnen. Overigens zou hij in 2019 met Steffen Christmann het Christmann & Kauffmann oprichten, een wijnbedrijf dat zich volledig op sekt richt.
Kaufmanns aanpak kreeg veel navolging. Ook Griesel & Compagnie, die dit jaar de grote winnaar was bij de verkiezingen van beste sekt door het Duitse wijnblad Vinum, houdt zich uitsluitend met bubbelwijn bezig. Het bedrijf werd in 2013 in Bensheim aan de Hessische Bergstraße opgericht door een investeerderspaar. Als keldermeester werd de 30-jarige Niko Brandner aangesteld. De ex-bankier ontpopte zich tot een begenadigd wijnmaker. Zijn naam wordt nu met die van Kaufmann en Volker Raumland – van het gelijknamige wijngoed in Rheinhessen – genoemd als één van de toonaangevende sektmakers in Duitsland.
Ook op andere wijngoederen gist en bubbelt het. Bij Weingut Thörle bijvoorbeeld in Saulheim, iets ten zuiden van Mainz. Een nagelnieuw ogende wijnmakerij, maar met wijnwortels die tot in de zestiende eeuw teruggaan. „De kelder dateert van 1517, maar die is deels vernietigd tijdens de Tweede Wereldoorlog”, zegt Christoph Thörle. Hij en zijn broer Johannes zijn de huidige eigenaars en wijnmakers van het biologische wijngoed. „En in die kelder werd al sinds honderd jaar sekt gemaakt, volgens de klassieke methode. Toen was de Winzersekt nog groot in Europa, net als de champagne.”
Een selectie wijnen van Weingut Thörle. Foto: Weingut Thörle
Gelukkig, zo voegt hij er aan toe, is die kwaliteitssekt herontdekt. „En we hebben hier, in tegenstelling tot de Champagnestreek waar je maar drie verschillende druivensoorten mag gebruiken, een waaier aan druivensoorten om mousserende wijnen mee te maken. Van riesling tot weissburgunder – of pinot blanc –, van sylvaner tot spätburgunder of pinot noir. Duitsland is na de Bourgogne en de USA in oppervlakte de grootste producent van pinot noir. En onze wijnen hebben een heel goede prijs-kwaliteitverhouding.”
Wijnhoofdstad Mainz
Nog meer sekt proefden we tijdens de drie wijnbeurzen die we in één weekend bezochten in Mainz, de zelfbenoemde wijnhoofdstad van Duitsland. De stad aan de Rijn heeft veel geleden onder de geallieerde bombardementen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog en ontbeert daardoor de middeleeuwse charme die het voorheen uitstraalde. Maar zoals de Rijn door de stad blijft stromen, zo blijft hier ook de wijn vloeien.
Op de Sektmacher Sektbörse stonden zo’n veertig producenten van sekt, op de nabijgelegen VinVin-beurs maakten we kennis met zo’n honderd, veelal biologische wijnmakers die zich vooral richten op terroir-gedreven wijnen – wijnen waarin de specifieke bodem- en klimaatgesteldheid van de wijngoederen tot uiting komen.
Op de afsluitende VDP-börse kwam de huidige stand van de Duitse wijnindustrie volledig tot zijn recht. VDP staat voor Verband Deutscher Prädikatsweingüter, de belangrijkste kwaliteitsvereniging van topwijnmakers in Duitsland. Het is géén overheidsinstantie, maar een privévereniging van geselecteerde producenten. Alleen wijnhuizen die aan strenge kwaliteitseisen voldoen mogen lid worden.
Denk aan Dr. Loosen, Van Volxem, Egon Müller of de eerder genoemde Reichsrat von Buhl. Hun flessen zijn te herkennen aan het VDP-logo, een adelaar met druiventros. Onderdeel van hun ‘predicaat’ is hun classificatie in VDP.Gutswein (het instapniveau van het domein), VDP.Ortswein (wijn uit één dorp), VDP.Erste Lage (zeg maar de Franse premier cru) en de VDP.Grosse Lage (topwijngaarden, vergelijkbaar met grand cru).
Puike spätburgunder
Goed, we hebben niet alle tweehonderd huizen – met elk gemiddeld zes wijnen in de stand – kunnen doorproeven, maar naast de eerder genoemde topmerken en veel rieslings werden we ook blij van de moderne-stijl weissburgunders van Beck, Heymann-Löwenstein, Bergdolt, Friedrich Becker en Bernhart.
De laatste twee families, gevestigd in de Pfalz, maken overigens ook een puike spätburgunder. Die we ook met recht pinot noir zouden mogen noemen, want een groot deel van de wijngaarden ligt namelijk in Elzas, in Frankrijk dus. Heeft alles te maken met de geschiedenis van de streek, waar de grens regelmatig tussen Frankrijk en Duitsland verschoof.
Druivenplukkers in een wijngaard van Thörle. Foto: Weingut Thörle
De Bernharts, sinds ruim een eeuw eigenaar van het wijngoed, heeft twee derde van de wijngaarden in Frankrijk liggen. Druiven van Franse bodem dus, maar in een Duitse kelder gemaakt volgens vaak Duitse classificatie. Dat levert soms ingewikkelde appellatie- en etiketteringsregels op. Maar de combinatie van Duitse precisie en een beetje Elzasser invloed levert perfecte wijnen op.
Terug in de Niersteiner wijngaard van de familie Gehring is de zonsondergang boven de Roter Hang tot een fascinerend kleurenspel geworden. Gina Gehring heeft daarvan een mooi marketinginstrument gemaakt: achter de wijnmakerij is een aantal plekken voor campers ingericht. En de gasten kunnen ook nog eens in het restaurant van de familie eten: dat heet nu echt wijntoerisme. Want ook in Duitsland is de jonge generatie wijnmakers erachter gekomen dat je niet achterover moet leunen met je mooie wijnen, maar de boer op moet. En wij naar de buur.