Dolf Jansen in een duinpan op Terschelling. Foto: Neeke Smit
Op televisie is cabaretier Dolf Jansen niet meer te zien, op Oerol des te vaker. „Er moet een bepaald links, activistisch geluid gehoord worden. De politiek naait je toch.”
Bij Dolf Jansen is menigeen aan de beurt. Die ene VVD-stemmer in het publiek, de man die Arie heet op de voorste rij, Brabanders, Google Maps, Duitsers vooral en, als hij doorheeft dat er een journalist in deze duinpan zit: de Leeuwarder Courant.
„Jullie zijn zo veel leuker dan het publiek van vanochtend. Mensen uit Drenthe....”
Eerst stond hij een duinpan verderop, vol in de wind. Dus dan maar de boel verschuiven. iets meer luwte. Heel veel decor heeft een cabaretier op locatie niet nodig, tenslotte.
Dolf Jansen in een duinpan op Terschelling, plus publiek. Foto: Neeke Smit
„Daar stond ik dusdanig vol in de wind dat Henk de technicus dacht dat ik, vanwege mijn lichaamsbouw, weg zou waaien en in Winschoten zou eindigen.”
'Halfjaarsconference'
De Halfjaarsconference van Dolf Jansen is nog tot en met zaterdag op festival Oerol, Terschelling te zien, op verschillende plekken. Hij speelt zijn voorstelling Schaamteloos in onder andere: Bolsward 2/7, Heerenveen 7/10, Sneek 4/11, Assen 11/11, Steenwijk 11/12 en Groningen 23/12. Zie: dolfjansen.com.
Hij improviseert er rustig op los. Deze keer onder andere over Peter Pannekoek, collega-cabaretier van veel geringere lengte, maar wel veel vaker op televisie.
Meteen na de voorstelling zit Dolf Jansen uit te hijgen ‘backstage’, bij het mengtafeltje van de geluidsman. ‘Backstage’ is een groot woord voor dit plekje in het zand, bij het duinpad terug naar de buitenwereld. Dankbaar neemt hij de complimenten van de langslopende bezoekers in ontvangst. „Mooi gesproken, Dolf!”
Op het randje
Het ontstaat allemaal ter plekke, zegt hij. Met wel een aantal zaken die hij aan wil snijden, „dingen die ik van belang vindt. „Maar die grappen over Peter Pannekoek, dat doe ik bijna nooit. Maar nu viel het ineens. Ik vind het zo grappig om te doen alsof ik zuur ben over zijn succes. Wat ik op geen enkele manier ben. Maar drie, vier goede grappen maken over Peter, steeds op het randje... Heerlijk.”
„Hij doet wel de oudjaarsconference en ik niet. Hij mag wel eens per maand Eva Jinek onder tafel vingeren en ik niet. En hij is wel Zomergast en ik niet. No hard feelings. Hetiswathetis.”
Dolf Jansen in een duinpan op Terschelling. Foto: Neeke Smit
Een technicus bij een optreden laatst trok al de vergelijking van zijn losse aanpak met jazz. En ook al liet Dolf in de voorstelling even de naam van de grote jazztrompettis Miles Davis vallen: „Ik ben helemaal niet zo van de jazz. Maar het is wel: lijntjes, eraf en weer terug. Daar denk ik niet over na, dat is wat er gebeurt. Als de zaal voldoende geeft, qua lach maar ook qua antwoorden, dan kan ik door. Soms stel ik meer vragen, bewust, omdat ik wil weten: hoe kijken jullie ernaar. Ook de mensen die me nu aanspreken, die voegen echt wat toe.”
'Mijn moeder'
Dat improviseren, dat reageren wat er gebeurt: dat werkt in de black box van een theaterzaal, „goed geoutilleerd, met wc”, toch anders dan hier, op al die verschillende plekken maar meestal in de buitenlucht.
„Ik vind het fijn om een wc te hebben. Ik kom echt geconstipeerd hier vandaan. Hier is alles anders. Dat is goed, hè, dat wilde ik zelf.”
„Ik wil ook meenemen waar we zijn. In een duinpan, in het bos, op het strand, in een loods, ik weet niet eens waar we morgen staan. Ik sta in het volle licht, ik zie iedereen, je krijgt alles mee. In het bos heb je meer natuurgeluiden, hier meer de wind. Alles wordt een onderdeel, alles beïnvloedt de boel. Ik neem alles mee, maar het is zo veel. Dan ben ik drie verhalen door elkaar aan het doen. En dan wel weer de lijn terug proberen te vinden. Dan zeg ik: onthoud even dat ik het over mijn moeder heb.”
„Heeft iemand een idee waar ik het over had?”
Dolf Jansen deed zichzelf wel wat aan, toen hij zijn plan bij Oerol indiende. Normaal speelt hij drie, vier keer in de week, nu dus veertien keer een Halfjaarsconference in een dikke week, op acht verschillende plekken.
Dolf Jansen in een duinpan op Terschelling. Foto: Neeke Smit
„Toen ik artiest werd had ik me voorgenomen om nooit, echt nooit op maandagochtend te werken. Ik kan heel hard werken, maar je moet me er niet te vroeg bij trekken. Maar daar sta je dan, maandagochtend tien uur. What the fuck ben ik aan het doen dan? Ja, dan nog even Peter Pannekoek, ja, heerlijk.”
„U moet wel een beetje met mijn tempo meegaan, anders hebben we een kutmiddag. Als ik zeg zand, waaien, Moslim, dan denkt u: ah, voorhuid. Denkt u dat niet, dan bent u een hele rare zaal.”
Heel veel van Oerol maakt hij verder niet mee. Wel fietsen door de natuur, hardlopen natuurlijk, maar voorstellingen - weinig. „Maar het gevoel, dat krijg ik wel mee. En dat wil ik ook uitspreiden over het land.” In het stuk dat hij voor dagblad Trouw wil schrijven over zijn Oerol-ervaringen, en in de reeks voorstellingen die hij dit najaar gaat spelen en waarvoor hij ook al dankbaar gebruik zal maken van de inspiratie die hij hier opdoet.
Activisme, verzet
En wat dat gevoel dan precies is? Voor hem is dat toch ook wel de stem van het activisme, van verzet. „Zoals het terugpakken van die kreet ‘Wij zijn Nederland’, net gisteren bedacht. Mensen vinden het wel lastig, om dat te scanderen, maar als ik het uitleg...”
„Mona Keijzer, daar ben ik echt van overtuigd, is bij mekaar geboetseerd uit het zaad van Satan. Ja, dat is een vrij harde omschrijving en ik hoop dat die morgen in de Leeuwarder Courant staat.”
Intussen is Jansen, zoals hij zelf al in het openbaar al zei, zelden meer op televisie. „Helemaal niet meer! Kijk, ik hoef zelf niet op tv, lekker rustig zo. Maar er moet een bepaald geluid gehoord worden. En dat geluid is bijna verdwenen. Wat Peter Pannekoek doet, of Youp van ‘t Hek, hartstikke grappig. Maar het linkse, geëngageerde, activistische geluid, wat ik en een paar anderen nog brengen, dat hoor je bijna niet meer op tv.”
En, is dat opzet? „Ja. Er gebeurt van alles. Er is angst voor de politiek, maar de politiek naait je toch.”
Het is dus niet zo dat Dolf Jansen zich een cabaretier op zijn retour voelt. „Helemaal niet. Tv is bijzaak. Ik speel tot begin januari honderd voorstellingen. Ik gooi een ideetje op en ik sta een week op Oerol. Maar waar het om gaat, dat engagement, dat is wel een opdracht.”
„Er is liefde die een berg verzet, voorafgaand aan de strijd. Er is liefde die van vrede droomt, juist in oorlogstijd. Er is liefde achter tralies, waar de haat zich sterker waant. Er is liefde die de route kent en voor jou de paden baant.”