Bep Gortzak-Van Apeldoorn wordt van verpleeghuis Innersdijk naar de markt in Ten Boer gebracht. Foto: Geert Job Sevink
De bewoners van Bloemhof in Ten Boer zijn verhuisd. Terwijl het verpleeghuis wordt versterkt, wonen ze tijdelijk aan de rand van het dorp. Om de wekelijkse bezoekjes aan de markt niet te hoeven missen, wordt een pendelbus ingezet. „Fijn dat er naar ons is geluisterd.”
Een handjevol bewoners zit dinsdagmiddag in het zonnetje voor verpleeghuis Innersdijk, net buiten Ten Boer. Ze wachten op de pendelbus die hen naar het centrum van het dorp brengt. Een mannelijke bewoner leunt opzij. „Woar gaist hin?” vraagt hij aan Bep Gortzak-Van Apeldoorn (95).
Gortzak somt op: de slager, de kaasboer, de fruitkraam, de supermarkt en de drogist. Ze heeft niet alles per se nodig, want het verpleeghuis verzorgt haar maaltijden: „Maar ik vind het beleg hier niet zo lekker.”
Tot twee weken geleden woonde de negentiger nog op locatie Bloemhof, in het centrum van Ten Boer. Heerlijk vond ze dat, want in haar elektrische rolstoel reed ze dagelijks even het verpleeghuis uit, het plein op. „Even een rondje doen, een praatje maken hier en daar.”
Bloemhof wordt versterkt
Maar alle 65 bewoners van Bloemhof zijn begin juni verhuisd. De locatie van Zorggroep Groningen wordt aardbevingsbestendig gemaakt. „Blijven was geen optie”, zegt Marianne Kamphuis (48), projectleider versterking. „Dan zouden de bewoners anderhalf jaar lang in een verbouwing zitten.”
Bep Gortzak wordt met de pendelbus naar de markt gebracht. Foto: Geert Job Sevink
En dus zijn ze allemaal overgebracht naar Innersdijk, waar extra kamers zijn gecreëerd. Een ingrijpende verandering, dus is het de bewoners zo makkelijk mogelijk gemaakt. Kamphuis: „De verhuizing werd voor ze geregeld terwijl zij een ritje door de regio maakten.”
Pendelbus gaat op en neer
Er was één ding waar bewoners zich vooral zorgen over maakten: het wegvallen van hun bezoekjes aan het winkelplein en de naastgelegen bibliotheek. En dus rijdt er nu wekelijks een pendelbus. Elke dinsdag tussen 13.00 en 16.00 gaat die op en neer tussen Innersdijk en het centrum van Ten Boer.
Dinsdag is er veel animo. Gortzak moet een ronde wachten. Ze weet bijna zeker dat ze wekelijks mee zal gaan, vertelt ze als haar rolstoel even later door de chauffeur wordt vastgezet. „Het is mijn sociale momentje, je bent er even uit. Fijn dat er naar onze wensen is geluisterd.”
Eenmaal op de markt pakt ze haar boodschappenlijst erbij. „Een flinke, want ik moet alles nu in één middag verzamelen.” Ze begint bij de slager: „want daar staat vaak de langste rij.” De slager weet precies wat ze wil: vier plakken ham, drie plakken katenspek en drie pakken roasted pork. Ook de kaasboer ziet haar al aankomen. „Een stukje brie dit keer, en een doosje eieren.”
Bep Gortzak-Van Apeldoorn haalt altijd hetzelfde bij de slager: ham, katenspek en roasted pork. Foto: Geert Job Sevink
Na een rondje over de markt, door de drogist en de supermarkt heeft Gortzak twee tassen vol. „Veel te veel”, weet ze, „maar wel lekker.”
Gebruikers van de pendelbus kunnen tijdens het wachten op de terugweg bij de bibliotheek terecht voor een gratis kopje thee of koffie. Die slaat Gortzak vandaag over. „Ik ga lekker in het zonnetje zitten.”
Wennen
Na nog geen tien minuten zonnen komt de pendelbus er weer aan. „Terug naar the middle of nowhere”, zegt Gortzak met enig gevoel voor overdrijven. Ze moet wennen aan haar nieuwe woonplaats. De verhuizing was goed geregeld, haar meubels stonden precies zoals ze dat wilde en het uitzicht is mooi. „Maar het is niet mijn oude plekje. Daar had ik twee aparte kamers, nu heb ik er één.”
Ze moest vanwege de beperkte ruimte de helft van haar boeken wegdoen. „Maar ik had er ook wel een paar honderd”, relativeert ze.
Ze vraagt zich af of ze de verhuizing terug nog gaat meemaken. „Ik ben niet meer de jongste, hè.” Maar als ze mee teruggaat, krijgt ze haar eigen kamer weer. „Dat vind ik een fijn idee.”
Tot die tijd zal ze wekelijks in de pendelbus zitten. „Tot volgende week”, zegt ze tegen de chauffeur, als ze weer voor de deur wordt afgezet. „Ik zie ernaar uit.”