Leoni Lukens is fractievoorzitter van de SP in Pekela. Ze stottert, maar dat ziet ze juist als kracht. Foto: Huisman Media
Leoni Lukens kwam er maar gelijk mee voor de dag in de gemeenteraad van Pekela: ze stottert. Het weerhoudt haar er niet van de SP-boodschap uit te dragen. „Het gaat mij om wat ik zeg, niet hoe ik het zeg.”
Voor veel mensen is spreken in het openbaar of discussiëren al eng genoeg. Als je anders praat, komt daar nog een schepje bovenop. Leoni Lukens (43) laat zich er niet door weerhouden. Ze is de nieuwe fractievoorzitter van de SP in Pekela. Ze stottert al sinds ze kind is: „Dat hoort bij mij.”
Die zelfacceptatie was er niet altijd. In haar jeugd zat Leoni er behoorlijk mee. Ze is toen gepest omdat ze stotterde. Op de basisschool en later op het voortgezet onderwijs. „Niet alleen door leerlingen, ook een docent deed mee. Dat neem ik hem nog steeds erg kwalijk. Het heeft veel met mijn zelfbeeld gedaan.”
Thuis kon Leoni altijd op haar moeder rekenen. Samen zochten ze naar manieren om met het stotteren om te gaan. Ze was sowieso al een spil in Nieuwe Pekela, waar het gezin toen woonde. „Mijn moeder regelde heel veel en organiseerde ook van alles voor de kerk.”
Toen Leoni 18 was, veranderde alles. Haar moeder viel van de trap en liep ernstig hersenletsel op. Ze kwam terecht in een verpleeghuis, waar ze vijftien jaar later overleed. „Dat heeft ervoor gezorgd dat ik snel volwassen werd. Ze betekende ontzettend veel voor mij.”
In haar ziet ze nog altijd een voorbeeldfiguur. Ze is ook een drijfveer geweest om de politiek in te gaan, om iets te betekenen voor Pekela. „En ik vind dat iedereen zijn stem gehoord mag worden, ook als je stottert. Ik wil laten zien dat politiek voor iedereen is.”
"Ik op de lijst van de SP? Ik dacht: kan ik dat wel?" Foto: Huisman Media
Met dieren hoef je niet te praten
Via de Ondernemers Organisatie Pekela (OOP), waar ze secretaris is, werd ze gevraagd om steungroeplid bij de subsidieregeling van LEADER Oost Groningen te worden. Via daar raakte ze betrokken bij de politiek. „Ik werd door Ellen van Klaveren (SP-wethouder, red.) gevraagd of ik op de lijst van de SP wilde staan. Ik dacht ‘kan ik dat wel?’ Maar het leek mij ook heel leuk. Je hebt invloed, leert heel veel en je kunt wat betekenen voor een ander.”
Bij OOP organiseert ze bovendien veel. Daarvoor hangt ze met regelmaat aan de lijn met deze en gene. Leoni: „Ik hoop dat de dingen die ik nu doe, hoe ik mij inzet voor de dorpen en hoe ik in de politiek opkom voor onze inwoners, mijn moeder trots maken.”
Leoni heeft plezier in het organiseren van van alles en nog wat voor het dorp. Ze hangt met regelmaat met iemand aan de telefoon. Het lijkt nu haast vanzelfsprekend, maar toen ze een vervolgopleiding koos, was haar stotteren een belangrijke afweging. „Ik wilde geen werk waarbij ik veel de telefoon moest opnemen en gesprekken moest voeren. Ik dacht dat werken met dieren veel beter bij mij paste.”
Uiteindelijk kon ze daarin op dat moment geen werk vinden vanwege de MKZ-crisis. Bij het solliciteren bij een opticiensbedrijf trof ze een medewerker die logopedie in een vooropleiding had gevolgd. Zij kon door het stotteren heen kijken en raadde het werk van audicien aan. Dit was een schot in de roos, want:. „Iemand die niet goed hoort, heeft baat bij rust. Ik heb dat ook.” Ze liet zich overtuigen.
„In mijn werk ben ik nu alle dagen aan het praten. Als ik terugkijk op mijn jeugd, dan heb ik mijzelf laten beperken.” Foto: Huisman Media
‘Ik heb mijzelf laten beperken’
Inmiddels doet ze het werk al 22 jaar. „Ik vertel aan klanten altijd gelijk dat ik stotter en als ze liever iemand anders hebben, dat dat geen probleem is.” Klanten blijven gewoon bij Leoni zitten. „In mijn werk ben ik nu alle dagen aan het praten. Als ik terugkijk op mijn jeugd, dan heb ik mijzelf laten beperken.”
Wat er precies gebeurt als ze stottert, is nog steeds niet duidelijk. „Ik luisterde laatst naar een podcast. Daarin werd het beschreven als een snelweg waarop je rijdt. En ineens is er file. Ik denk dat dat een goede omschrijving is.”
In de loop van de jaren heeft ze bij logopedisten technieken geleerd om er beter mee om te gaan. Zoals met haar handen meepraten ‘dat doe ik nu onbewust’ of voldoende rust nemen en op de ademhaling letten tijdens het praten ‘zeker als ik zenuwachtig ben’. Toch is het stotteren nooit voorbijgegaan. Zeker als ze heel enthousiast is of als ze iets spannend vindt, gaat Leoni stotteren.
„Vroeger lag de focus in de logopediewereld meer op het overwinnen van het stotteren, gelukkig is er nu meer een tendens dat men niet faalt als je stottert. En dat de nadruk nu meer ligt op ermee leren omgaan”, zegt Leoni. „Het idee was: ‘zorg maar dat je ervan afkomt.’ Dat zal bij mij nooit lukken. De rest leert er maar mee omgaan. Ik heb niet gefaald.”
Kom maar op!
Dat betekent niet dat ze een andere behandeling verwacht. „Mensen hoeven niet voorzichtig met mij te zijn. Ook niet in de politiek, laat ze mij gerust interrumperen. Kom maar op!” Een discussie is welkom. „Ik luister goed en met respect. Daar begint het bij, elkaar serieus nemen.”
Op haar blog leonilukenslowes.wordpress.com deelt ze haar overdenkingen over het leven met stotteren. „Ik hoop dat het mensen die ook stotteren ervan overtuigt zich er niet door te laten weerhouden. Zeker jongeren, die zijn kwetsbaar. Je wilt erbij horen, maar stotteren valt op. Ik snap dat. Ik zie het als kracht. Iedereen weet dat ze mij hebben horen praten. Wat ik zeg, mag opvallen.”
Stotteren
Ongeveer 1 procent van de Nederlanders stottert, volgens de website Stotteren.nl. Dat is een initiatief van de stotter- en broddelvereniging Demosthenes en de Nederlandse Vereniging voor Stottertherapie. Kinderen stotteren veel vaker, maar in de loop van de jaren verdwijnt dat bij veel van hen. Jongens stotteren vaker dan meisjes.
Stotteren kent allerlei vormen. Het herhalen van een lettergreep, of zelfs hele zinsdelen, blijven hangen op letters, of bepaalde klanken lang aanhouden. Sommige mensen blokkeren helemaal. Anderen leren op jonge leeftijd woorden die een stotter veroorzaken onbewust vermijden. Ook in hun latere leven proberen ze dat soort lastige woorden niet uit te spreken. Op die manier proberen ze om hun stotteren heen te werken of dat te verbergen.
Waarschijnlijk is stotteren voor een deel erfelijk. Volgens Stotteren.nl is bij ongeveer 80 procent van de personen die stottert, het stotteren aangeboren. Hoe stotteren precies werkt, wordt nog steeds niet ten volle begrepen door wetenschappers.