RUG-wetenschapper Jonas Bornemann is gespecialiseerd in Europees migratierecht. Foto: Jonas Bornemann
Asiel aanvragen, afgewezen worden en vervolgens terechtkomen in een ‘terugkeerhub’ buiten Europa. Nieuwe EU-wetgeving maakt het mogelijk en Nederland loopt voorop. Wetenschapper Jonas Bornemann (Rijksuniversiteit Groningen): „Zo gaan enorme geldbedragen naar landen die mogelijk onze waarden niet delen.”
Sinds hij acht jaar geleden begon met onderzoek naar Europees migratierecht, heeft Jonas Bornemann het asielbeleid ingrijpend zien veranderen. „Veiligheid staat voorop en de rechten van nieuwkomers worden ingeperkt”, zegt hij. Tegelijkertijd ziet hij de opkomst van „nieuwe, ‘out of the box’-oplossingen”, zoals terugkeerhubs in landen buiten de EU.
Uitgeprocedeerde asielzoekers kunnen in de toekomst worden overgebracht naar zulke centra, ook als zij geen enkele band met dat land hebben. Nederland hoopt de eerste hub nog voor het einde van het jaar operationeel te hebben.
De terugkeerhubs maken deel uit van een nieuwe Europese terugkeerregeling, een aanvulling op het migratiepact dat op 12 juni inging. Het Europees Parlement stemde daar woensdag mee in. Voorstanders applaudisseerden luid en sommige Europarlementariërs scandeerden „stuur ze terug”, doelend op migranten zonder verblijfsrecht. Tegenstanders riepen: „Schaam je!”
Lidstaten krijgen door de regeling meer ruimte voor detentie, opsporing en uitzetting van afgewezen asielzoekers en andere mensen zonder verblijfsrecht. Bornemann schetst hoe Europa’s terugkeerplannen er in de praktijk uit kunnen zien.
Ruim een kwart vertrekt
In 2025 registreerde de EU ruim 719.000 mensen zonder verblijfsrecht. Bijna 492.000 van hen kregen een bevel om de EU te verlaten. Uiteindelijk keerden ongeveer 135.000 mensen (27,5 procent) daadwerkelijk terug naar een land buiten de EU.
‘Zwarte gaten voor mensenrechten’
Vijf landen — Nederland, Duitsland, Denemarken, Oostenrijk en Griekenland — willen snel terugkeerhubs buiten de EU opzetten. Ghana, Libië, Egypte, Oeganda en Oezbekistan worden genoemd als mogelijke locaties, maar niets is bevestigd. Die landen moeten formeel aan internationale standaarden voldoen, al zijn die volgens mensenrechtenorganisaties lastig te waarborgen. Zij waarschuwen dat de hubs ‘zwarte gaten voor mensenrechten’ kunnen worden.
In Albanië is te zien hoe zulke locaties buiten de EU vorm kunnen krijgen. Italië bouwde daar centra om asielzoekers onder te brengen in afwachting van hun asielaanvraag. Dat plan liep vast na ingrijpen van rechters. Inmiddels gebruikt Italië de centra als detentiecentra voor afgewezen asielzoekers in afwachting van uitzetting. Sommige Europese politici zien het project als mogelijke blauwdruk voor toekomstig beleid.
Het door Italië gebouwde detentiecentrum voor uitgeprocedeerde asielzoekers in Albanië. Foto: Adnan Beci / AFP
Jonas Bornemann, universitair docent Europees recht, gespecialiseerd in Europees constitutioneel recht en migratierecht. Foto: Jonas Bornemann
Laatste stap
Na het groene licht van het Europees Parlement is alleen nog formele goedkeuring door een meerderheid van de EU‑lidstaten nodig. Omdat zij al eerder instemden met de inhoud, lijkt dat een hamerstuk.