Christiaan Triebert maakt deel uit van het Visual Investigations-team van The New York Times en doet onderzoek naar grote gebeurtenissen op het wereldtoneel. Foto: Jacob van Essen
Porren in een enorme digitale bult aan informatie, tot de waarheid boven komt. RUG-alumnus Christiaan Triebert (35) verdiept zich dagelijks voor The New York Times in oorlogsmisdaden, misstanden en meer.
Eind februari van dit jaar staat Christiaan Triebert op scherp. De dreiging van een oorlog in Iran is duidelijk voelbaar en de drums of war worden steeds luider. Het is rond drie uur in de nacht als hij in zijn appartement in Brooklyn wil gaan slapen, als Amerika en Israël op 28 februari raketten op Teheran afvuren. Het startsein voor hem om zijn laptop te pakken en aan het werk te gaan.
Diezelfde dag komen drie raketten neer op een sportschool in het Iraanse Lamerd. In eerste instantie is niet duidelijk wie hierachter zit. „Mondjesmaat komt er dan in de weken na de aanval informatie naar buiten, waar we mee aan de gang gaan.”
Video’s van bewakingscamera’s, berichten op sociale media en satellietbeelden vormen stukjes van de puzzel die Triebert en zijn collega’s van het Visual Investigations-team van The New York Times moeten zien te leggen. Een klein gat in het dak en honderden kleine inslagpunten in het wegdek en gebouwen vormen aanwijzingen voor wat er gebeurd is.
Door al deze informatie naast elkaar te leggen levert het team bewijs dat een nieuw Amerikaans wapen de boosdoener is, een precisieraket die duizenden kleine kogeltjes in het rond schiet. 21 mensen, onder wie vier kinderen, komen om. Hoewel de VS alle verantwoordelijkheid ontkent, is de ontdekking van het team wereldnieuws.
Miljoenenpubliek
Het is twee uur op deze maandagmiddag in juni, wanneer Christiaan Triebert in een café in Leeuwarden een geitenkaassalade bestelt. Hij heeft nog niet ontbeten. Hoewel hij voor familiebezoek terug is in zijn geboortestad, gaan de gebeurtenissen in de wereld gewoon door. Het nieuws stopt nooit.
„Ik zou deze week vakantie hebben, maar dat moet ik nog even zien omdat er zoveel gaande is in Iran.” Een recente Amerikaanse aanval op een Iraans waterreservoir houdt hem deze dagen veel bezig. De situatie in het land is voor hem tegenwoordig dagelijkse kost.
Sinds zeven jaar voert Triebert zijn grotendeels digitale speurwerk uit voor The New York Times, een van de grootste kranten ter wereld. Hij woont in de metropool en doet zijn onderzoek vanuit een 52 verdiepingen hoge wolkenkrabber op steenworp afstand van Times Square. Zijn werk wordt gelezen door een miljoenenpubliek, heeft impact op de wereldpolitiek en brengt hem in landen als Oekraïne en Syrië.
Christiaan Triebert aan het werk op de redactie van The New York Times, eind 2019. Foto: Hanna Hrabarska
Iets van betekenis
Zijn onderzoek naar de aanval op Lamerd is exemplarisch voor zijn werk. Veel van wat hij doet, gaat over burgerdoden, oorlogsmisdaden. Weerloze mensen die omkomen. Beelden met dode mensen en verwoestingen hebben impact. „Ik zou liegen als ik zou zeggen dat dat niks met me doet.”
Na een lange dag achtervolgden dode kinderen hem onlangs zelfs in zijn dromen. Ze zochten hem op, zeiden dat ze wel degelijk echt waren. „Want dat deed ik toen, ik was aan het verifiëren of een kind wel echt dood was.”
Ik zou liegen als ik zou zeggen dat dat niks met me doet
Daarin is hij niet de enige. Een van zijn collega’s, met wie hij in 2019 startte bij The Times, zegde haar baan twee weken geleden op. „Die zegt ja, het is gewoon te veel geweest.” Voorlopig is daar bij Triebert nog geen sprake van. Om met de heftige dingen die ze zien om te gaan, kan zijn team gebruikmaken van groepstherapie.
Wat hem helpt om door te blijven gaan, is de overtuiging dat hij iets van betekenis doet. „Ik hoop dat we kunnen pushen voor iets van accountability tegenover degenen die voor dit soort dingen verantwoordelijk zijn. Of dat nou gaat om Israël, Amerika, Iran of Rusland.”
Overheden zitten er natuurlijk niet altijd om te springen om hun fouten toe te geven, zeker niet bij gevoelige zaken waarbij burgerslachtoffers vallen. Door de huidige Amerikaanse regering worden kritische journalisten niet zelden wantrouwend behandeld, soms zelfs hardhandig onder druk gezet.
Zo viel de FBI begin dit jaar binnen bij een journalist van The Washington Post en neemt president Trump de collega’s van Triebert geregeld op de korrel. „Dat zijn natuurlijk dingen die heel heftig zijn en iets waar we ons bewust van moeten zijn. Wat voor mij het belangrijkste is, is dat ik de mensen bescherm met wie ik in contact ben. Ik wil niet dat iemand die in contact met mij staat, daardoor in de problemen komt.”
Door zijn onderzoek naar de bestorming van het Capitool, op 6 januari 2021, werd duidelijk dat ook hijzelf in de aandacht kon komen te staan. Door aan te tonen dat zes leden van de Oath Keepers, een extreemrechtse groep, ingezet werden als lijfwacht van Trump-vertrouweling Roger Stone. Even later stond deze zelfde lijfwacht binnen in het Capitool. Stone richtte zijn pijlen na het onderzoek op Triebert, door hem persoonlijk aan te vallen en weg te zetten als „waardeloze” journalist. „Dan heb je opeens een enorme focus op jezelf en denk je van: wow.”
'Ik hoop dat we kunnen pushen voor iets van accountability.' Foto: Jacob van Essen
Impact
Het is een bijna wonderlijke reis die Triebert bracht waar hij nu is. Als student International Relations aan de Rijksuniversiteit in Groningen verdiepte hij zich in openbronnenonderzoek, toen hem door Nederlandse media werd gezegd dat het geen echte journalistiek is wat hij deed. „Dat neem ik niemand kwalijk hoor. Er was denk ik een beetje onbegrip over hoe je dit kon gebruiken.” Korte tijd later was hij actief bij onderzoekscollectief Bellingcat. Hij deed onderzoek naar bombardementen op Islamitische Staat en naar de mislukte coup in Turkije, in 2016.
Tijdens een onderzoek naar een vermeende gifgasaanval in Syrië, kwam er een belletje binnen van The New York Times. „Ik dacht dat ze me wilden interviewen, maar ze hadden een baan voor me.” Hij kwam terecht in het Visual Investigations-team, met mensen met allerlei verschillende achtergronden die samen gebeurtenissen reconstrueren aan de hand van open bronnen. Denk hierbij aan satellietbeelden en berichten op sociale media.
Ik dacht dat ze me wilden interviewen
Hoewel hij nu zeven jaar later op het hoogste podium ter wereld actief is en onder meer twee Pulitzer-prijzen won met zijn team, voelt het niet alsof er veel veranderd is. Wat wél veranderde, is de invloed van zijn werk. Zo onderzocht zijn team een Amerikaanse droneaanval op het Afghaanse Kabul. De getroffen persoon was volgens de VS een terrorist. Zijn team toonde aan dat de man ongewapend was en slechts jerrycans met water bij zich had.
De aanval doodde de man, samen met een groot deel van zijn familie. Zeven kinderen kwamen om. Na publicatie van het onderzoek nam de VS de verantwoordelijkheid voor hun dood. „Daar zie je dus dat het een enorme impact heeft. Je wil dat een leger verantwoordelijk neemt als het zo iets doet.”
Christiaan Triebert verdiepte zich in zijn studententijd in openbronnenonderzoek. Foto: Jacob van Essen
‘Denk dat de mensheid van nature goed is’
Dood, verderf, geweld en vernieling. Het zijn terugkerende thema’s in het werk dat Christaan Triebert bezighoudt. Hoe houd je dan vertrouwen in de mensheid? „Ja, je wordt er weleens pessimistisch van. Maar ik denk dat de mens van nature goed is.” Terwijl hij een laatste hap van zijn salade neemt, vertelt hij over de liftavonturen die hij jaren geleden meemaakte. Het bracht hem van Spanje tot Iran en in contact met mensen die hem gevormd hebben tot wie hij is.
„Ik denk dat het belangrijkste is dat je open blijft en oprechte interesse blijft tonen voor de wereld. Als je dat doet, zie je ook veel schoonheid van de wereld, dat is voor mij reden om optimistisch te blijven.”
Benieuwd naar zijn verhaal?
Wil je meer weten over het werk dat Christiaan Triebert doet? Woensdagavond 17 juni geeft hij voor de Academie van Franeker een publiekscollege over zijn werk bij The New York Times. Het college vindt plaats in theater De Koornbeurs. Toegangskaarten zijn online te bestellen en vanaf een half uur voor aanvang (20.00 uur) te krijgen aan de deur.